Als het aan de SP ligt, stoppen gemeenten onmiddellijk met het ‘oneigenlijk’ verzamelen van informatie van burgers via nepaccounts. Afgelopen week gaven diverse gemeenten aan hiermee door te zullen gaan. De SP wil weten of het kabinet hier tegen gaat optreden of niet.
Dat blijkt uit schriftelijke vragen van Renske Leijten aan demissionair minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Kajsa Ollongren.
Gemeenten monitoren burgers online met nepaccounts
Afgelopen maand publiceerden de NHL Stenden Hogeschool en Rijksuniversiteit Groningen een rapport waaruit bleek dat tientallen gemeenten nepaccounts inzetten om inwoners in de gaten te houden. Op deze manier willen ze criminaliteit en ongeregeldheden in een vroeg stadium op te sporen en de kop in te drukken. Tevens proberen ze door burgers online te volgen bijstandsfraude tegen te gaan. Uit het onderzoek van de onderwijsinstellingen blijkt dat één op de zes gemeenten hiervoor nepaccounts en nepprofielen inzet.
Privacyexperts spraken hun afschuw uit en stelden dat het voor gemeenten wettelijk verboden is om burgers online te monitoren. “Als de overheid online gaat met een nepaccount is dat werken onder dekmantel, de politie moet daar bijvoorbeeld toestemming voor vragen aan de rechter. Dit is niet het werk van gemeenten”, zo zei Bart Custers, hoogleraar Law and Data Science aan de Universiteit Leiden. Rechtssocioloog Willem Bantema zei dat de meeste gemeenten geen idee hebben wat wel en niet is toegestaan.
Vorige week kwam het onderwerp opnieuw in de spotlights. De Volkskrant had een rondgang gemaakt langs diverse gemeenten. Verschillende gemeenten gaven aan nepaccounts te blijven inzetten om hun inwoners op internet te volgen. De gemeenten Uithoorn en Hilversum vertelden dat ze voorlopig geen burgers met nepprofielen gaan monitoren, omdat het momenteel nogal omstreden is. Tilburg, Utrecht, Den Helder, Deventer en nog vijf andere gemeenten gaven aan hiermee door te gaan.
‘Gemeenten spelen spionnetje’
In de Tweede Kamer ontstonden grote zorgen over privacyinbreuk en de hoeveelheid persoonlijke informatie die gemeenten met nepaccounts verzamelen en verwerken. Stephan van Baarle (DENK) meende dat overheden daarbij telkens de grens opzoeken. “Het gaat om gemeenten die met nepaccounts op social media voor spionnetje spelen en om gemeenten die met nepaccounts op Marktplaats zoeken naar burgers in de bijstand, om te kijken of die wellicht fraude plegen. Dit is niet ergens anders mee omgaan: dit is schijnbaar de wet overtreden”, zo betoogde hij in de Tweede Kamer.
Demissionair minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Kajsa Ollongren zei dat ze het verontrustend vond dat het kennisniveau over deze materie onder de maat is bij gemeenten. Ze beloofde dat ze in gesprek zou gaan met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en andere overheden over online monitoringspraktijken. Andere partijen vonden deze toezegging te vrijblijvend en vroegen aan de minister om het voortouw te nemen om protocollen op te stellen.
Hoe gaat de minister gemeenten stoppen die oneigenlijk informatie verzamelen?
De constatering dat verschillende gemeenten nepaccounts blijven inzetten tegen haar eigen inwoners, baart Renske Leijten (SP) zorgen. Daarom heeft ze schriftelijk een aantal vragen gesteld aan minister Ollongren. Ze wil van de minister weten wat haar oordeel is als blijkt dat gemeenten de privacywetgeving willens en wetens overtreden. Leijten vraagt aan de minister of ze gemeenten gaat sanctioneren als ze doorgaan met ‘het oneigenlijk verzamelen van informatie over hun inwoners’.
Zoals gezegd had minister Ollongren toegezegd om met de VNG en gemeenten over het onderwerp te zullen spreken. De SP-politica vraagt of de minister al met deze partijen hierover om tafel heeft gezeten. Als dat het geval is, wil ze weten wat de uitkomsten zijn van het gesprek. Zo niet, dan wil ze van de minister horen wanneer het gesprek gaat plaatsvinden. Tot slot vraagt het Kamerlid aan minister Ollongren hoe zij ervoor gaat zorgen dat gemeenten zo snel mogelijk stoppen met het volgen van burgers met nepaccounts en nepprofielen op internet en oneigenlijk informatie verzamelen.
Het Reglement van Orde van de Tweede Kamer zegt dat de minister drie weken de tijd heeft om de schriftelijke vragen te beantwoorden. Echter, het Reglement gaat enkel de werkwijze van de Tweede Kamer en heeft bovendien geen juridische geldingskracht, zeker niet voor ministers en andere kabinetsleden. We moeten dus afwachten wanneer de minister de tijd vindt om een antwoord te geven op de vragen.
Update (5 juli 2021): demissionair minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Kajsa Ollongren heeft de vragen van Renske Leijten beantwoord. Ze benadrukt dat gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor de naleving van de AVG. En het is de taak van de Autoriteit Persoonsgegevens om de Europese privacywetgeving in ons land te handhaven. Verder schrijft de minister dat gemeenten transparant moeten zijn over de gegevens die zij van haar inwoners verzamelt en waarvoor ze deze data gebruikt. In haar gesprek met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zal ze hiervoor aandacht vragen.
Het verzamelen van persoonsgegevens door overheidsorganisaties kan de dienstverlening en effectiviteit van het beleid verbeteren. Dat moet echter wel binnen de kaders van de wet gebeuren, zo benadrukt de minister. Om bewustwording van en kennis over online monitoring van burgers bij gemeenten en andere overheidsorganen te vergroten, laat minister Ollongren een Rijksbrede richtlijn of handreiking ontwikkelen. Deze moet duidelijkheid verschaffen over hoe overheidsinstanties en uitvoeringsorganisaties burgers AVG-proof kunnen monitoren op internet. Wanneer deze richtlijn klaar is, is onbekend.
