Web van verschillende apparaten en verbindingen om het internet te illustreren

Wat is het internet?

Laatst bijgewerkt: 6 augustus 2019
Leestijd: 9 minuten, 56 seconden

Het internet is snel uitgegroeid tot een belangrijk onderdeel van onze samenleving. Overal om je heen vind je het terug: reclames voor Netflix in bushokjes, QR-codes (een soort streepjescode) op producten en Happy Meals, advertenties van online shops in de brievenbus – het internet is iets vanzelfsprekends geworden. Het lijkt daardoor misschien een beetje gek om te vragen hoe het internet nu eigenlijk werkt. Gelukkig bestaan er geen domme vragen. Het internet is een erg complex systeem waarvan veel mensen niet precies weten hoe het werkt. Daarom verdient het wat uitleg.

In dit artikel bespreken we de basis van het internet. Wat is een internetverbinding? Wat gebeurt er als je naar een webpagina zoekt? Hoe brengt het internet ons allemaal zo gemakkelijk met elkaar in contact? Kortom, alles wat je moet weten over de werking van het wereldwijde web.

Hoe is het internet ontstaan?

Het internet is een wereldwijd openbaar netwerk. Het heeft geen ‘eigenaar’: er is niemand die de volledige controle over het hele internet heeft. Dit maakt het zo’n fantastische bron van vrijheid en informatie. Iedereen kan er gebruik van maken en data kan er razendsnel mee worden uitgewisseld.

Netwerk voor defensie

In 1969 werd de basis voor het internet gelegd door het Amerikaanse Ministerie van Defensie. Dit ministerie werkte aan een systeem dat eigenlijk alleen bedoeld was voor interne zaken. Na een tijd veranderden ze hun protocol naar het internetprotocol (afgekort tot IP, wat je wellicht bekend in de oren klinkt). Uiteindelijk bleken de technieken achter dit netwerk perfect voor een succesvol massaproduct.

Het internet groeide snel uit tot het meest populaire en grootste computernetwerk ter wereld. Vandaag de dag is bijna de helft van de wereldbevolking ermee verbonden. In de meeste westerse landen heeft zo’n 80% of meer een internetverbinding. Het web is zo’n belangrijk deel van ons leven geworden dat velen niet meer zonder kunnen. Over het algemeen valt ‘het internet’ op dit moment onder te verdelen in drie categorieën: het ‘surface web’, het ‘deep web’ en het ‘dark web’. Hier komen we later nog op terug.

Hoe werkt het internet?

Scherm met spraakballonnetjes

Hoe zit dit er in de praktijk uit? In principe is het internet niets meer dan een groot computernetwerk. In dit geval betekent ‘computer’ meer dan enkel desktops en PC’s zoals je waarschijnlijk gewend bent. Elk apparaat dat het internet op kan is in principe te zien als een computer, of dit nu een laptop, smartphone, smart watch of zelfs je slimme koelkast is. Ook servers in datacenters zijn eigenlijk niets anders dan computers waarmee te communiceren is. Ieder apparaat krijgt een eigen ‘naam’: een IP-adres. Met dit IP-adres wordt je apparaat deel van het netwerk en kan het met andere computers communiceren. Je kunt je computer ‘fysiek’ verbinden met het internet door middel van een kabel, maar tegenwoordig gaat veel internetverkeer draadloos: via wifi-netwerken of mobiele netwerken zoals 3G en 4G.

Kabels en protocollen

Het unieke aan het internet is dat het wereldwijd is. Over de hele wereld liggen duizenden kilometers aan glasvezelkabels die internationaal internetverkeer mogelijk maken. Deze lopen ook over de bodem van de oceaan. Koper- en radioverbindingen en satellieten kunnen eveneens voor een internetverbinding zorgen, al gaat het overgrote deel tegenwoordig via glasvezel, omdat dat sneller en betrouwbaarder is.

Naast deze tastbare verbindingen zijn er verschillende protocollen die belangrijk zijn voor de werking van het internet. Protocollen bepalen de manier waarop data van de ene naar de andere computer wordt gestuurd. Dit zijn als het ware de dragers van de verschillende ‘pakketjes’ aan informatie die verstuurd worden. Deze protocollen werken allemaal net een beetje anders, maar zorgen ervoor dat computers, die in eerste instantie niets met elkaar te maken hebben, toch met elkaar kunnen communiceren. Hierdoor kun jij vanaf je luie stoel webpagina’s vanuit de hele wereld bezoeken, Spotify luisteren en Skypen met dat verre familielid in Australië.

