Censuur in Iran: religieuze en politieke controle

Mobiel met lock voor Iran met vlag

Klik hier voor een samenvatting
Censuur in Iran: een samenvatting

Als je het internet vrij en zonder beperkingen wilt gebruiken, kun je beter niet naar Iran gaan. Het land bezet momenteel plaats 174 van de 180 op de wereld persvrijheid index. De regering van het sterk religieuze land blokkeert tienduizenden websites. Zij doen dit wanneer er “immorele” of “onislamitische” inhoud op de website te vinden is.

Internetcensuur in Iran vindt op verschillende manieren plaats, zoals:

  • Controle over internet service providers (ISP’s); overheidsinstanties bezitten aandelen in de telecommunicatie.
  • Het opleggen van snelheidsbeperkingen; tijdens anti-regeringsprotesten was de toegang tot het internet meerdere dagen afgesloten.
  • Het controleren van inhoud; websites moeten zich verplicht registreren, zodat de regering de online content kan controleren.

Burgers in Iran kunnen de internetblokkades omzeilen. Zij maken hierbij gebruik van onder andere de Tor-browser, waarmee je anoniem kunt internetten. Ook versleutelde berichtenapps zoals Telegram zijn populair in het land. Bovendien worden VPN’s vaak gebruikt als middel om de censuur te omzeilen.

NordVPN is een uitstekende VPN om te gebruiken in Iran.

Lees het volledige artikel voor meer informatie over de hevige internetcensuur in Iran.


Voor Iraniërs is censuur een onontkoombaar feit. Freedom House geeft de internetvrijheid in Iran een score van 16 uit 100. Dit is, op China na, het laagste aantal punten van de 70 landen die door de ngo zijn onderzocht. Het land staat bovendien op plaats 174 van de 180 op de wereld persvrijheid index. Dit zijn erg slechte statistieken wat betreft internetvrijheid.

Vrijwel al het internetverkeer gaat via de Telecommunication Company of Iran (TCI). Dit is de beheerder van vaste lijnen in Iran, die diensten aanbiedt op onder andere het gebied van vaste telefonie en data. De TCI is hoofdverantwoordelijk voor alle telecommunicatiezaken.

Iran is formeel gezien een republiek, maar aangezien een raad van geestelijken in het land veel macht bezit, kan de bestuursvorm worden omschreven als een theocratie. De regering en haar “Opperste Leider” hebben er veel belang bij om het internet te censureren. Op die manier beperken ze inhoud die niet overeenkomt met hun sociale, politieke en religieuze idealen. Het leger en de revolutionaire garde hebben een controlerend belang in het staatsmonopolie op telecommunicatie. Hierdoor zijn censuur en toezicht op communicatie in Iran wijdverbreid en continu aanwezig.

De TCI en het Ministerie van Cultuur en Islamitische Leiding werken samen om software te implementeren voor het controleren van online content. Maar hoe heeft het zo ver kunnen komen? In dit artikel lees je hoe het ervoor staat met de censuur in Iran en de redenen die erachter zitten.

Internetcensuur in Iran: de stand van zaken

Autoriteiten blokkeren de toegang tot tienduizenden websites in Iran. Het gaat met name om websites van internationale nieuws- en informatiediensten, de politieke oppositie, etnische en religieuze minderheidsgroepen en mensenrechtenorganisaties in Iran. Ze worden geblokkeerd omdat ze “immorele” of “onislamitische” inhoud creëren of laten zien.

Het is niet voor niets dat Verslaggevers zonder Grenzen Iran bestempelt als “een van ’s wereld meest repressieve landen voor journalisten.” Ze stelt bovendien dat het land nieuws en informatie aan meedogenloze controle onderwerpt. In 2013 schreef de internationale ngo zelfs een brief aan de toenmalig Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN. Hierin uitte ze haar zorgen over de toename van online censuur en daling van de persvrijheid in Iran. De situatie vroeg destijds volgens Verslaggevers zonder Grenzen om “krachtige en onmiddellijke reacties” van het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten van de VN.

Echter, ondanks deze ingrijpende beperkingen blijft het internet een grote rol spelen in het leven van de gemiddelde Iraniër. Voormalig president Hassan Rouhani streamde zijn herkiezingscampagne zelfs live op Instagram. Zo hoopte hij de 41 miljoen internetgebruikers en bijna 50 miljoen smartphonebezitters in het land te bereiken. Inmiddels telt het land bijna 60 miljoen internetgebruikers.

Nadat veel mensen social media zoals Telegram en Instagram gebruikten om de grootschalige protesten in het land aan te moedigen en te organiseren, blokkeerde de regering deze platformen.

Waarom censureert Iran het internet?

In 1993 werd Iran (officieel de Islamitische Republiek Iran) het tweede land in het Midden-Oosten dat toegang kreeg tot het internet. Sindsdien is het internetgebruik aanzienlijk toegenomen. Begin 2021 kende het land 131 miljoen mobiele internetverbindingen.

Aanvankelijk oefende de Iraanse overheid slechts lichte controle over het internet uit. Dit veranderde echter naarmate steeds meer mensen het internet gebruikten. Religieuze en gerechtelijke autoriteiten begonnen stappen te nemen om de toegang tot bepaalde inhoud te beperken. Het ging om content die zij als “contrarevolutionair”, “anti-islamitisch” of “asociaal” beschouwden. Zo was de internetcensuur in lijn met de bestaande beperkingen in de media, de politieke voorkeur en de godsdienstige uiting.

De theocratische regering van Iran probeert met censuur de interne stabiliteit van de staat te versterken. Toegang tot inhoud die volgens de autoriteiten de politieke veiligheid van Iran bedreigt, is strikt verboden. Bovendien controleert de regering de online communicatie om hervormingsgezinde of contrarevolutionaire protesten te voorkomen.

Iran censureert ook inhoud die in strijd is met de morele voorschriften van de staatsgodsdienst; de sjiitische islam van de Twelver-denkschool. Toegang tot materiaal dat niet overeenkomt met de strenge islamitische voorschriften wat betreft ideologie of beeldvorming is volledig verboden. Ook pornografie en LHBTIQ+-bronnen worden in het land stevig gecensureerd.

Bestuursorganen

De Hoge Raad voor Cyberspace is verantwoordelijk voor de internetcensuur en de handhaving ervan. De hoogste leider van Iran, Ayatollah Ali Khamenei, heeft het comité in 2012 opgericht om de vrije toegang tot het internet aan banden te leggen. Het Comité voor het bepalen van criminele inhoud (CDICC) neemt de beslissingen over censuur. In theorie baseert het comité haar beslissingen op de Wet inzake computercriminaliteit (CCL) van 2009.

In werkelijkheid ligt het echter anders. De religieuze, politieke en justitiële autoriteiten in Iran zijn vaak concurrerend. Hierdoor blijken veel beslissingen politiek gemotiveerd te zijn. Een goed voorbeeld is de kortstondige blokkade van Instagram tijdens de verkiezingen van 2017. De ‘hardliners’ in de regering wilden hiermee voorkomen dat de hervormingsgezinde kandidaat Hassan Rohani (inmiddels oud-president) zijn campagne live streamde. Geen enkele overheidsinstantie heeft officieel de verantwoordelijkheid voor de blokkade opgeëist.

Hoe censureert Iran het internet?

In 2016 investeerde Iran 36 miljoen dollar in de ontwikkeling van ‘smart-filtering’-technologie. Deze technologie is gebaseerd op bestaande Chinese software. Hiermee zouden de autoriteiten de internettoegang van Iraanse burgers selectief kunnen censureren.Laptop Spionage

Iraanse internetproviders blokkeren honderdduizenden websites permanent, waaronder Twitter, Facebook, YouTube, Google en WordPress. De populaire berichtenapp Viber werd geblokkeerd toen bleek dat deze eigendom was van Israëlische burgers. Toen Telegram in april 2017 gratis versleuteld bellen lanceerde, gaf de procureur-generaal een bevel aan alle ISP’s (internet service providers) om de functie onmiddellijk en permanent te blokkeren. De internetproviders gaven hier gehoor aan. Er is dus geen internetverbinding in het land die burgers in staat stelt de geblokkeerde websites toch te bezoeken.

Communicatie in handen van de staat

Alle internetproviders in het land moeten zich registreren bij zowel het ministerie van Cultuur en Islamitische Leiding als bij de TCI. Pas als ze dit gedaan hebben, mogen ze toegang tot het internet bieden. Ook moeten Iraanse internetproviders verplicht software installeren waarmee inhoud op websites en in e-mails wordt gecontroleerd. Deze software zorgt ervoor dat websites die op de zwarte lijst van de overheid staan, beperkt toegankelijk zijn. Ook kan de software een verdachte e-mail koppelen aan het IP-adres van de afzender. De overheid heeft tot dusver al minstens 12 Iraanse internetproviders stopgezet vanwege het niet installeren van de juiste filters.

De grootste internetprovider van Iran, de Data and Communication Company (DCC), is ook in handen van de TCI. De Islamitische Revolutionaire Garde, het militaire elitekorps van Iran, heeft op zijn beurt de meeste aandelen van TCI in handen. Hierdoor heeft de regering invloed op de komst van nieuwe internetproviders. Ook heeft ze de macht om bestaande internetproviders zonder aanleiding te sluiten.

De grootste mobiele aanbieder van Iran, de Mobile Telecommunication Company (MCI), is een dochteronderneming van het TCI. Ook het op één na grootste mobiele netwerk, MTN Iran Cell, is deels in handen van de overheid. De eigenaar van dit netwerk is namelijk weer een dochteronderneming van het ministerie van Defensie en Logistiek van de Strijdkrachten. De Iraanse regering tapt regelmatig mobiele telefoons en vaste lijnen af om burgers in de gaten te houden. Bovendien werkten het ministerie van Communicatie en het ministerie van Inlichtingen samen om volgtechnologie te gebruiken bij activisten en politieke dissidenten. Zo konden ze de verblijfplaats van deze personen achterhalen en hen lastigvallen. Het leger en de veiligheidsdiensten kunnen dus de online communicatie in het land controleren en de toegang tot mobiel internet beperken voor miljoenen Iraanse mobiele gebruikers.

Snelheidsbeperkingen

De Iraanse regering past ook ‘snelheidsbeperking’ als manier van censuur toe. Dit beperkt de toegang tot het internet en berichtenapps. Dit middel is al meerdere keren toegepast in tijden van politieke onzekerheid: tijdens protesten vertraagden autoriteiten internetverbindingen. Bovendien blokkeerden ze op sommige momenten de toegang tot servers en gegevens buiten Iran. Om de online communicatie te beperken werden verbindingssnelheden verlaagd tijdens de verkiezingen van 2009 en 2013, tijdens de gebeurtenissen van de Arabische Lente, en tijdens diverse straatprotesten. In 2017 en 2018 gingen mensen in verschillende steden in het land de straat op om te protesteren tegen het regime. Er vielen ruim 20 doden en de politie pakte honderden mensen op.

In 2019 braken er opnieuw protesten uit. In eerste instantie waren de demonstraties gericht tegen de stijgende brandstofprijzen, maar later veranderden deze in protesten tegen de politieke leiding van het land. Als reactie hierop sloot de regering het internet meerdere dagen volledig af. Hierdoor was het moeilijk de omvang van de protesten in te schatten. In meer dan 100 steden gingen mensen de straat op.Volgens Amnesty International zijn in een paar dagen tijd meer dan 100 doden gevallen. De regering houdt dit aantal op 12.

Controle op inhoud

Eigenaren van websites zijn verplicht deze te registreren bij het ministerie van Cultuur. Platforms binnen Iran worden regelmatig verzocht om inhoud te verwijderen die de regering onacceptabel acht. Zo kunnen nieuwswebsites en blogs geen verslag doen van binnenlands nieuws op de manier die zij willen. Bovendien kunnen ze niet vrijuit berichten over bepaalde onderwerpen, zoals politieke onrust, economische problemen en bewijzen van corruptie. Ook onderwerpen als het nucleaire akkoord van Iran of controversiële politieke figuren, zoals voormalig president Mohammad Khatami, zijn uitgesloten.

De straffen voor het bekijken van verboden inhoud zijn zwaar. Meestal gaat het om lange gevangenisstraffen, hoge boetes en beperkingen van de bewegingsvrijheid en de vrijheid van meningsuiting.

Nationaal netwerk

In 2010 werkten meerdere landen, waaronder Nederland, samen aan een aanval op centrifuges die Iran bij het nucleaire programma gebruikt. Door het Stuxnet-computervirus liep het atoomprogramma meerdere jaren vertraging op. Als reactie op deze aanval begon Iran met de aanleg van een eigen nationaal informatienetwerk, genaamd SHOMA. SHOMA, omschreven als een “halal internet”, is bedoeld om de internetsnelheid te verbeteren. Daarnaast wil de overheid met het project een groot deel van de inhoud die voor Iraanse browsers beschikbaar is, overbrengen naar binnenlandse servers. Dit biedt meer mogelijkheden voor toezicht en censuur.

Vanaf januari 2017 kregen Iraanse internetproviders de opdracht om 50 procent korting te geven op bepaald binnenlands internetverkeer. Het gaat hier alleen om verkeer dat toegang zoekt tot websites die door de autoriteiten zijn goedgekeurd.

Hoe omzeilen Iraniërs de internetcensuur?

Aangezien de administratieve, wetgevende en religieuze autoriteiten van Iran steeds vaker het internet beperken en intensiever monitoren op persoonlijke communicatie, zoeken Iraanse burgers voortdurend nieuwe methodes om de internetcensuur te omzeilen.

Uit statistieken van het Tor Project blijkt dat het aantal gebruikers van de Tor-browser, dat anoniem internet aanbiedt, tijdens de protesten van 2017 en 2018 is verdubbeld. Berichtenapp Telegram wordt vaak gebruikt voor versleutelde communicatie, hoewel de overheid het regelmatig blokkeert. Bovendien vallen autoriteiten regelmatig groepsbeheerders lastig vanwege de inhoud van berichten die groepsleden plaatsen. De beheerders kunnen ook gearresteerd en opgesloten worden. Desondanks blijft Telegram een populaire methode onder Iraanse burgers om de censuur te omzeilen.VPN Uitgelegd Encryptie

Daarnaast is het gebruik van een VPN-verbinding (Virtual Private Network) een effectieve manier om geblokkeerde websites te bezoeken. Iraniërs gebruiken dit dan ook op grote schaal. De Iraanse regering speelt een soort kat-en-muisspel met VPN-aanbieders. Autoriteiten doen continu pogingen om de IP-adressen van populaire VPN-aanbieders op te sporen en te blokkeren.

De Iraanse overheid maakt gebruik van deep packet inspection (DPI) software om internetverkeer van VPN-poorten op te sporen en te blokkeren. Dit dwingt VPN-aanbieders om methodes te gebruiken die VPN-verkeer vermommen als regulier HTTPS-verkeer. VPN-diensten die in staat zijn om overheidssoftware te verwarren, hebben de meeste kans om hun gebruikers ongefilterde toegang tot het internet te bieden.

Om deze reden is NordVPN een goede VPN-provider om te gebruiken in Iran. NordVPN heeft speciale obfuscated servers, waardoor zelfs geavanceerde detectiemechanismen zoals deep packet inspection niet kunnen zien dat je een VPN gebruikt.

NordVPN
Actie:
Tijdelijk €2.80 per maand bij een 2-jarig abonnement
Vanaf
€2.80
9.3
  • Uitstekend beveiligd en uitgebreid servernetwerk
  • Mooie en elegante applicatie
  • Geen logs
Bezoek NordVPN

Iraanse wetgevers werken aan een wetsontwerp dat de censuur in het land versterkt. Het voorstel pleit voor “het ordenen van sociale media” en het verbod op VPN-software. Dit ontwerp maakt het voor veel Iraniërs dus lastiger om de internetbeperkingen en blokkades in het land te omzeilen.

Conclusie

De Iraanse regering censureert het internet om inhoud te beperken die niet overeenkomt met het ideaal. Doordat het leger en de Revolutionaire Garde een controlerend belang hebben in de staatsmonopolie op telecommunicatie, is censuur in Iran helaas wijdverbreid.

De technologie die de overheid gebruikt om de censuur toe te passen wordt steeds verfijnder. Zo maken ze gebruik van intelligente software die websites inhoudsbeperkingen kan opleggen. Bovendien gebruiken ze deep packet inspection om VPN-gebruik tegen te gaan. Iraanse burgers die betrapt worden op het gebruik van middelen die de censuur omzeilen, krijgen zware straffen opgelegd. Aanzienlijke gevangenisstraffen zijn in het land niet zeldzaam.

Ondanks de risico’s en beperkingen zijn Iraniërs niet geheel weerloos tegen het repressieve regime. De bevolking van Iran blijft gebruik maken van methodes als VPN’s, versleutelde berichtenapps (zoals Telegram) en de Tor-browser om de internetcensuur te omzeilen.

Wil je meer te weten komen over censuur in andere landen? Bekijk dan onze volgende artikelen:

Internetcensuur in Iran: veelgestelde vragen

Heb je vragen over de internetcensuur in Iran? Bekijk dan onze veelgestelde vragen en vind hier je antwoord!

De theocratische regering van Iran probeert met de censuur de interne stabiliteit van de staat te versterken. Doordat de religieuze, politieke en justitiële autoriteiten in Iran concurreren, zijn de censuurbeslissingen vaak politiek gemotiveerd.

De regering censureert “immorele” inhoud, zoals pornografie en LHBTIQ+-bronnen. “Onislamitische inhoud”, ofwel inhoud die in strijd is met de voorschriften van de staatsgodsdienst, wordt tevens gecensureerd. Ook inhoud die de politieke veiligheid van Iran bedreigt, is verboden. In Iran wordt bovendien online communicatie gecontroleerd om protesten in het land te voorkomen.

Iran censureert het internet door middel van controle over internetproviders. Overheidsinstanties bezitten namelijk aandelen in de telecommunicatie. Bovendien legt de regering snelheidsbeperkingen op, met name tijdens protesten. Ook zijn websites verplicht zich te registreren, zodat de overheid online content kan controleren.

Je kunt de internetcensuur in Iran onder andere omzeilen door middel van de Tor-browser of versleutelde berichtenapps zoals Telegram. Daarnaast worden VPN’s vaak gebruikt als middel om de censuur te omzeilen. NordVPN is een uitstekende VPN om te gebruiken in Iran. Lees meer over de censuur in Iran in ons volledige artikel.

Tech redacteur
Emi heeft een achtergrond in internationale betrekkingen en veiligheid en is met name geïnteresseerd in overheidscensuur en internetvrijheid. Vraagstukken over online privacy en vrijheden worden door de digitalisering namelijk steeds vaker een politieke kwestie.
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen