Kamer wil opheldering over monitoren thuiswerkers

Het Binnenhof in Den Haag vanaf de Hofvijver

De Tweede Kamer maakt zich zorgen over de toegenomen vraag naar monitoringssoftware onder werkgevers. Kamerleden vragen zich af of deze programma’s de privacy van werknemers die thuis werken niet schenden en welke rechten zij hebben. De Tweede Kamer wil dat het kabinet maatregelen neemt en afspraken maakt met sociale partners over toezicht en controle van thuiswerkende medewerkers.

Dat blijkt uit schriftelijke vragen die door D66, SP, GroenLinks en DENK zijn gesteld aan demissionair minister voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees.

Meer vraag naar monitoringssoftware

Deze week schreef de NOS dat de vraag naar monitoringssoftware in het eerste kwartaal met 58 procent is gestegen ten opzichte van vorig jaar. Met dergelijke programma’s kunnen werkgevers tot in detail bijhouden wat hun medewerkers thuis uitspoken. Ze zien wanneer je in- en uitlogt, het aantal muisbewegingen en toetsaanslagen, welke applicaties je gebruikt, hoelang je deze gebruikt, en ga zo maar door.

Uit een rondgang van vakbond CNV onder 1.200 leden, blijkt dat één op de zeven medewerkers die thuis werkt in de gaten wordt gehouden door zijn of haar baas. Al met al gaat het om meer dan een half miljoen thuiswerkers. “Mensen worden meermaals per dag gebeld met de vraag of ze wel aan het werk zijn. In andere gevallen wordt met software gemeten hoeveel toetsen ze aanslaan en of ze zijn ingelogd. Feitelijk is dat pure controle en zo ervaren werknemers het ook”, vertelde CNV-voorzitter Piet Fortuin deze week.

De Autoriteit Persoonsgegevens zei weinig klachten te hebben ontvangen van thuiswerkende medewerkers. Dat doet echter niets af aan het feit dat werknemers recht hebben op een veilige werkplek en autonomie. “Spyware is geen lapmiddel”, aldus de toezichthouder.

D66: leg afspraken vast over thuiswerken en privacy

Verschillende politieke partijen maken zich zorgen om deze ontwikkeling. Zij hebben schriftelijke vragen gesteld aan de verantwoordelijke minister. Steven van Weyenberg en Lisa van Ginneken (beiden D66) vragen aan minister Koolmees of hij de inzet van ‘gluurapparatuur’ niet te ver vindt gaan. Tevens zijn ze benieuwd naar de waarborgen waaraan toezicht op de thuiswerkplek moet voldoen. De D66’ers willen dat minister Koolmees aan de Autoriteit Persoonsgegevens vraagt om aanbevelingen voor thuiswerken en privacy op te stellen.

Van Weyenberg en Van Ginneken informeren naar de manier waarop vakbonden of ondernemingsraden een rol spelen bij het vaststellen van beleid op toezicht bij thuiswerken. “Wanneer is er sprake van een privacy-schending en in welke gevallen is het raadzaam dat mensen de overtreding melden bij de AP?” Verder willen ze horen welke rol de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) speelt bij het toezicht op thuiswerkende medewerkers. Tot slot vragen ze aan de minister of hij met sociale partners in gesprek wil gaan om afspraken te maken over toezicht en controle op de thuiswerkplek.

SP: het draait om het uiteindelijke product

Bart van Kent (SP) vraagt zich af of de monitoringssoftware niet een sfeer creëert waarin controle centraal staat. Hij vraagt minister Koolmees om daar op te reageren. Ook is hij benieuwd wat het aantal toetsaanslagen of muisklikken zegt over de productiviteit van een werknemer die thuis werkt. In zijn ogen draait het om ‘het uiteindelijke product dat het werk oplevert’. Tevens wil hij van de bewindsman horen hoeveel klachten er bij de toezichthouder zijn ingediend over digitale monitoring en wat de privacywaakhond met deze klachten doet.

“Heeft de Inspectie SZW genoeg wettelijke mogelijkheden om buitensporige monitoring aan te pakken?”, vraagt Van Kent aan de minister. Hij wil weten hoeveel werkgevers er op overtredingen zijn aangespreken sinds het uitbreken van de coronacrisis en welke sancties zij opgelegd hebben gekregen. Een andere vraag waar minister Koolmees antwoord op moet geven, is welke ministeries en overheidsinstanties gebruikmaken van monitoringssoftware. Tot slot vraagt de SP’er aan de minister of hij vindt dat digitale monitoring ongewenst is en extra stress oplevert voor thuiswerkers. “Hoe gaat u ervoor zorgen dat digitale monitoring en het wantrouwen door werkgevers dat daarbij hoort niet de norm wordt?”

Senna Maatoug van GroenLinks wil van minister Koolmees weten in welke sectoren het vaakst monitoringssoftware wordt gebruikt. Ze laat de bewindsman duidelijk weten dat zij de toename van het gebruik van deze software een zorgelijke en negatieve ontwikkeling vindt. Ze vraagt aan de minister of hij dat met haar eens is. Een andere relevante vraag die Maatoug stelt is waar werknemers informatie kunnen vinden over hun rechten als het gaat om digitaal toezicht.

Het GroenLinks-Kamerlid vraagt de minister in hoeverre er momenteel toezicht is vanuit de overheid op digitale monitoring op de werkvloer. “Wat is daarin de verdeling tussen de Inspectie SZW en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP)? In welke mate is dat toezicht vanuit de overheid proactief, of vindt er alleen toezicht plaats naar aanleiding van meldingen?” Tevens vraagt ze aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of werknemers die klachten hebben dit zowel bij de Inspectie SZW als de Autoriteit Persoonsgegevens moeten melden.

Verder vraagt ze in welke mate de ‘dramatische achterstand’ bij de toezichthouder een rol speelt bij het oppakken van ‘een proactieve rol in het toezicht op ongeoorloofde digitale monitoring op de werkvloer’. Ze wil van de minister horen wanneer hij denkt dat deze achterstand van 10.000 privacyklachten is weggewerkt. Tot slot wil ze van Koolmees horen welke maatregelen hij gaat nemen om deze negatieve trend te keren.

DENK: digitale monitoring zoveel mogelijk tegengaan

Tot slot heeft Stephan van Baarle (DENK) schriftelijk vragen gesteld aan minister Koolmees over dit onderwerp. Hij vraagt aan de bewindsman of hij de zorgen van de vakbonden FNV en CNV deelt over de toegenomen controle van thuiswerkende werknemers. Ook informeert hij naar het standpunt van de minister over de zorg dat medewerkers hun privacy en autonomie thuis kwijtraken. De minister mag tevens tekst en uitleg geven over de maatregelen die hij heeft genomen om het risico op toenemend wantrouwen bij werkgevers tegen te gaan.

“Is er al een wettelijk regime over wat wel en niet mag met betrekking tot monitoring van thuiswerkers door werkgevers?”, vraagt Van Baarle aan minister Koolmees. Hij is ook benieuwd of de minister de mening van de Autoriteit Persoonsgegevens deelt dat werkgevers de noodzakelijkheid en proportionaliteit moet kunnen onderbouwen alvorens zij overschakelen op monitoringssoftware. Ten slotte wil hij weten hoeveel klachten er bij de toezichthouder zijn ingediend over de controle op thuiswerken en hoe de minister van plan is om ‘verregaande digitale controle’ door werkgevers te ontmoedigen.

Privacy en security redacteur
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. 
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen