Vrouw opent WhatsApp op haar smartphone

Grapperhaus: ‘Aantal slachtoffers en vervolgingen WhatsApp-fraude onbekend’

Laatst bijgewerkt: 13 oktober 2020
Leestijd: 5 minuten, 1 seconde

De omvang van WhatsApp-fraude in Nederland is onbekend. Dat komt omdat niet alle slachtoffers aangifte doen en het Openbaar Ministerie deze vorm van fraude niet apart registreert. Om die reden is ook niet bekend hoeveel aangiftes geleid hebben tot vervolging.

Dat schrijft minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus in een reactie op de schriftelijke vragen van Roald van der Linde en Dilan Yeşilgöz-Zegerius (beiden VVD). Naar aanleiding van een artikel in De Telegraaf van begin september over het toenemend aantal gevallen van WhatsApp-fraude, wilden de Kamerleden de minister aan de tand voelen over dit onderwerp.

Aantal aangiftes van WhatsApp-fraude neemt toe

Ten eerste vragen ze zich af hoe groot de omvang van WhatsApp-fraude is. Daar kan minister Grapperhaus geen antwoord op geven. Hij stelt dat niet alle slachtoffers van hulpvraagfraude, wat een andere benaming is voor WhatsApp-fraude of vriend-in-noodfraude, aangifte doen bij de politie, bank of Fraudehelpdesk. Wel weet hij dat dat het aantal meldingen flink is toegenomen sinds vorig jaar.

Tussen 1 januari en 1 augustus van dit jaar ontving de Fraudehelpdesk volgens de minister 7.907 meldingen van WhatsApp-fraude. In heel 2019 waren dat er 2.663. De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) meldt dat er in de maanden maart, april en mei van dit jaar drie keer zoveel meldingen zijn binnengekomen ten opzichte van het laatste kwartaal van vorig jaar.

De coronacrisis heeft een grote impact op het aantal aangiftes van WhatsApp-fraude. Minister Grapperhaus schrijft dat de politie vóór de crisis gemiddeld tussen de 120 en 150 meldingen per week kreeg. Sinds april is dat aantal gestegen naar 700 aangiftes per week. Volgens de politie komt dit omdat de drempel om aangifte te doen een stuk lager ligt (sinds begin mei kan dit via internet). Daarnaast worden simpelweg meer mensen opgelicht via WhatsApp. Sinds augustus neemt het aantal aangiftes weer iets af.

Beeld over daders en slachtoffers is niet compleet

Op de vraag van Van der Linde en Yeşilgöz-Zegerius in hoeveel gevallen er na vervolging een straf wordt opgelegd, is de minister de Kamerleden ook het antwoord verschuldigd. Dat komt omdat het Openbaar Ministerie hulpvraagfraude via WhatsApp niet als een apart delict registreert. Wel benadrukt de minister dat de rechtbank forse straffen oplegt aan de daders die worden opgepakt en veroordeeld. Zo kregen twee mannen uit Deventer in september celstraffen opgelegd van respectievelijk twee-en-een-half en drie jaar cel.

De VVD’ers willen van de minister horen wat er bekend is over de daders en de slachtoffers. De daders zijn volgens de minister een gemêleerde groep. De politie merkt op dat met name “jongeren en personen met een sociaaleconomische zwakkere positie” betrapt worden. Zij stellen hun bankrekening vaak ter beschikking zodat criminelen hun geld kunnen wegsluizen. In ruil daarvoor krijgen ze een deel van de opbrengst. Deze mensen worden ook wel katvangers of geldezels genoemd. Maar de groep van daders en medeplichtigen is een stuk groter en het zijn zeker niet alleen kansarme jongeren die zich hier schuldig aan maken.

De politie, Fraudehelpdesk, Slachtofferhulp Nederland en Nederlandse Vereniging van Banken hebben het beeld dat vijftigplussers in het bijzonder het slachtoffer zijn van WhatsApp-fraude. De minister durft echter niet met zekerheid te zeggen dat zij “een hoger risico lopen op slachtofferschap”.

Banken zijn niet verplicht om schade WhatsApp-fraude te vergoeden

Van der Linde en Yeşilgöz-Zegerius zijn benieuwd onder welke voorwaarden banken garant staan voor deze vorm van criminaliteit. Minister Grapperhaus zegt dat dit niet het geval is. Banken maken per geval de afweging of ze overgaan tot schadevergoeding of niet. Daarbij moeten ze antwoord geven op de vraag of hun klant al dan niet grof nalatig is geweest.

Wel heeft de Consumentenbond vijf uniforme Veiligheidsregels opgesteld. Deze lopen uiteen van ‘houdt je pincode geheim’ tot ‘zorg dat de apparaten die je gebruikt voor je bankzaken goed zijn beveiligd’. “Wanneer aan deze vijf veiligheidsregels is voldaan, kan de klant erop rekenen dat de schade vergoed wordt”, zo schrijft de minister.

Bij niet-bancaire fraude -als de klant zelf aan de bank opdracht geeft om een betaling uit te voeren- zijn banken niet verplicht om de schade te vergoeden. Banken moeten namelijk deze opdrachten uitvoeren. Uit coulance kan een bank echter besluiten om toch tot vergoeding over te gaan. Maar dat hangt per geval en per situatie af.

Banken en ministerie zetten in op bewustwordingscampagnes

‘Op welke manieren proberen banken deze vorm van criminaliteit te voorkomen?’, vragen de VVD’ers zich af. Minister Grapperhaus schrijft dat de Nederlandse Vereniging van Banken en Betaalvereniging Nederland uiteenlopende voorlichtingsactiviteiten ondernemen om deze en andere vormen van fraude te voorkomen. Hiervoor is een speciale website in het leven geroepen (veiligbankieren.nl) en gebruiken banken hun sociale media accounts om hun klanten voor WhatsApp-fraude te waarschuwen.

Ook werken banken nauw samen met ouderenbonden en andere organisaties om het onderwerp op de agenda te zetten. Verder proberen ze hulpleenfraude te voorkomen door de IBAN-check en werken ze met verschillende fraudedetectiesystemen om frauduleuze transacties op te sporen.

Tot slot benadrukt de minister van Justitie en Veiligheid dat zijn ministerie, sinds het aantal slachtoffers van WhatsApp-fraude toeneemt, is overgegaan tot voorlichting van het publiek. Zo heeft het samen met het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) en jongerenplatform Scholieren.com een video laten maken waarin wordt gewaarschuwd voor hulpvraagfraude. En in september lanceerde het ministerie de campagne ‘Senioren en Veiligheid’ om ouderen bewust te maken van hulpvraagfraude.

Ingehaald door de actualiteit

Het bericht uit De Telegraaf en de antwoorden van de minister zijn inmiddels ingehaald door de actualiteit. Eerder deze week maakte de Fraudehelpdesk bekend dat ze dit jaar tussen 1 januari en 1 oktober 9.605 meldingen hebben binnen gekregen van WhatsApp-fraude. Dat is een verviervoudiging ten opzichte van heel 2019.

In totaal tuinden 1.154 mensen in het verzoek van oplichters om geld over te maken naar hun rekening. Gezamenlijk leden ze hierdoor 3,3 miljoen euro aan schade, wat neerkomt op gemiddeld 2.860 euro aan financiële schade per persoon. Met name senioren in de leeftijdscategorie 55-plus lieten zich verleiden geld te storten op de rekening van de daders.  In 242 gevallen wisten de oplichters de WhatsApp-account van hun slachtoffer over te nemen.

Privacy en security redacteur
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. 

Meer artikelen uit het ‘Nieuws’ dossier

Reacties
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen