‘Corona-app is prestigeproject van De Jonge’

‘Corona-app is prestigeproject van De Jonge’

Laatst bijgewerkt: 17 juni 2020
Leestijd: 5 minuten, 21 seconden

Volgens sommige deskundigen is het een vergissing dat politiek Den Haag zoveel vertrouwen heeft in een app in de strijd tegen het coronavirus. Het is maar de vraag of een applicatie hiervoor het juiste middel is en of deze effectief is. Daarnaast zijn we te afhankelijk van de goodwill van Apple en Google. De corona-app is dan ook niets meer dan een ‘prestigeproject’ voor minister De Jonge.

Dat zegt Bart Jacobs, hoogleraar computerbeveiliging aan de Radboud Universiteit Nijmegen, in het actualiteitenprogramma Nieuwsuur.

Gegevensuitwisseling

Iemand die kritisch is over de corona-app die minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport momenteel laat ontwikkelen, is Bart Jacobs. De hoogleraar computerbeveiliging aan de Radboud Universiteit Nijmegen vraagt zich af of de app effectief is. Om contactmomenten tussen burgers te registreren, maakt de corona-app gebruik van bluetooth. Het is technisch gezien mogelijk om hiermee de onderlinge afstand tussen mensen te berekenen. In combinatie met de interne klok van smartphones is het (op papier) een eenvoudige rekensom om vast te stellen of iemand een kans heeft besmet te zijn met het coronavirus.

Jacobs zet zijn vraagtekens bij deze methode. Om te beginnen moet gegevensuitwisseling via bluetooth op alle smartphones ingeschakeld zijn. Als je vergeet om deze functie in te schakelen, dan registreert de app helemaal niets. Bovendien zijn er allerlei variaties in bluetooth-systemen tussen Android-telefoons en iPhones. De ene telefoon heeft nu eenmaal een betere bluetooth-ontvanger dan de ander. “Op goedkopere telefoons kan de bluetooth-ontvanger slechter werken en worden andere telefoons minder snel gedetecteerd”, zo zegt Jacobs in Nieuwsuur.

Apple en Google

Ook heeft hij bedenkingen bij het feit dat Apple en Google een gezondheidsplatform bouwen dat het mogelijk maakt om deze contactmomenten te registreren. Volgens de beveiligingsdeskundige zijn we hierdoor te afhankelijk van deze techbedrijven.

“Hier wordt technologie gebruikt waar dictators toch heel erg opgewonden van raken. Google en Apple slaan de data van gebruikers niet centraal op, maar ze kunnen een knop omzetten dat het wel gebeurt. We zijn afhankelijk van beloftes die in Silicon Valley gemaakt worden.”

Apple en Google hebben beloofd om het platform uit te schakelen zodra de coronapandemie achter ons ligt.

Vertrouwen

Minister De Jonge heeft alle vertrouwen in een app om het coronavirus in te dammen. Dat heeft hij meer dan eens hardop gezegd, zowel binnen als buiten de Tweede Kamer. Maar, zo erkent de minister, het adoptiepercentage is een van de belangrijkste factoren die het succes van de app bepalen. Argwanende mensen zullen ze hem hoogstwaarschijnlijk niet installeren op hun smartphone. Uiteindelijk draait alles om vertrouwen.

Op dat vlak valt nog een wereld te winnen. Uit een onderzoek dat onlangs is uitgevoerd door TU Delft, Universiteit Maastricht en VU Amsterdam blijkt dat Nederlanders niet warm lopen voor een corona-app. In een peiling zei één op de drie respondenten dat ze geen enkele intentie heeft om de app te installeren op het moment dat deze klaar is. Ze zijn van mening dat een app op geen enkele wijze een bijdrage levert om het coronavirus in te dammen. Nog eens een derde gaf aan de app wel te installeren, omdat ze op deze manier de mensen in hun omgeving willen beschermen.

Zelfs als de minister erin slaagt om onze zorgen over privacy, veiligheid en effectiviteit weet weg te nemen, is het maar de vraag of mensen de app gaan installeren. Jacobs meent dat een app onrust kan veroorzaken onder de bevolking als burgers, al dan niet terecht, gewaarschuwd worden dat ze mogelijk in contact zijn geweest met een besmet persoon. “Als je de app uitrolt heb je maar één kans om het goed te doen en je bent sterk afhankelijk van de bevolking die de app wil accepteren of niet”, aldus Jacobs.

Wat is bovendien de meerwaarde van de app? Een van de doelen die de minister voor ogen heeft, is dat de app de GGD verlichting biedt bij het uitvoeren van bron- en contactonderzoek. Nieuwsuur zegt echter mensen gesproken te hebben die vrezen dat de app meer werk voor de GGD met zich meebrengt. “Als de GGD toch al test, kun je je afvragen wat de meerwaarde is van de app”, zo stelt Jacobs.

Kritisch

Jacobs is niet de enige expert die kritisch is over de effectiviteit van de corona-app. Volgens Bruce Schneier, een internationaal gerenommeerd beveiligingsdeskundige, beweert dat bron- en contactonderzoek met een app helemaal niet mogelijk is. Applicaties hebben in zijn ogen last van het zogeheten ‘klassieke identificatieprobleem’. Door technologische beperkingen is het denkbaar dat een app iemand alarmeert terwijl deze persoon helemaal niet in contact is geweest met een besmet iemand (false positive).  Een app ziet bijvoorbeeld niet dat er een raam tussen twee mensen zit. Andersom kan ook: dan krijg je geen melding terwijl je wel een verhoogd risico loopt besmet te zijn (false negative). Iemand die snel voorbij loopt en ineens in jouw richting hoest kan al voldoende zijn om iemand te besmetten.

Bits of Freedom is eveneens kritisch over de ontwikkeling van een corona-app. Volgens de belangenorganisatie is het proces niet transparant, staat de effectiviteit van de app niet buiten kuif en heeft de minister zonder input van externe experts bepaald dat de Nederlandse corona-app gebruik gaat maken van het framework van Apple en Google. Om deze redenen weigerde Bits of Freedom deel uit te maken van de begeleidingscommissie die minister De Jonge moet adviseren over de app.

In de tweede helft van april vond de appathon plaats. Na een chaotisch verloop van het selectieproces, een datalek bij een van de initiatieven en beperkte inhoudelijke behandeling, vroeg minister De Jonge aan verschillende externe partijen om hun mening over de gepresenteerde apps te geven. De Landsadvocaat, KPMG en de Autoriteit Persoonsgegevens waren allemaal uiterst kritisch over de apps ten aanzien van veiligheid, technische haalbaarheid en privacy.

Prestigeproject

Daarop besloot de minister om het over een andere boeg te gooien. Een nieuw team werd aangesteld om een app te ontwikkelen. Inmiddels is de broncode open source gemaakt en kunnen geïnteresseerden over de schouders van de ontwikkelaars meekijken. En hen adviseren. Momenteel wordt de app op kleine schaal getest in diverse regio’s in het land. De minister hoopt dat de app voor het begin van de zomervakantie af is.

Volgens Jacobs is de app niet meer dan een ‘prestigeproject’ van de minister. “De minister heeft vrij snel ingezet op bluetooth en deze app, daarom dendert de trein voort. Ik denk dat hier persoonlijk politiek prestige aan verbonden is”, aldus de hoogleraar.

Privacy en security redacteur
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. 

Meer artikelen uit het ‘Nieuws’ dossier

Reacties
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen