Bijna één op de vijf Amsterdammers was in 2021 slachtoffer van één of meerdere vormen van online criminaliteit. Hoogopgeleiden waren doorgaans vaker het doelwit van hackers of cybercriminelen dan lager opgeleiden. Van de slachtoffers heeft ruim de helft melding gemaakt of aangifte gedaan.
Dat blijkt uit onderzoek onder 15.908 Amsterdammers, dat is uitgevoerd door de afdeling Onderzoek en Statistiek (O&S) van de gemeente Amsterdam.
Aantal meldingen cybercrime steeg in Amsterdam met ruim 50 procent
In de meest recente editie van de Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland (VMAA) geeft 18 procent van de ondervraagden aan dat ze in 2021 slachtoffer is geweest van cybercriminelen. Als voorbeeld geven ze aan dat hun computer is gehackt, dat ze zich hebben laten misleiden om persoonsgegevens af te staan door middel van phishing, of dat ze het slachtoffer zijn geworden van WhatsApp-fraude.
In 2021 registreerde de Amsterdamse politie 1.224 gevallen van cybercrime. Ter vergelijking: in 2020 gebeurde dat 779 keer en in 2019 slechts 304 keer. Dat betekent dat het aantal meldingen en aangiften van cybercriminaliteit in een jaar tijd met 57 procent steeg. Volgens de onderzoekers is dit voor een belangrijk deel te wijten aan de coronapandemie.
De meest voorkomende vorm van internetoplichting die in het onderzoek wordt genoemd, is aankoopfraude. Consumenten maken dan geld over, maar krijgen het gekochte product nooit geleverd. 7 procent van de ondervraagden zegt dat ze in 2021 hiermee te maken kreeg. Het hacken van een account staat met een aandeel van 6 procent op de tweede plaats. Online bedreiging, identiteitsfraude en sextortion komen minder vaak voor.
Cybercriminelen selecteren hun slachtoffers niet
De onderzoekers keken niet alleen naar de ‘harde cijfers’, maar ook naar de achtergrondkenmerken van de slachtoffers. Daaruit blijkt dat hoogopgeleiden vaker via internet worden opgelicht dan Amsterdammers met een lager opleidingsniveau. Kijken we naar de leeftijd, dan zien we dat 65-plussers minder vaak het doelwit zijn van cybercriminelen. 14 procent van hen zegt in 2021 te zijn bedonderd door een cybercrimineel. Amsterdammers onder de 30 zijn doorgaans vaker het slachtoffer.
“Het is aannemelijk dat zowel de hoeveelheid tijd als activiteiten die online worden verricht door mensen een rol kan spelen in slachtofferschap, maar ook hoe voorzichtig of onvoorzichtig men de activiteiten uitvoert”, schrijven de onderzoekers. Online activiteiten als informatie zoeken, ongericht surfen, internetbankieren, gebruiken van sociale media en gaming zouden gepaard gaan met meer slachtoffers. Dat jongeren vaker online zijn dan ouderen, zou kunnen verklaren waarom ze vaker het slachtoffer zijn van internetfraudeurs.
Deze stellingen kunnen de onderzoekers echter niet onderbouwen met hun bevindingen. “Het lijkt er niet op dat cybercriminelen selecteren wie ze aanvallen: iedereen is potentieel slachtoffer voor online criminaliteit. Het blijft simpelweg wel zo dat hoe meer je gebruik maakt van de online wereld, hoe groter de kans is op slachtofferschap”, aldus de opstellers van het rapport.
Onderzoekers: ‘Cijfers geven geen volledig beeld’
Van alle slachtoffers in Amsterdam die in 2021 zijn opgelicht door cybercriminelen, deed 44 procent eens of vaker melding daarvan bij de politie, Fraudehelpdesk, bank of consumentenorganisatie. Gedupeerden met een lagere opleiding klopten over het algemeen minder vaak aan bij instanties. Van alle slachtoffers deed 15 procent aangifte bij de politie. Volgens de onderzoekers is er geen verschil naar leeftijd.
De cijfers geven geen volledig beeld, zo benadrukken de onderzoekers. Dat komt omdat het in de politiesystemen niet eenvoudig is om een onderscheid te maken tussen cybercrime en traditionele criminaliteit. Ook doet lang niet iedereen aangifte als ze slachtoffer zijn geworden van hackers of cybercriminelen. Om toch een beeld te krijgen van deze zogeheten ‘dark numbers’, laat het stadsbestuur regelmatig slachtofferenquêtes uitvoeren.
Uit onderzoek van VPNGids.nl blijkt dat de politie tussen mei en oktober 2022 gemiddeld 4,9 meldingen per 10.000 inwoners ontving.