Webpagina’s en servers

Als je naar je favoriete websites surft, gaat dat vaak in een oogwenk. Je klikt op een link en vervolgens krijg je de juiste webpagina voor je neus. Simpel, zal je misschien denken, maar er zit een heel proces achter deze simpele actie.

Computer met Code

Allereerst moeten we het hebben over webpagina’s. Wat zijn dat nu precies? Een webpagina bestaat uit verschillende stukjes code. Deze code kan in verschillende ‘talen’ geschreven zijn. HTML is een bekende programmeertaal die vooral voor de vorm van de tekst zorgt. Met HTML kun je je tekst bijvoorbeeld gemakkelijk onderstrepen of dikgedrukt maken. CSS is een ander voorbeeld. Deze taal zorgt meer voor de opmaak van een pagina. Al die stukken code vormen samen een webpagina.

Webpagina’s hangen niet in de lucht. Alle code die ons online leven mogelijk maakt, staat opgeslagen op verschillende servers. Deze DNS-servers (Domain Name System) zijn apparaten met harde schijven waar informatie in opgeslagen staat. Servers staan verspreid over de hele wereld in datacentra. Een server helpt het netwerkverkeer te regelen. De meeste servers houden zich alleen bezig met het doorsturen van het internetverkeer naar de juiste plekken, en daarom worden ze ook wel ‘dedicated servers’ genoemd. In theorie kan elke computer een server zijn, zolang ze maar informatie delen met verschillende andere apparaten. Vanuit servers kunnen webpagina’s opgevraagd worden. Elke webpagina staat bekend onder een IP-adres, en dit adres correspondeert met een domeinnaam. Een voorbeeld van een domeinnaam is www.vpngids.nl.

Omdat deze adressen en domeinnamen aan elkaar verbonden zijn, kun jij gemakkelijk bij de juiste webpagina terechtkomen zonder een reeks cijfertjes te hoeven onthouden. Je voert binnen jouw browser (Chrome, Safari, Edge enzovoort) de juiste domeinnaam in. Dit signaal wordt via jouw internetprovider (KPN, Ziggo enzovoort) doorgestuurd naar de juiste DNS-server. De server waar de webpagina met deze domeinnaam op staat, stuurt jou vervolgens de juiste code toe. De browser waar je mee werkt is dus niet ‘het internet’, zoals veel mensen denken. In plaats daarvan is het enkel een manier om code bij servers op te vragen.

Het internet als de IKEA

Fijn, al die technische informatie, maar dat is allemaal behoorlijk abstract. Wat gebeurt er als je naar een bepaalde website surft? We lopen het stap voor stap met je door. Voor het gemak vergelijken we het internet hier even met de IKEA. Zie het opvragen van een webpagina als het aanschaffen van een BILLY-boekenkast. Vóór je een webpagina op je beeldscherm te zien krijgt – of je boekenkast in de woonkamer hebt staan – moet er een hoop gebeuren.

Je ziet de kast (webpagina) in de showroom en weet dat je hem wilt hebben. Je schaft het dus aan en stuurt als het ware een ‘aanvraag’ voor het product naar de IKEA, die de aanvraag doorsturen naar de juiste afdeling (DNS-server). Je kiest voor de bezorgservice, want dat is wel zo makkelijk. Vervolgens komt er een team aan met de losse onderdelen van je kast; alle planken en schroeven. Zij zetten de kast ook nog eens voor je in elkaar (oké, dit is misschien niet helemaal hoe het gaat bij de IKEA, maar geen enkele metafoor is perfect). Helemaal compleet staat de kast uiteindelijk op de perfecte plek in jouw huis.

Zo gaat het ook met je webpagina. Je ziet een link – misschien op Google – die je wel interessant vindt. Je klikt erop en verstuurt daarmee een aanvraag naar de server voor de juiste webpagina. De server ontvangt jouw aanvraag, vindt de webpagina en stuurt deze naar je op. De pagina wordt niet in één deel, maar in pakketten opgestuurd: allemaal losse stukjes code. Deze pakketjes worden naar jouw computer gestuurd en in elkaar gezet. Zodra elk schroefje op de juiste plek zit, zie jij de webpagina in jouw browser.

Uitleg van wat het Internet is met als vergelijking het bestellen van een Ikea kast

De verschillende delen van het internet

De meeste mensen bevinden zich tijdens het surfen over het algemeen op het ‘normale’ deel van het internet: het surface web. Dit deel is openlijk toegankelijk voor iedereen en wordt enigszins gecontroleerd. Illegale activiteiten die op dit deel van het internet staan, worden gemakkelijk achterhaald en uit de lucht gehaald. Dit zichtbare deel van het internet is echter niet álles wat het internet te bieden heeft. Er zijn nog twee delen van het internet waar je wellicht wat over wilt weten: het deep web en het dark web.

Het deep web

Het deep web is het deel van het internet waar niet iedereen bij kan. Denk hierbij aan afgesloten netwerken en privéprofielen. Facebook is een bekend voorbeeld: alleen jij kan via jouw account jouw gepersonaliseerde tijdlijn zien. Hier heb je toegang tot de content van vrienden die hun profiel niet openbaar hebben staan. Dit is een deel van het deep web. Ook online clouds als Google Drive en bijvoorbeeld bedrijfsnetwerken en universiteitsdatabases horen in dit stukje van het internet. Je hebt meestal een inlognaam en wachtwoord nodig om hier toegang toe te krijgen.

Het dark web

Het dark web is nóg meer verborgen. In zekere zin is het onderdeel van het deep web, aangezien niet iedereen er zomaar toegang tot heeft. Het gaat echter nog een stapje verder. Je kunt het dark web niet bereiken met een normale browser of zoekmachine. Google Chrome, Internet Explorer, Safari en Firefox zullen je dus geen toegang geven tot het dark web. De Tor-browser geeft je wel toegang tot het dark web. Dit is een aparte browser met extra beveiligingsmaatregelen.

Het dark web staat over het algemeen bekend als een plek waar veel criminaliteit broedt. Er is geen officiële controle en dus geldt er complete internetvrijheid. Je vindt er zwarte markten, botnets en gevaarlijke websites met virussen. Natuurlijk heeft de internetvrijheid die het dark web biedt ook veel voordelen. Er kan op het dark web bijvoorbeeld compleet anonieme communicatie gevoerd worden. Mensen uit landen waar vrijheid van meningsuiting niet vanzelfsprekend is, kunnen hier vrijuit spreken. Dit is cruciaal voor bijvoorbeeld journalisten die willen rapporteren omtrent regeringen die deze vrijheid onderdrukken.

Internetveiligheid en privacy

Laptop met SlotHet is ondertussen een gegeven dat het internet hier is om te blijven. Alternatieven zijn er nauwelijks en er is zeker geen concurrerend systeem dat net zo groot en veelgebruikt is. Het internet werkt nu eenmaal goed. Vrije en snelle communicatie over de hele wereld is fantastisch. Nog nooit werd er zo snel en zo veel informatie tussen mensen uitgewisseld. Toch is het ook belangrijk om ons bewust te zijn van de nadelen van dit systeem.

De laatste jaren is er veel te doen geweest over online privacy en veiligheid. Onze gegevens kunnen binnen een oogwenk de hele wereld overgestuurd worden. Dit is ontzettend handig, maar kan ook flinke problemen veroorzaken. Niet iedereen hoeft immers je adres, telefoonnummer of gezondheidsinformatie te weten. Wie kan zien wat je online doetWaar je bent? Welke informatie van jou is openbaar beschikbaar op zoekmachines zoals Google? Dit zijn de vragen waar veel mensen zich zorgen over maken.

Bovendien is het internet niet alleen onderdeel geworden van ons dagelijks leven, maar zijn problemen uit ons dagelijks leven ook het internet op gegaan. Online criminaliteit (cybercrime) is een groeiend probleem. Identiteitsfraude, het stelen van creditcardgegevens, afluisteren en phishing zijn allemaal mogelijk met behulp van het internet. Vandaar dat het belangrijk is jezelf online goed te beschermen. Zie het als de digitale equivalent van je voordeur op slot doen. Veilig internetten is mogelijk en hoeft niet moeilijk te zijn. Gebruik bijvoorbeeld goede wachtwoorden, let erop of websites een https-verbinding hebben, en kies voor een VPN die jouw data goed versleutelt en anonimiseert.

Samenvattend

Het internet is een complex systeem dat wereldwijd wordt gebruikt. Het werkt met het doorsturen van codes, die via servers bij jouw computer terechtkomen. Langs glasvezelkabels, radiokabels en draadloze netwerken zoals 4G worden gigantische hoeveelheden informatie uitgewisseld. Dit is ontzettend handig en zorgt ervoor dat we binnen no-time kunnen communiceren met bijna de helft van de wereldbevolking. Er komen echter ook een aantal risico’s bij kijken, zoals cybercrime en aanvallen op je privacy. Gelukkig zijn er manieren om je hiertegen te beschermen. Daarna kun je zonder zorgen gebruikmaken van het internet.

Hoofdauteur:

Meer artikelen uit het ‘Veilig surfen’ dossier

Reacties
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen