Enkele fracties in de Tweede Kamer zijn verbijsterd over het feit dat T-Mobile jarenlang niet-geanonimiseerde klantgegevens deelde met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dat was voor de vertrekkende Kamerleden Kees Verhoeven (D66) en Kathalijne Buitenweg (GroenLinks) aanleiding om schriftelijke vragen te stellen aan demissionair minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker, minister van Economische Zaken en Klimaat Bas van ’t Wout en staatssecretaris aan hetzelfde ministerie Mona Keijzer. Ze willen weten in hoeverre het verhaal klopt en hoe de bewindslieden over de kwestie denken.
Dat blijkt uit schriftelijke vragen van D66 en GroenLinks.
T-Mobile deelde jaren niet-anonieme klantgegevens met CBS
Afgelopen week werd bekend dat T-Mobile tussen januari 2018 en april 2020 niet-geanonimiseerde locatie- en belgegevens van klanten deelde met het CBS. Op het hoofdkantoor van T-Mobile werkten in deze periode vijf medewerkers van het statistiekbureau om een algoritme te ontwikkelen dat met locatiedata het mobiliteits- en verblijfsgedrag van Nederlanders zou kunnen meten.
Uit onderzoek van NRC bleek dat de CBS-medewerkers ‘volledige toegang’ hadden tot niet-geanonimiseerde locatiedata van klanten. Met deze gegevens is het mogelijk om te achterhalen waar gebruikers zich bevonden toen ze een telefoontje pleegden. Tevens konden de onderzoekers zien wanneer en met wie iemand contact had.
Klanten van T-Mobile werden niet ingelicht over de samenwerking met het CBS. Het Agentschap Telecom en Autoriteit Persoonsgegevens waren eveneens niet op de hoogte van het samenwerkingsverband tussen het telecombedrijf en het statistiekbureau. In een reactie lieten beide toezichthouders weten dat dit nooit ter sprake is gekomen tijdens reguliere overleggen. Ze willen dan ook dat de onderste steen boven komt.
‘We tuigen een surveillancemaatschappij op’
Voor D66 en GroenLinks was dit aanleiding om schriftelijke vragen te stellen aan de verantwoordelijke bewindslieden. We beginnen met D66. Kees Verhoeven wil van Mona Keijzer weten of ze op de hoogte was van het datacontract tussen T-Mobile en het CBS. De democraat vraagt wanneer de staatssecretaris de eerste signalen opving over de ‘opportunistische handelswijze van T-Mobile’, die volgens hem in strijd zijn met de privacywetgeving.
“Deelt u de zorgen van de voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) dat met zulke zeer grote datasets het risico bestaat dat met het combineren van de locatiegegevens achterhaald kan worden wie bij welke locatiegegevens hoort en het risico bestaat dat we een surveillancemaatschappij optuigen?”, wil Verhoeven weten. Hij vraagt aan staatssecretaris Keijzer of er meer vergelijkbare ‘CBS-proefprojecten met grootschalige dataverzameling’ lopen, of dat deze inmiddels zijn stopgezet.
Verhoeven vraagt zich hardop af of het CBS wel de ‘veilige haven’ is om persoonlijke gegevens te verzamelen en verwerken. Hij wil van Keijzer weten welke persoonsgegevens het CBS verwerkt en of de instantie aan alle eisen van de AVG voldoet. Tevens moet de staatssecretaris uitleggen wat zij vindt van het gegeven dat T-Mobile en het CBS altijd hebben gezwegen over het samenwerkingsverband tegenover de toezichthouders. Tot slot wil de D66’er weten hoe het kan dat met overheidsgeld ‘een lucratief algoritme’ zou worden ontwikkeld, die tevens door een commercieel bedrijf gebruikt mocht worden.
Wel of geen persoonsgegevens?
Kathalijne Buitenweg wil antwoord op de vraag of het klopt dat medewerkers van het CBS toegang hadden tot verkeersgegevens van klanten van T-Mobile. Ze vraagt aan de ministers en staatssecretaris in hoeverre zij verkeers- en factureringsgegevens als ‘anonieme datasets’ beschouwen.
In een reactie vertelde T-Mobile dat persoonsgegevens gepseudonimiseerd waren. Dat houdt in dat gegevens dusdanig bewerkt of versleuteld zijn dat ze niet langer aan specifieke personen zijn te koppelen zonder aanvullende informatie. Om dit te bereiken verwijderde T-Mobile het IMSI-nummer van telefoons, een uniek identificatienummer op een simkaart waarmee mobiele bellers over de hele wereld zijn te identificeren. Buitenweg vraagt of gegevens van telecommunicatieverkeer waaruit IMSI-nummers zijn verwijderd nog steeds persoonsgegevens zijn, of niet. Ook wil ze antwoord op de vraag of de medewerkers van het CBS toegang hadden tot direct herleidbare persoonsgegevens, waaronder IMSI-nummers.
Kan de samenwerking tussen het CBS en private partijen door de beugel?
Net als haar collega Verhoeven wil het GroenLinks-Kamerlid weten of het CBS bewust heeft gezwegen over de toegang tot niet-geanonimiseerde locatiedata van T-Mobile klanten. Ze vraagt aan de bewindslieden of deze zaak niet aantoont hoe belangrijk het is dat de Autoriteit Persoonsgegevens extra budget en personeel krijgt, iets wat minister Dekker weigert uit te voeren.
Tot slot wil Buitenweg van de ministers en staatssecretaris Keijzer weten of ze het wenselijk vinden dat een partij als het CBS -een zelfstandig bestuursorgaan, gefinancierd met belastinggeld- samenwerkt met private partijen om een businessplan te realiseren waarmee miljoenen euro’s per jaar kunnen worden verdiend. “In hoeverre zijn de nationale statistiekbureaus in andere Europese landen op een vergelijkbare wijze ingericht, waarbij zij zich op de markt begeven als ontwikkelaar van algoritmen?”
Verhoeven en Buitenweg hebben de ministers en staatssecretaris gevraagd om de vragen voor 16 maart te beantwoorden. Na de Tweede Kamerverkiezingen keren beide Kamerleden niet meer terug. Om die reden vragen ze of ze voor hun vertrek het antwoord op hun schriftelijke vragen kunnen krijgen.
Update: na D66 en GroenLinks heeft ook het CDA schriftelijke vragen gesteld over de samenwerking tussen het CBS en T-Mobile. Joba van den Berg wil van staatssecretaris Keijzer horen welke acties ze tot dusver heeft genomen zodra ze van het samenwerkingsverband hoorde. De christendemocraat vraagt aan haar of het verkrijgen van toegang tot data van telecomproviders hoog op de agenda staat voor Europese statistiekbureaus, en voor het CBS in bijzonder. Ook wil ze inzage in de afspraken en bijbehorende voorwaarden die zijn gemaakt tussen het CBS en T-Mobile.
Van den Berg vraagt van hoeveel klanten van T-Mobile (en eventuele andere providers) de gegevens zijn uitgewisseld met de medewerkers van het CBS. Tevens wil ze van de staatssecretaris horen of de uitgewisselde gegevens al dan niet geanonimiseerd of gepseudonimiseerd waren. Een andere vraag die op de lippen van de CDA’er brandt, is in hoeverre de ontwikkeling van algoritme, ‘bekostigd met overheidsgeld en in gebruik door commerciële partijen’, tot de nieuwe beleidsregels van het CBS behoren.
Verder vraagt Van den Berg wanneer het Agentschap Telecom zijn onderzoek naar mogelijke privacyschendingen is afgerond. Ook wil ze weten of staatssecretaris Keijzer bereid is om naar de Autoriteit Persoonsgegevens te stappen en een oordeel te vragen over de activiteiten en werkwijze van het CBS. De CDA’er vraagt aan de staatssecretaris of ze ‘verwante activiteiten’ van het CBS wil staken totdat er meer duidelijkheid is over deze zaak. Tot slot vraagt de christendemocraat aan Keijzer of ze de mening deelt dat het CBS vertrouwd kan worden om privacygevoelige informatie te analyseren.
