De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) heeft de zaak van onderzoeksjournalist Stella Braam niet goed aangepakt. De dienst zegt lessen te hebben getrokken uit de kwestie. Ze belooft in de toekomst “meer toelichting en context” te geven aan menen die hun persoonsdossier opvragen bij de dienst.
Dat zei de veiligheidsdienst dinsdag tijdens een hoorzitting op het hoofdkantoor van AIVD in Zoetermeer. NRC was bij de zitting aanwezig en deed er verslag van.
AIVD volgt onderzoeksjournalist 35 jaar lang
Stella Braam is een onderzoeksjournalist die in juni haar persoonsdossier opvroeg bij de AIVD. Ze ontving toen een boekwerk van bijna driehonderd pagina’s. Deze was zo dik dat hij niet door de brievenbus paste. Grote delen waren bovendien onleesbaar gemaakt met zwarte lak. Uit de delen die Braam wel kon lezen, concludeerde ze dat ze al sinds 1986 wordt gemonitord door de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) en diens opvolger, de AIVD.
De inlichtingen- en veiligheidsdienst hield Braam nauwlettend in de gaten vanwege haar contacten binnen Turkse kringen. Samen met undercoverjournalist Mehmet Ülger deed ze in de jaren tachtig en negentig onderzoek naar de Turks rechtsextremistische groepering Grijze Wolven.
Braam eist openheid van zaken
Tegenover NRC, dat haar dossier mocht inzien, vertelde ze dat ze “onrustig” was geworden door het dossier. “Als dit maar een fractie is wat ze over mij hebben bijgehouden, vraag ik mij af wat ze mij niet laten lezen. Het blijft maar door mij hoofd gaan: waarom hebben ze mij zolang gevolgd? En wie heeft toegang tot mijn dossier?”
Omdat ze haar bronnen niet langer kan garanderen dat ze anoniem en veilig zijn, zei Braam dat ze haar werk als onderzoeksjournalist niet langer kan voortzetten. Ze eist dat de AIVD meer inzicht geeft in de gegevens die de dienst over haar heeft verzameld en deze daarna vernietigt. Verder wil de onderzoeksjournalist de garantie dat de inlichtingendienst haar niet langer volgt.
AIVD belooft ‘meer toelichting en context’ te bieden
Dinsdag vond op het hoofdkantoor van de AIVD in Zoetermeer de hoorzitting plaats over deze kwestie. Inge Oevering, hoofd communicatie van de AIVD, ging diep door het stof. “We hebben ons gerealiseerd dat de gang van zaken wellicht niet heel handig is geweest”, zo vertelde ze tijdens de hoorzitting. Ze zegt dat de dienst lessen heeft getrokken uit de kwestie en dat ze in de toekomst “meer toelichting en context” zal geven aan mensen die hun dossier opvragen bij de dienst.
Oevering zei dat de dienst de groepering Grijze Wolven in de gaten hield. Bij dat onderzoek doken de namen van Braam en Ülger op. “Dat rechtvaardigt echter nog niet de conclusie dat wij onderzoek naar haar hebben gedaan”, aldus de communicatiespecialist.
Ze weigerde antwoord te geven op de vraag of zij kon bevestigen dat er geen onderzoek naar Braam is uitgevoerd. “Daar kunnen we niets op zeggen. Wie wel of niet bron is, of wie onderzocht is, daar zullen we nooit een antwoord op kunnen geven”, zo vertelde Oevering tijdens de zitting.
Aan het einde van de zitting blikte de AIVD’er vooruit op de procedure. “Ik vrees dat we niet kunnen voldoen aan de mate van openheid die u vraagt”, zei Oevering.
Tweede Kamer bezorgd over volgen van journalisten door AIVD
Folkert Jensma, vicevoorzitter van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), zei tijdens de hoorzitting dat dit een belangrijke zaak is. “Wij vinden dat de AIVD uiterste terughoudendheid moet betrachten als het om journalisten gaat. Er is meer bescherming nodig dan er nu is”
Of het mea culpa van de AIVD voldoende is, is nog maar de vraag. De Tweede Kamer maakt zich net als de NVJ zorgen en bemoeit zich actief met de zaak. Renske Leijten (SP) heeft gezegd dat het volgen van journalisten door de AIVD “een grove schending van de vrije pers” is. De partij vroeg aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Hanke Bruins Slot om “uiterste terughoudendheid” om journalisten te laten volgen door de veiligheidsdienst.
Sylvana Simons (BIJ1) noemde het “een zorgwekkend signaal” dat de AIVD “onrechtmatig en onbehoorlijk” journalisten volgt en gegevens verzamelt van burgers. Simons wees erop dat bronbescherming essentieel is voor journalisten om hun werk onafhankelijk te kunnen doen. Ze benadrukte ook dat deze onafhankelijkheid cruciaal is voor het functioneren van de democratische rechtsstaat. Simons vroeg wat de minister ervan vindt dat journalisten hun werk niet kunnen doen als de veiligheidsdienst hen volgt en persoonlijke dossiers bijhoudt, en bronbescherming onmogelijk wordt gemaakt.
