De Turkse regering heeft technologiebedrijven als Facebook, Twitter en YouTube een boete van tien miljoen lira (omgerekend één miljoen euro) opgelegd voor het niet-naleven van nieuwe wetgeving die sinds eind juli van kracht is. De socialemediabedrijven hebben tot op heden geen Turkssprekende aanspreekpunt aangesteld. Als ze dat niet gauw doen zullen de boetes flink oplopen.
Daarvoor waarschuwt Ömer Fatih Sayan, de president van de Informatie en Communicatietechnologie Autoriteit, zo meldt het Amerikaanse persbureau Reuters.
Erdoğan lanceert nieuwe wet voor socialemediabedrijven
Het is eind juli als de regering van Recep Tayyip Erdoğan een nieuwe wet voor socialemediabedrijven aanneemt. Daarin staat dat als zij een melding van ‘illegale content’ ontvangen, dit bericht verplicht binnen 48 uur van hun platform moeten verwijderen. Een ander speerpunt uit de wet is dat sociale netwerken die dagelijks meer dan één miljoen bezoekers hebben, ten minste één vertegenwoordiger met de Turkse nationaliteit moeten aanstellen. Deze persoon fungeert als aanspreekpunt en doorgeefluik van de overheid.
Bedrijven die geen gehoor geven aan de nieuwe regels, lopen het risico om een boete te ontvangen. Deze kan oplopen van één tot tien miljoen lira, oftewel één miljoen euro. Daarnaast stelt het de overheid in staat om het internetverkeer van sociale media af te knijpen. Dit betekent in praktijk dat de regering een platform nagenoeg volledig ontoegankelijk kan maken.
‘Dit is nog maar de eerste stap’
“Buitenlandse bedrijven die in Turkije actief zijn en dagelijks meer dan één miljoen bezoekers hebben, moeten zich aan de nieuwe regels houden”, zo zegt Ömer Fatih Sayan van de Informatie en Communicatietechnologie Autoriteit op Twitter. Nu de wet van kracht is, krijgen bedrijven die geen Turkse vertegenwoordiger hebben aangesteld een boete van tien miljoen lira opgelegd. Het gaat om Facebook, Instagram, Twitter, Periscope, YouTube en TikTok.
Sayan voegt eraan toe dat dit slechts de eerste van vijf stappen is om socialemediabedrijven te straffen die zich niet aan de Turkse spelregels houden. Hij dreigt dat boetes kunnen oplopen tot dertig miljoen lira (drie miljoen euro). Ook riskeren de bedrijven dat ze niet langer advertenties mogen vertonen en dat er de komende vijf maanden gesneden kan worden in hun bandbreedte. Ze raken dan de helft van hun bandbreedte kwijt, wat een grote impact heeft op de laadsnelheid, gebruiksvriendelijkheid, het aantal bezoekers en de inkomsten van de platformen.
Mochten deze maatregelen geen zoden aan de dijk zetten, dan heeft de overheid nog één stok achter de hand. Als paardenmiddel staat de wet toe dat de overheid de bandbreedte van socialemediabedrijven inkrimpt met 90 procent.
Burgerrechtenorganisaties vrezen voor inperking van vrijheid van meningsuiting
Met de wet wil Erdoğan zijn grip op sociale media vergroten. In plaats van een platform te blokkeren, wat in het verleden meer dan eens is gebeurd, geeft de wet handvatten om specifieke content te verwijderen. Internetcensuur, maar dan op een andere wijze. Facebook gaf begin oktober aan geen gehoor te zullen geven aan de oproep om een Turkssprekende vertegenwoordiger aan te stellen.
Nog voordat de wet in werking trad, was er veel kritiek op. Belangen- en burgerrechtenorganisaties zijn bang dat de wet een instrument van de regering is om kritische oppositieleden en activisten de mond te snoeren. Amnesty International noemde de wet een “brute aanval op de vrijheid van meningsuiting” en stelde dat hij in strijd is met internationale mensenrechten. Human Rights Watch sprak van een “nieuw en duister tijdperk voor online censuur”.
Turkije legt regelmatig internetblokkades op
Turkije en internetcensuur gaan hand in hand. De afgelopen jaren heeft premier Erdoğan meer dan eens sociale media geblokkeerd. In augustus 2016 blokkeerde de Turkse regering Facebook, Twitter, YouTube en Vimeo, omdat contentcreators kritiek hadden op de premier. Eind 2019 deed Erdoğan hetzelfde met Facebook, Twitter en WhatsApp. Langs de Syrische grens was op dat moment een militaire operatie gaande om de Koerden te verdrijven.
De meest beruchte Turkse blokkade komt op naam van Wikipedia. Turkije blokkeerde de internetencyclopedie 991 dagen, omdat enkele pagina’s suggereerden dat de regering nauwe banden had met Islamitische Staat (IS) en de staat terroristische organisaties steunde. Wikipedia weigerde deze teksten offline te halen en aan te passen. Ook via de rechter lukte het niet om Wikipedia aan te pakken. Daarop besloot Erdoğan om de online encyclopedie volledig te blokkeren. De site vormde in zijn ogen een gevaar vormde voor de nationale veiligheid van het land.
