Vergrootglas op een laptop
© Shahril KHMD/Shutterstock.com
Geen AI: al onze artikelen zijn geschreven door echte mensen, zonder gebruik van AI
Inhoudsopgave

Wanneer mogen gemeenten hun inwoners wel en niet hun online activiteiten volgen? En hoe ver mogen ze daarin gaan? Veel Nederlandse gemeenten worstelen met deze vragen. Het kabinet belooft nu dat ze in het najaar met een uitwerking van juridische mogelijkheden en regels komt om burgers online te monitoren.

Dat schrijven minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Hanke Bruins Slot, minister voor Rechtsbescherming Franc Weerwind en staatssecretaris van Digitalisering en Koninkrijksrelaties Alexandra van Huffelen in een brief aan de Tweede Kamer.

Tientallen gemeenten monitoren burgers online

In mei 2021 brachten de NHL Stenden Hogeschool en Rijksuniversiteit Groningen een rapport naar buiten naar de monitoringspraktijken van Nederlandse gemeenten. Daaruit bleek dat tientallen gemeenten met nepaccounts nauwlettend in de gaten houden wat sommige inwoners online doen en zeggen. Op deze manier probeerden gemeenten de openbare orde te handhaven en bijstandsfraude op te sporen.

De verontwaardiging was groot. Privacydeskundigen en academici waarschuwden dat gemeenten hiermee hun boekje te buiten gingen: opsporing is een taak van de politie, zo redeneerden ze. Ook in de Tweede Kamer was de ophef groot. Wybren van Haga (BVNL) riep het kabinet op om een einde te maken aan de ‘illegale spionagepraktijken’ van gemeenten. Renske Leijten van de SP stelde kritische vragen over de kwestie. Ze wilde weten hoe het kabinet zou optreden als gemeenten door zouden gaan met ‘het oneigenlijk verzamelen van informatie over hun inwoners’.

Kabinet werkt aan richtlijn

Toenmalig (demissionair) minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Kajsa Ollongren beloofde een richtlijn uit te werken. Deze moest gemeenten en uitvoeringsinstanties meer duidelijkheid geven over wanneer ze burgers wel en niet online mogen volgen, en welke wettelijke spelregels daarbij van toepassing zijn.

Minister Ollongren benadrukte dat het niet illegaal is om burgers online te monitoren. Omdat de samenleving in hoog tempo digitaliseert, spelen steeds meer veiligheids- en leefbaarheidsvraagstukken zich online af. “Zowel de gemeente als de politie hebben derhalve wettelijke taken in het kader van de handhaving van openbare orde en veiligheid. Deze worden dus ook online uitgeoefend”, aldus de minister.

Strenge regels voor online monitoring

Ollongren beloofde in september 2021 dat de richtlijn eind 2021 klaar zou zijn. Maar deze is er nog altijd niet. Inmiddels is de bewindsvrouw minister van Defensie. Momenteel is minister Hanke Bruins Slot hiervoor verantwoordelijk. Samen met collega’s minister Franc Weerwind (Rechtsbescherming) en staatssecretaris Alexandra van Huffelen (Digitalisering en Koninkrijksrelaties) belooft ze komend najaar een juridisch kader te schetsen voor online monitoring door gemeenten in het kader van de openbare orde en veiligheid.

Ze benadrukken dat het voor de overheid niet verboden is om persoonsgegevens uit openbare bronnen te verwerken, mits dit noodzakelijk is voor haar taken. Het kabinet erkent dat hiermee de privacy van burgers wordt geschonden. Hoe ernstig deze inbreuk is, verschilt per geval. De vuistregel daarbij is: hoe ernstiger de inbreuk op de privacy, des te groter de wettelijke basis voor deze inbreuk moet zijn.

De ministers en staatssecretaris erkennen dat hier de nodige haken en ogen aan zitten. Zo mogen ambtenaren inwoners niet stelselmatig onderzoeken zolang er geen wettelijke grondslag voor bestaat. Ambtenaren mogen ook geen privéaccount of fictief account gebruiken om toegang te krijgen tot sociale media of besloten groepen. Een richtlijn is daarom op zijn plaats. “Deze handreiking met heldere en praktische kaders ziet met name op het bieden van handvatten”, zo beloven de bewindslieden.

Het kabinet wil de richtlijn in de tweede helft van het jaar naar de Tweede Kamer sturen.

VNG: ‘Behoefte aan juridische kaders’

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) publiceerde begin dit jaar een rapport over de kwestie. Daarin benadrukte de instantie dat online monitoring weliswaar is toegestaan, maar dat er onder de leden een grote behoefte was aan duidelijke juridische kaders.

Om vandaag de dag aan hun zorgplicht te voldoen, kan het nodig zijn dat gemeenten inwoners op internet in de gaten houden. Gemeenten moeten dan wel goed op papier vastleggen voor welk doel ze persoonsgegevens verwerkt (doelbinding) en beargumenteren of deze verwerking noodzakelijk is. Ook moet de privacyinbreuk op de verwerking van persoonsgegevens proportioneel zijn. Stelselmatig burgers volgen op internet is uit den boze, zo zei VNG in februari van dit jaar.

Laat een reactie achter