Het demissionaire kabinet heeft het wetsvoorstel over uitbreiding van de bevoegdheden van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) aangepast. Aanleiding hiervoor was de forse kritiek van de Autoriteit Persoonsgegevens en de Raad van State op het oorspronkelijke voorstel. Door de adviezen over te nemen, zijn er extra waarborgen opgenomen.
Dat meldt de overheid in een persbericht.
Kabinet wil juridische basis voor monitoringsmogelijkheden NCTV verstevigen
De NCTV ligt al geruime tijd onder vuur. De organisatie gaat soms ver om te waken over de nationale veiligheid van Nederland. In april van dit jaar onthulde NRC dat de NCTV jarenlang stiekem persoonsgegevens en andere data van prominente Nederlanders heeft verzameld. Medewerkers gebruikten nepaccounts om vooraanstaande activisten, politieke campagneleiders en andere publieke figuren online te monitoren.
Hiervoor was echter geen wettelijke grondslag, zo concludeerden juristen van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Desondanks besloot de top van de NCTV om toch hiermee door te gaan en eventuele risico’s, zoals een boete van de Autoriteit Persoonsgegevens, voor lief te nemen. De onderzoekscommissie Taken en Grondslagen kwam begin dit jaar tot dezelfde slotsom. Volgens haar waren de analyse- en coördinatiewerkzaamheden bij de NCTV ‘juridisch kwetsbaar’ en was ‘juridische versteviging’ noodzakelijk.
“Op grond van deze conclusies heb ik besloten bepaalde specifieke werkzaamheden per 31 maart 2021 op te schorten, in te zetten op versteviging van de grondslag met het oog op de toekomst en in de tussentijd zeer terughoudend te zijn met de verwerking van persoonsgegevens”, schreef demissionair minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus onlangs aan de Tweede Kamer. De minister liet er echter geen misverstand over bestaan: hij wilde de werkzaamheden van de NCTV zo snel mogelijk weer hervatten.
Autoriteit Persoonsgegevens en Raad van State kritisch over wetsvoorstel
Alvorens definitief een wetsvoorstel in te dienen, heeft minister Grapperhaus de Autoriteit Persoonsgegevens en de Raad van State om advies gevraagd. Beide instanties waren kritisch over de Wet verwerking persoonsgegevens coördinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid, zoals de wet voluit heet.
Volgens de toezichthouder schiet het voorstel het doel van de NCTV voorbij. De bevoegdheden van de Nationaal Coördinator zijn niet helder ingekaderd en de juiste waarborgen ontbreken. “Terrorismebestrijding en veiligheid zijn zeer belangrijke onderwerpen. Daarom moet je de werkzaamheden van diensten die daarover gaan goed vastleggen in de wet. Maar dit wetsvoorstel is op belangrijke onderdelen juist heel vaag. En lijkt daardoor meer op een vrijbrief voor de NCTV”, zo zei Aleid Wolfsen, bestuursvoorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens, in reactie op het wetsvoorstel.
Verder meende Wolfsen dat het wetsvoorstel de deur open zet voor “een surveillancemaatschappij, waarbij op grote schaal, en zonder toezicht, allerlei gevoelige informatie over burgers wordt verzameld en gedeeld met andere organisaties”.
De Raad van State maakte zich zorgen over de reikwijdte van de taken van de NCTV. “De taken van de NCTV hebben een duidelijke afbakening nodig, in het bijzonder in verhouding tot de taken van de AIVD. Het wetsvoorstel en de toelichting zijn op dit punt niet duidelijk genoeg”, aldus het hoogste adviesorgaan van de regering. Verder waren de gebruikte begrippen in het wetsvoorstel vaag en onduidelijk, en zet de Raad van State vraagtekens bij de methodiek en omvang van de gegevensverwerking door de NCTV. Tot slot had het adviesorgaan kritische opmerkingen over de bewaartermijn en het toezicht.
Wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer
In een reactie laat het kabinet weten dat de bezwaren van de Autoriteit Persoonsgegevens en Raad van State zijn overgenomen. Naar eigen zeggen bevat het nieuwe wetsvoorstel “meerdere maatregelen om de verwerking in te perken en persoonsgegevens te beschermen”. “Met het verwerken van deze adviezen zijn extra waarborgen opgenomen. Het wetsvoorstel bevat een duidelijke begrenzing tussen deze taken van de NCTV en de taken van de AIVD of de taken van de politie”, aldus het kabinet.
Het wetsvoorstel is dinsdag ingediend bij de Tweede Kamer. Het is nu aan de parlementariërs om te oordelen of de wet voldoende waarborgen biedt om de privacy van Nederlanders te beschermen. Zo niet, dan moet het kabinet haar huiswerk opnieuw doen.
