Hacker aan het werk op zijn computer
© Syda Productions/Shutterstock.com
Geen AI: al onze artikelen zijn geschreven door echte mensen, zonder gebruik van AI
Inhoudsopgave

Een meerderheid van de PEGA-commissie heeft ingestemd met haar eindverslag over de inzet en misbruik van spyware in Europa. De commissie vindt dat er strenge regels moeten komen die bepalen wanneer lidstaten spionagesoftware mogen inzetten. Tevens dient er een EU Tech Lab te worden opgericht die forensisch onderzoek kan instellen om te kijken of iemand is afgeluisterd met behulp van spyware.

Dat schrijft het Europees Parlement in een persverklaring.

Dit ging eraan vooraf

Afluisterpraktijken met behulp van spyware is al jaren een groot probleem in Europa. Deze spionagesoftware wordt gebruikt om onder meer sms-berichten, e-mails, foto’s, video’s, contact- en locatiegegevens van kritische politici, journalisten en mensenrechtenactivisten te vergaren. Deze informatie vertelt precies wat iemand uitspookt, waar dat gebeurt en wanneer. Het is niet alleen een regelrechte schending van de privacy van die persoon, het kan tevens levensgevaarlijk zijn.

Je denkt nu misschien dat alleen landen met een autoritair regime zich schuldig maken aan dit soort spionagepraktijken. Niets is echter minder waar: de meeste Europese lidstaten gebruiken spyware om bijvoorbeeld de oppositie of demonstranten te monitoren. Zo weten we dat politici uit onder meer Catalonië, Spanje, Griekenland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Polen en Hongarije zijn afgeluisterd met behulp van Israëlische spyware genaamd Pegasus.

Begin 2022 besloot het Europees Parlement om een onderzoekscommissie in te stellen. Het doel van de PEGA-commissie was om te achterhalen in hoeverre spyware als Pegasus wordt gebruikt tegen de democratische oppositie. In maart van dat jaar werd Sophie in ’t Veld (D66) benoemd tot rapporteur van de onderzoekscommissie, Jeroen Lenaers (CDA) werd verkozen tot voorzitter.

Onderzoekscommissie kritisch over inzet spyware in sommige lidstaten

Eind vorig jaar presenteerde de PEGA-commissie een conceptversie van haar onderzoeksrapport. Belangrijkste conclusie was dat vrijwel alle EU-lidstaten gebruik maken van spionagesoftware als Pegasus, Predator en Hermit. Zelfs de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) zou spyware hebben gebruikt om Ridouan Taghi, de hoofdverdachte in het Marengo-proces, op te sporen.

In Hongarije maakt spyware zelfs een integraal onderdeel uit van een “berekende en strategische campagne om de vrijheid van de media en de vrijheid van meningsuiting door de regering te vernietigen”, zo stelt de onderzoekscommissie. Over Polen zeggen commissieleden dat Pegasus deel uitmaakt van “een systeem voor toezicht op de oppositie en critici van de regering, ontworpen om de regerende meerderheid en de regering aan de macht te houden”.

Over Griekenland zeggen Europarlementariërs dat het gebruik van spyware “geen onderdeel lijkt te zijn van een integrale autoritaire strategie, maar eerder een instrument dat op ad hoc basis wordt gebruikt voor politiek en financieel gewin”.

PEGA-commissie komt met deze aanbevelingen

Leden van de PEGA-commissie roepen op om direct een einde te maken aan illegale spionagepraktijken, of met strenge regels te komen. Als het aan hen ligt mag spyware alleen in uitzonderlijke gevallen ingezet worden voor een vooraf bepaald doel en een beperkte tijd. Daarnaast pleit de commissie voor een inlichtingenplicht als iemand wordt afgeluisterd omdat hij deel uitmaakt van toezicht op een ander.

Verder moet er een gemeenschappelijke definitie komen van de term ‘nationale veiligheid’. Nu wordt ‘nationale veiligheid’ te pas en onpas gebruikt om surveillance te rechtvaardigen. Onder deze noemer komt er veelal geen verdere informatievoorziening op gang. Om illegale afluister- en monitorpraktijken aan het licht te brengen, pleit de PEGA-commissie ervoor om een EU Tech Lab op te richten. Onderzoekers krijgen dan bevoegdheden om surveillance te onderzoeken en forensisch onderzoek te verrichten.

Tot slot willen de Europarlementariërs die deel uitmaken van de onderzoekscommissie dat er een diepgaand onderzoek wordt gedaan naar exportvergunningen voor spyware. De EU moet optrekken met de Verenigde Staten om een gezamenlijke strategie tegen spyware te formuleren. Tevens moeten er gesprekken met Israël en andere landen worden gevoerd over de ontwikkeling, inzet en export van spyware.

Rapporteur: ‘Spyware zonder toezicht vormt een bedreiging voor de Europese democratie’

Van de 37 Europarlementariërs in de PEGA-commissie, stemden er dertig in met het onderzoeksrapport. Drie stemden tegen en vier onthielden zich van stemmen. De lijst met aanbevelingen werd eveneens met dertig stemmen aangenomen. Vijf leden stemden tegen en twee brachten geen stem uit. Het laatstgenoemde document wordt op maandag 12 juni tijdens een plenaire sessie van het voltallige Europees Parlement in stemming gebracht.

Commissievoorzitter Lenaers is te spreken over de uitkomsten. “Ons onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat spyware in verschillende EU-lidstaten is gebruikt om grondrechten te schenden en de democratie in gevaar te brengen (…) Het gebruik van spyware moet altijd proportioneel zijn en toegestaan door een onafhankelijke rechterlijke macht, wat in sommige delen van Europa helaas niet het geval is. Strenger toezicht op EU-niveau is nodig om ervoor te zorgen dat het gebruik van spyware de uitzondering is, om ernstige misdrijven te onderzoeken, en niet de norm.”

Rapporteur In ’t Veld voegt daar het volgende aan toe: “Vandaag sluit de enquêtecommissie haar werkzaamheden af. Dit betekent niet dat het werk van dit Parlement klaar is (…) Het onbelemmerde gebruik van commerciële spyware zonder behoorlijk gerechtelijk toezicht vormt een bedreiging voor de Europese democratie, zolang er geen verantwoording wordt afgelegd. Digitale hulpmiddelen hebben ons allemaal op verschillende manieren mondiger gemaakt, maar ze hebben regeringen veel machtiger gemaakt. We moeten die kloof dichten.”

Laat een reactie achter