vrouw zit achter laptop met koptelefoon op terwijl ze met pen en papier aantekeningen maakt
© fizkes/Shutterstock.com
Geen AI: al onze artikelen zijn geschreven door echte mensen, zonder gebruik van AI
Inhoudsopgave

Online veiligheid en privacy is belangrijk, daar zal iedereen het over eens zijn. Uit recent onderzoek van I&O Research in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat blijkt dat 54% van de Nederlanders zich zorgen maakt over online veiligheid.

Toch wil 55% van de Nederlanders niet betalen voor een wachtwoordmanager en vindt 46% het veel gedoe om voor alle accounts een apart wachtwoord te hebben. Die afwezigheid van een directe link tussen onze opvattingen over het belang van privacy en ons gedrag wordt de privacyparadox genoemd.

Ik zal eerlijk toegeven dat dit voor mij herkenbaar is. Natuurlijk vind ik als redacteur van VPNGids privacy en online veiligheid belangrijk. Maar dat wil niet zeggen dat ik ook altijd alle maatregelen neem om mijn online privacy te beschermen.

Ik accepteer bijvoorbeeld met regelmaat marketingcookies. Meteen doorklikken zonder mijn voorkeuren aan te passen is wel zo makkelijk. Ik maak nog steeds gebruik van sociale media, ondanks alle privacyschandalen. En zo kan ik nog wel meer voorbeelden opnoemen.

Hoe komt het dat een groot deel van de Nederlanders – waaronder ik zelf – zich wel zorgen maakt om online veiligheid, maar daar niet altijd naar handelt? Waar komt deze privacyparadox vandaan? En belangrijker nog: kan er iets tegen gedaan worden?

Privacyparadox en privacycynisme

Voor de privacyparadox zijn in het verleden verschillende verklaringen genoemd. Zo zouden mensen een rationele afweging maken tussen de risico’s en de voordelen. Daar kan ik me wat bij voorstellen. Want ik vind het wel zo makkelijk om via de diensten van Meta, zoals Instagram en WhatsApp, meteen een groot aantal mensen te kunnen bereiken, ook al ben ik me bewust van de privacyrisico’s van sociale media.

Een andere verklaring is dat sociale structuren en normen een grote invloed hebben. Ook dat klinkt logisch. Want wil ik daadwerkelijk degene zijn die apart gemaild moet worden over iets dat in de WhatsApp-groep is besproken? Of die de nieuwste hype op TikTok niet meegekregen heeft?

Recent onderzoek van de Radboud Universiteit onder leiding van dr. Iris van Ooijen gooit een extra factor in het debat: privacycynisme. Dit is een gevoel van machteloosheid over het onderwerp online privacy. Mensen die veel last hebben van privacycynisme beschermen hun online gegevens niet, omdat zij denken dat dit toch geen zin heeft. Dat wil echter niet zeggen dat deze mensen privacy niet belangrijk vindt.

Protection Motivation Theory

In hoeverre wij onze data en privacy beschermen kan verklaard worden aan de hand van de Protection Motivation Theory. Daarbij wordt gekeken naar twee factoren die elkaar beïnvloeden: de dreiging en de mogelijkheid tot bescherming.

De eerste factor is de waargenomen grootte van de dreiging. Logischerwijs geldt, hoe groter de waargenomen dreiging is, hoe waarschijnlijker het is dat mensen zich ertegen willen beschermen. Hoe groot men de dreiging acht is weer afhankelijk van drie andere factoren:

  • De inschatting van de ernst van de dreiging. Hoe erg is het als je bankaccount gehackt wordt? Hoe erg is het als je wachtwoord van je e-mailaccount op straat ligt? Wat zijn de gevolgen van het downloaden van malware?
  • De inschatting van de eigen kwetsbaarheid. Hoe groot is de kans dat juist jouw account gehackt wordt? Hoe waarschijnlijk is het dat jij een virus op je device krijgt?
  • De inschatting van de voordelen van het privacygevoelige diensten. Hoe handig is het om gebruik te kunnen maken van sociale media? Hoeveel nieuwe contacten kun je leggen met een datingapp? Hoe makkelijk is communicatie met vrienden en familie via Whatsapp? Hoe groter je deze voordelen inschat, hoe kleiner je de waargenomen dreiging inschat.

