Man haalt een gesloten envelop uit een archiefkast
© Stokkete/Shutterstock.com
Geen AI: dit artikel is geschreven door echte mensen, zonder gebruik van AI
Inhoudsopgave

Consumenten hebben weinig vertrouwen als het gaat om de bescherming van hun persoonsgegevens. Eén op de vijf is om die reden gestopt met de dienst van een bedrijf dat te maken heeft gehad met een datalek. Een bijna even grote groep heeft juridische stappen ondernomen tegen het desbetreffende bedrijf, of overweegt dit te doen.

Dat blijkt uit onderzoek van Thales onder ruim 21.000 consumenten wereldwijd.

Wantrouwen in Europa groter dan elders

Socialemediabedrijven, de overheid en media- en entertainmentorganisaties worden het meest gewantrouwd door consumenten. Partijen als banken en andere financiële instellingen, zorginstanties en bedrijven die consumentenelektronica verkopen genieten daarentegen het meeste vertrouwen. Een verklaring daarvoor hebben de onderzoekers niet.

Wel constateren ze dat er grote verschillen zijn in het vertrouwen van consumenten tussen landen. In Europese landen is het wantrouwen een stuk groter in vergelijking met Zuid-Amerikaanse landen en landen uit het Midden-Oosten. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), de Europese privacywetgeving, heeft er wellicht voor gezorgd dat Europeanen zich meer bewust zijn van hun recht op privacy en zodoende minder vertrouwen hebben in bedrijven die persoonsgegevens verwerken en delen.

Meer dan driekwart van de consumenten (82 procent) zegt de negatieve gevolgen van een datalek te ervaren. Ze zijn bang dat hun financiële gegevens of privégegevens worden misbruikt door internetcriminelen. Een andere angst is dat oplichters gericht proberen om hen op te lichten met hun eigen gegevens. Een kwart van de ondervraagden zegt bezorgd te zijn hierover.

Consumenten nemen zelf maatregelen om persoonsgegevens te beschermen

Consumenten nemen rigoureuze maatregelen om zichzelf te beschermen voor de gevolgen van een datalek. Zo maakt één op de vijf consumenten niet langer gebruik van de diensten van een bedrijf als deze getroffen is door een datalek. 17 procent van de respondenten geeft aan juridische stappen te hebben genomen tegen het bedrijf, of overweegt dit te doen.

Zeven op de tien consumenten (69 procent) voegt extra beveiligingsmaatregelen toe bij financiële instellingen om te voorkomen dat hun persoonsgegevens op straat belanden. Bij e-mailproviders, sociale media en webshops is dat respectievelijk 54 procent, 48 procent en 44 procent. In de gezondheidszorg en de reisbranche ligt dat aandeel met achtereenvolgens 33 procent en 24 procent het laagst.

Op de vraag wat bedrijven die door een lek zijn getroffen moeten doen om herhaling te voorkomen, zeggen respondenten massaal dat deze partijen meer beveiligingsmaatregelen moeten nemen. Dan doelen ze op maatregelen als de implementatie van beveiligingsprotocollen, gebruikersverificatie en het regelmatig uitvoeren van risicoanalyses. Iets meer dan de helft vindt dat dit verplicht zou moeten zijn.

Andere beveiligingsmaatregelen die klanten noemen zijn het compenseren van slachtoffers (53 procent), het in dienst nemen van specialisten om ervoor te zorgen dat het niet opnieuw gebeurt (46 procent), het nemen van de verantwoordelijkheid om de gegevens van slachtoffers op te sporen en te laten teruggeven (43 procent), en het implementeren van strengere regelgeving (42 procent).

Liever betere beveiligingsmaatregelen dan financiële compensatie

Philippe Vallée, vicepresident Digital Identity & Security bij Thales, benadrukt dat financiële compensatie niet de hoogste prioriteit heeft bij consumenten. Zij vinden het belangrijker dat hun persoonsgegevens goed worden beschermd. Ook zien ze liever dat een bedrijf beveiligingsmaatregelen implementeert in plaats van een toezichthouder die hoge boetes oplegt. “Hieruit blijkt dat ze echt tastbare veranderingen willen zien in de gebruikte beveiligingspraktijken”, aldus Vallée.

De beveiligingsspecialist vervolgt zijn verhaal. “Het is duidelijk dat consumenten steeds meer accepteren dat er aan cyberbeveiliging een risicovolle en een lonende kant zit. Ze zijn bereid meer tijd te besteden aan en nadruk te leggen op het beveiligen van de onderdelen van hun online leven die voor hen het belangrijkst zijn. Aangezien gegevens steeds waardevoller worden, zou dit echter ook een les moeten zijn voor organisaties in andere sectoren wat betreft het belang van het toepassen van best practices en het implementeren van goede cyberhygiëne.”

Meerderheid Nederlanders bezorgd om online veiligheid

Uit onderzoek van I&O Research in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat blijkt dat een meerderheid van de Nederlanders bezorgd is om zijn online veiligheid. Dat heeft enerzijds met de werkwijze van cybercriminelen te maken, anderzijds wat zij met de buitgemaakte data kunnen uitvreten.

Om zich hiertegen te beveiligen neemt de helft van de Nederlanders diverse beveiligingsmaatregelen. Dan moet je denken aan het instellen van multifactorauthenticatie, het installeren van een antivirusprogramma en het regelmatig veranderen van wachtwoorden. Een VPN en wachtwoordmanager gebruiken worden eveneens vaak genoemd om hun privégegevens te beschermen. Grootste obstakel is dat er aan deze opties een prijskaartje hangt en de meeste Nederlanders (55 procent) niet bereid zijn om hiervoor te betalen.

Laat een reactie achter