De regering ontwikkelt momenteel een richtlijn of handreiking waarmee departementen en uitvoeringsorganisaties binnen de kaders van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) burgers kunnen monitoren op internet. Op deze manier tracht de overheid bewustwording over het onderwerp en de kennis binnen overheidsorganisaties te vergroten. Wanneer de richtlijn klaar is, is onbekend.
Dat schrijft demissionair minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Kajsa Ollongren in een brief aan de Tweede Kamer.
Gemeenten blijven burgers online volgen
In mei ontstond er commotie in het parlement en daarbuiten vanwege het bericht dat Nederlandse gemeenten op grote schaal kijken wat inwoners op internet uitspoken. NHL Stenden Hogeschool en de Rijksuniversiteit Groningen onderzochten dit fenomeen. Eén van de conclusies uit deze studie was dat tientallen gemeenten nepaccounts gebruiken om informatie te vergaren over burgers. Deze nepaccounts gebruiken ze om lid te worden van besloten Facebookgroepen en mensen op Twitter te volgen. Naar eigen zeggen doen ze dit om mogelijke ongeregeldheden in een vroeg stadium op te sporen en bijstandsfraude tegen te gaan.
Privacyvoorstanders en rechtsgeleerden reageerden verbijsterd op de bevindingen van het onderzoek. Bart Custers, Hoogleraar Law and Data Science aan de Universiteit Leiden, zei dat gemeenten geen politieagent of inlichtingendienst mogen spelen. “Als de overheid online gaat met een nepaccount is dat werken onder dekmantel, de politie moet daar bijvoorbeeld toestemming voor vragen aan de rechter. Dit is niet het werk van gemeenten.” Verder ontstaat hiermee het gevaar dat persoonsgegevens op straat komen te liggen. Willem Bantema, rechtssocioloog aan de NHL Stenden Hogeschool, stelde dat de meeste gemeenten geen idee hebben wat wel en niet mag.
Hoe omstreden het onderwerp ook is, verschillende gemeenten blijven desondanks nepaccounts inzetten om hun inwoners op internet te volgen. De gemeenten Uithoorn en Hilversum vertelden aan de Volkskrant dat ze voorlopig geen burgers met nepprofielen gaan monitoren, omdat het middel momenteel omstreden is. Tilburg, Utrecht, Den Helder, Deventer en nog vijf andere gemeenten gaven aan hiermee door te gaan.
SP wil dat minister een einde maakt aan online monitoringspraktijken
In de Tweede Kamer is inmiddels volop gedebatteerd over de kwestie. Stephan van Baarle (DENK) verzette zich prominent tegen dit soort praktijken. “Het gaat om gemeenten die met nepaccounts op social media voor spionnetje spelen en om gemeenten die met nepaccounts op Marktplaats zoeken naar burgers in de bijstand, om te kijken of die wellicht fraude plegen. Dit is niet ergens anders mee omgaan: dit is schijnbaar de wet overtreden”, zo zei hij tijdens het debat. Minister Ollongren beloofde de Kamer om in gesprek te gaan met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en andere overheidsorganen over online monitoringspraktijken.
Voor Renske Leijten van de SP waren de onderzoeksresultaten van NHL Stenden Hogeschool en de Rijksuniversiteit Groningen aanleiding om schriftelijk vragen te stellen aan demissionair minister Ollongren. Daarin riep ze de minister op om te zo snel mogelijk een einde te maken aan het volgen van burgers met nepaccounts en nepprofielen op internet.
Gemeenten moeten transparant zijn over dataverzamelingspraktijken
Inmiddels zijn we een maand verder en heeft minister Ollongren de tijd gevonden om de vragen van Leijten te beantwoorden. Daarin schrijft ze dat gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor de naleving van de AVG en dat de Autoriteit Persoonsgegevens de handhaving van de Europese privacywetgeving op zich neemt. Een ander belangrijk uitgangspunt van de AVG is dat verwerkingsverantwoordelijken transparant moeten zijn over de gegevens die zij verzamelen en voor welk doel ze deze data gebruiken. Dat besef lijkt niet bij alle gemeenten door te dringen. Ze wil hier dan ook aandacht voor vragen in haar gesprek met de VNG, dat nog moet plaatsvinden.
Aanvullend daarop zegt de minister dat gemeenten algemene informatie over hun online monitoringspraktijken moeten geven in hun socialemediabeleid. “Mensen kunnen bij de desbetreffende gemeente tegen vormen van verwerking bezwaar maken of vragen om rectificatie of wijziging”, aldus Ollongren.
Minister laat richtlijn voor online monitoring ontwikkelen
De minister erkent dat het verzamelen van persoonsgegevens door overheidsorganisaties de dienstverlening kan verbeteren, en ze in staat stelt om effectiever beleid te voeren. Dat moet echter wel binnen de kaders van de wet gebeuren. Om bewustwording van en kennis over online monitoring van burgers bij gemeenten en andere overheidsorganen te vergroten, laat minister Ollongren een Rijksbrede richtlijn of handreiking ontwikkelen. Deze moet duidelijkheid verschaffen over hoe overheidsinstanties en uitvoeringsorganisaties burgers AVG-proof kunnen monitoren op internet. Wanneer we deze handreiking kunnen verwachten, laat minister Ollongren in het midden.
Op de vraag of er een verband is tussen het verdwijnen van ‘de oren en ogen in de wijk’ (wijkagent, buurt- en jongerenwerkers, jeugdcoaches) en de toename van online monitoring, kan de minister geen antwoord geven. “Wel constateer ik dat de digitalisering van de samenleving eraan bijdraagt dat veiligheids- en leefbaarheidsvraagstukken zich ook naar de online wereld verplaatsen. We zien dat wijkagent, buurtwerk en jongerenwerker hun werkzaamheden hierdoor ook online gaan verrichten”, schrijft minister Ollongren. Ook zij dienen zich daarbij te houden aan de AVG.
Update (16 september 2021): voor het eerst horen we een datum wanneer de richtlijn om burgers binnen de kaders van de AVG online te monitoren gereed is. In antwoord op schriftelijke vragen van Wybren van Haga (Belang van Nederland, BVNL) belooft demissionair minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Kajsa Ollongren de handreiking ‘aan het einde van het jaar’ aan te bieden aan gemeenten en andere overheidsorganen. Ze benadrukt echter dat gemeenten zelf verantwoordelijk zijn om de wetten en regels van de AVG na te leven en, indien nodig, organisatorische en technische maatregelen te nemen om binnen de juridische kaders te blijven.