De tweede factor hangt samen met de mogelijkheid en de kosten van beschermende maatregelen. Logischerwijs zullen mensen eerder beschermende maatregelen nemen als dit minder moeite kost. Ook deze factor bestaat uit drie onderdelen:

  • De mate waarin mensen ervanuit gaan dat ze zelf in staat zijn om hun privacy online te beschermen (zelf-efficiëntie). Herken je een phishing-mail? Weet je hoe je marketingcookies af kan wijzen? Kun je voorkomen dat anderen achter jouw locatie kunnen komen?
  • De ingeschatte efficiëntie van de maatregelen. Hoe goed werkt een virusscanner? Hoe zinvol is het om cookies steeds af te wijzen? Heeft het zin om een VPN-verbinding te gebruiken?
  • De ingeschatte kosten (in tijd, moeite en geld). De kosten hebben uiteraard een negatieve invloed. Hoe meer tijd, moeite of geld een maatregel kost, hoe meer dat remmend werkt.

De mogelijkheid en kosten van bescherming bepalen normaal gezien samen met de ingeschatte grootte van de dreiging welke stappen je gaat zetten om je privacy te beschermen. Maar het onderzoek van de Radboud Universiteit heeft aangetoond dat dit niet geldt voor privacycynische mensen.

Schematische weergave van de

Invloed van privacycynisme

Privacycynisme heeft volgens dit nieuwe onderzoek geen invloed op de inschatting van de ernst van de dreiging, noch op de inschatting van de zelf-efficiency. Privacycynische mensen kunnen dus van mening zijn dat de dreiging groot is. Ook kunnen ze denken dat ze zelf in staat zijn beschermende maatregelen te nemen.

Toch doen ze dat niet. Privacycynisme heeft namelijk, zo blijkt uit de resultaten, echter wel een invloed op de relatie tussen de ingeschatte kwetsbaarheid en de beschermende maatregelen die iemand neemt.

Zie je jezelf als kwetsbaar, dan zul je normaal gezien meer beschermende maatregelen nemen. Maar voor privacycynische mensen geldt dit juist niet. De relatie wordt zelfs negatief en ze nemen juist minder bescherming in acht naarmate ze zichzelf kwetsbaarder achten.

Hetzelfde geldt voor de kosten (in tijd, moeite en geld). Normaal geldt, hoe lager de kosten, hoe meer beschermende maatregelen mensen treffen. Bij privacycynische mensen leiden lagere kosten juist tot minder privacybescherming. Privacycynisten beschermen zich dus ook niet als de mogelijkheden er wel zijn.

Wat betekent dit voor communicatie over online privacy?

Bedrijven en overheden verzamelen steeds grotere hoeveelheden data. Deze big data worden gebruikt om bepaalde patronen en statistieken te ontdekken. Die ontdekte patronen kunnen organisaties vervolgens weer inzetten om hun beleid te bepalen.

Big data en zijn groot en onoverzichtelijk en veel mensen kunnen niet meer behappen welke bedrijven welke data over hen verzamelen. Laat staan wat organisaties ermee doen. Daardoor krijgen steeds meer mensen het gevoel dat ze geen tot weinig controle hebben over hun gegevens.

Het helpt ook niet mee dat bedrijven gegevens regelmatig misbruiken, doorverkopen of op een onrechtmatige manier inzetten. Denk bijvoorbeeld aan de privacyschandalen bij Facebook of aan de toeslagenaffaire. Ik vind het dan ook niet gek dat steeds meer mensen denken dat het beschermen van hun privacy weinig zin heeft.

Bij communicatie en educatie rondom online veiligheid is het dus belangrijk om rekening te houden met het bestaan van privacycynische personen. Maar hoe kan ik als techredacteur deze mensen bereiken?

4 tips voor het bereiken van privacycynisten, met illustraties

1. Bewust maken van eigen privacycynisme
2. Laten zien welke stappen er gezet worden voor online privacy
3. Zelf-efficiëntie verhogen
4. Ernst van de dreiging duidelijk maken

Bewustzijn privacycynisme

Communicatie over online privacy en veiligheid zou zich meer moeten richten op het verminderen van privacycynisme. Dat kan op een tweetal manieren: mensen bewust maken van hun eigen cynisme en laten zien dat privacy er in deze maatschappij wel toe doet via wetgeving en rechtszaken rondom online veiligheid.

Allereerst is het dus belangrijk om mensen bewust te maken van hun eigen privacycynisme. Alhoewel het een heel begrijpelijke houding is, is de privacycynische mens juist extra kwetsbaar. Dit komt omdat hij minder beschermende maatregelen neemt, omdat hij meent dat dit toch geen zin heeft. Communicatie over deze attitude is dus belangrijk.

Stappen zichtbaar maken

Daarnaast lijkt het me ook belangrijk om aan te geven dat er wel degelijk stappen worden gezet om de privacy van burgers te beschermen. Ik denk daarbij aan nieuwe wetgeving zoals de Europese Digital Services Act (DSA) die onder andere zal zorgen voor meer transparantie rondom online profilering.

Ook rechtszaken tegen bedrijven die privacy schenden geven aan dat privacy nog steeds belangrijk gevonden wordt in deze maatschappij en dat instanties stappen zetten om de invloed van Big Tech te verminderen. Denk bijvoorbeeld aan de rechtszaak tegen Mark Zuckerberg vanwege zijn rol in het privacyschandaal rondom Cambridge Analytica. Of aan de schadeclaim die geëist wordt van TikTok vanwege het schenden van de privacy van kinderen. Deze voorbeelden laten zien dat het wel zin heeft om op te komen voor je eigen online privacy.

Zelf-efficiëntie en ernst van de dreiging

Het onderzoek van de Radboud Universiteit toont aan dat juist communicatie over zelf-efficiëntie en over de ernst van de dreiging invloed heeft op gedrag, ook voor privacycynische mensen. Communicatie over de kwetsbaarheid en de kosten heeft juist geen invloed op gedrag voor deze groep.

Als techredacteur is het mijn doel om zoveel mogelijk mensen te motiveren om hun online privacy te beschermen. Daarom is het dus belangrijk om juist de zelf-efficiëntie en de ernst van de dreiging aan te kaarten.

De zelf-efficiëntie kan volgens mij verhoogd worden door te laten zien hoe mensen hun privacy kunnen beschermen. Dit kan gaan van informatie over de basis van online veiligheid tot het maken van veilige wachtwoorden of het installeren van browserextensies.

Met duidelijke uitleg en indien nodig stappenplannen kunnen mensen het gevoel krijgen dat ze voldoende kennis hebben van online privacy om hier zelf mee aan de slag te gaan. Als redacteur bij VPNgids zit ik in de mooie positie dat ik andere mensen handvatten aan kan reiken om hun online veiligheid te vergroten.

Om de ernst van de dreiging duidelijk te maken is het denk ik belangrijk om te laten zien wat de gevaren én de gevolgen zijn van het online schenden van privacy. Wat weten online diensten van je? Op welke manier gebruiken ze die informatie? Op welke manier is die informatie in het verleden misbruikt? Ook hier kan ik als redacteur een belangrijke rol spelen.

Conclusie

We weten dat onze online privacy onder druk staat, maar toch heeft dat lang niet altijd consequenties voor ons gedrag. Ik zie deze tegenstrijdigheid om me heen en maak me er zelf ook schuldig aan. Klagen over de privacyschandalen van Meta en toch je mooiste vakantiefoto’s op Instagram zetten. Je zorgen maken over online profilering en toch overal inloggen met je Google-account.

Deze privacyparadox kan onder andere verklaard worden vanuit privacycynisme: een gevoel van machteloosheid over het nut van online bescherming. Wat heeft het allemaal voor een zin? Het ironische is dat privacycynisme mensen juist extra kwetsbaar maakt: ze nemen minder makkelijk beschermende maatregelen, ook niet als dat weinig moeite kost.

Als techredacteur vind ik dit een waardevol inzicht. Ik vind het belangrijk om me ervan bewust te zijn dat een deel van de mensen die ik wil bereiken bestaat uit privacycynisten. Door deze kennis van mijn doelgroep kan ik in mijn communicatie rekening houden hiermee, onder andere door aandacht te besteden aan het onderwerp zelf.

Wil dat zeggen dat alle communicatie over online veiligheid enkel voor deze doelgroep moet zijn? Nee, het is belangrijk om ook de rest van de doelgroep niet te vergeten: mensen die zich wel bewust willen beschermen. Natuurlijk is een gedeelte van de berichten die relevant zijn voor privacycynisten ook voor hen relevant, zoals stappenplannen over hoe je je veilig op het internet kan begeven. Maar zullen ze ook andere interesses hebben.

Nog een laatste opmerking: om het tij van privacycynisme te keren is er meer nodig dan communicatie. Ik gaf aan dat het goed is om aandacht te besteden aan wetgeving en rechtszaken rondom online privacy om te laten zien welke stappen voorwaarts er zijn gezet.

Maar er zijn uiteraard ook nog heel veel stappen te zetten, zowel door bedrijven als overheidsinstanties. Als we willen dat er meer vertrouwen komt, is het belangrijk dat er meer transparantie komt over hoe er omgegaan wordt met privacygevoelige gegevens.


De informatie onder ‘Privacyparadox en Privacycynisme’ is gebaseerd op het artikel ‘Privacy Cynism and its Role in Privacy Decision-Making’ van Iris van Ooijen, Claire Segijn en Suzanna Opree.

Laat een reactie achter