Minister: ‘Journalisten niet uitgesloten van onderzoek AIVD’

Close-up van een journaliste die aantekeningen maakt op een kladblok

Ook journalisten kunnen het onderwerp van onderzoek zijn van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Er kunnen zwaarwegende redenen zijn dat de veiligheidsdienst besluit om een onderzoek in te stellen. Wel gelden er zware procedurele eisen voordat de dienst daadwerkelijk een onderzoek naar een journalist mag starten.

Dat schrijft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Hanke Bruins Slot in antwoord op schriftelijke vragen van Renske Leijten (SP).

AIVD monitort onderzoeksjournalist al 35 jaar

Zij stelde vragen aan de minister nadat bekend werd dat onderzoeksjournalist Stella Braam sinds 1986 wordt gevolgd door de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) en diens opvolger, de AIVD. De journaliste vroeg haar persoonsdossier op bij de dienst en ontving een pakket dat bijna driehonderd pagina’s dik was. Daarnaast was het document grotendeels zwart gelakt.

Braam maakte zich grote zorgen om de veiligheid van haar bronnen. Ze eiste dat de veiligheidsdienst alles wat ze had gevonden openbaar maakte en zou vernietigen, en verder onderzoek naar haar zou staken. Zo niet, dan zou Braam niet langer haar werk als onderzoeksjournalist kunnen uitvoeren.

Tijdens een hoorzitting over de zaak op het hoofdkantoor van de AIVD in Zoetermeer, zei de dienst dat ze lessen had getrokken uit deze zaak. “We hebben ons gerealiseerd dat de gang van zaken wellicht niet heel handig is geweest”, zo zei Inge Oevering, hoofd communicatie van de AIVD. Ze vertelde eerlijk dat de dienst waarschijnlijk niet de mate van openheid kan geven die Braam eist.

‘Persveiligheid net zo belangrijk als persvrijheid’

Renske Leijten van de SP maakte zich grote zorgen. Volgens haar is het volgen van journalisten door de AIVD een “grove schending van de vrije pers”. Daarop besloot ze eind augustus om een reeks schriftelijke vragen te stellen aan minister Bruins Slot. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft haar vragen nu beantwoord.

Minister Bruins Slot erkent dat het beschermen van journalistieke bronnen een “zwaarwegend belang” is voor een goed functionerende democratische rechtsorde. Tegelijkertijd zegt ze erbij dat naast persvrijheid ook persveiligheid een belangrijke voorwaarde is voor een parlementaire democratie. “Juist de laatste jaren staat ook in Nederland de vrijheid en veiligheid van de pers onder druk. Vandaar dat het kabinet maatregelen neemt om persvrijheid beter te beschermen en persveiligheid te versterken”, schrijft de minister aan de Tweede Kamer.

Journalisten zijn echter niet uitgesloten van onderzoek door de AIVD. Volgens Bruins Slot worden journalisten “slechts in uitzonderlijke gevallen” gevolgd door de inlichtingen- en veiligheidsdienst. Dan liggen er “zwaarwegende redenen” aan ten grondslag. De minister benadrukt dat er zware eisen worden gesteld om journalisten te mogen monitoren. Als voorbeeld noemt ze de verzwaarde proportionaliteitstoets en de bijzondere toestemmingsprocedure.

Minister voorstander van terughoudendheid bij onderzoek naar journalisten

Diverse vragen van Renske Leijten kan minister Bruins Slot niet beantwoorden, omdat ze niet kan ingaan op individuele zaken. De bewindsvrouw garandeert dat het hebben van een familieband geen aanleiding is voor de AIVD om een onderzoek in te stellen. De dienst maakt evenmin onderscheid naar personen of beroepsgroep. “Leidend is of er een ernstig vermoeden is dat personen een gevaar vormen voor het voorbestaan van de democratische rechtsorde dan wel voor de veiligheid of voor andere gewichtige belangen van de staat”, schrijft de minister.

Net als het Tweede Kamerlid vindt minister Bruins Slot dat de AIVD uiterst terughoudend moet zijn bij het instellen van een onderzoek naar een journalist. Uiterlijk vijf jaar nadat iemand is afgetapt, moet de dienst besluiten of de betreffende persoon hierover ingelicht moet worden. “Dit is (nog) niet mogelijk als gegevens van belang zijn voor een lopend onderzoek of als bronnen, werkwijzen of de relatie met buitenlandse diensten in het geding komt. Als informeren van betrokkenen wel mogelijk is, dan ontvangt hij of zij een brief waarin staat dat er een bijzondere bevoegdheid is ingezet en de periode waarin dat heeft plaatsgevonden, waarbij de exacte begindatum en de exacte einddatum wordt vermeld”, aldus de minister.

Toegang tot AIVD-dossiers

Leijten stelde tevens een vraag over de lakinstructies van de AIVD. Deze zijn vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdienst (Wiv 2017). Uitgangspunt is dat de veiligheidsdienst zo veel mogelijk context probeert te bieden. Dat is volgens de minister echter niet altijd mogelijk. “Een deel van de tekst [is] vaak onleesbaar gemaakt omdat die tekst informatie bevat over het actuele kennisniveau, werkwijze of bronnen van de AIVD.”  Het prijsgeven van deze informatie kan de nationale veiligheid in gevaar brengen. Om dat te voorkomen worden deze tekstfragmenten onleesbaar gemaakt.

Op de vraag welke instanties toegang hebben tot een AIVD-dossier, antwoordt de minister dat deze niet toegankelijk is voor derden, tenzij deze wordt gedeeld als een ambtsbericht of ander inlichtingenproduct. “Alleen degenen die verantwoordelijk zijn voor onderzoeken hebben toegang tot de informatie die uit dat onderzoek voortkomt. Indien informatie van de AIVD met derden wordt gedeeld is de groep ontvangende instanties meestal beperkt (bijvoorbeeld tot het Openbaar Ministerie, Nationale Politie, NCTV) en is er sprake van een rubricering waardoor ook binnen die instanties slechts enkele personen toegang hebben tot die informatie.”

Er geldt één uitzondering op de regel: de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) -de dienst die controleert of de veiligheidsdiensten de regels naleven die zijn vastgelegd in de Wiv 2017- heeft toegang tot alle informatie waarover de AIVD beschikt.

AIVD verzamelt niet standaard gegevens van journalisten

Ook Sylvana Simons (BIJ1) had een aantal schriftelijke vragen voor minister Bruins Slot. Deze heeft de minister eveneens beantwoord. De bewindsvrouw ontkent dat de AIVD onrechtmatig en onbehoorlijk heeft gehandeld in deze zaak, of dat dit past in een patroon van onrechtmatige en onbehoorlijke gegevensverzameling door de dienst. De minister benadrukt dat de veiligheidsdienst alleen in uitzonderlijke gevallen journalisten in de gaten mag houden.

De minister benadrukt dat de Wet bronbescherming niet van toepassing is op inlichtingendiensten. Deze wet geldt alleen voor instanties die zich bezighouden met het opsporen van verdachten van strafbare feiten. Dat is nadrukkelijk geen taak van de AIVD, zo zegt minister Bruins Slot.

De minister ontkent dat de veiligheidsdienst zonder meer gegevens verzamelt van journalisten. “Voor zover journalisten geen onderzoeksubject zijn, kunnen gegevens van journalisten en mogelijk ook hun bronnen in beeld komen in het kader van andere onderzoeken die de dienst verricht”, zo schrijft Bruins Slot.

Techredacteur
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. Meer over Anton.
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen