Hoofdkantoor van T-Mobile in Washington
© VDB Photos/Shutterstock.com
Geen AI: al onze artikelen zijn geschreven door echte mensen, zonder gebruik van AI
Inhoudsopgave

Jarenlang heeft T-Mobile klantgegevens gedeeld met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het gaat om niet-anonieme, privacygevoelige gegevens, zoals locatie en belgeschiedenis. Het Agentschap Telecom en de Autoriteit Persoonsgegevens starten een onderzoek naar de zaak.

Dat blijkt uit onderzoek van NRC. Door een beroep te doen op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) kreeg het dagblad documenten van het CBS in handen waaruit bleek dat de onderzoekers toegang hadden niet-geanonimiseerde locatiedata.

T-Mobile geeft CBS toegang tot niet-geanonimiseerde locatiedata

Vanaf januari 2018 werkten medewerkers van het CBS op het hoofdkantoor van T-Mobile in Den Haag. Hun taak was om locatiedata van smartphonegebruikers van de provider te analyseren. Het statistiekbureau wilde een algoritme ontwikkelen dat met locatiedata het mobiliteits- en verblijfsgedrag van Nederlanders zou kunnen meten. Het algoritme kon dan antwoord verschaffen op vragen als waar het beste geïnvesteerd kon worden in infrastructurele projecten, of welke gebieden afgesloten moeten worden tijdens drukte in coronatijd. T-Mobile mocht het algoritme eveneens gebruiken om mobiliteitsinformatie van haar klanten te vergaren. Deze samenwerking liep tot april 2020.

Bij de ontwikkeling van het algoritme gingen beide partijen niet volgens de regels te werk. Het CBS en T-Mobile hebben altijd gezegd dat de ontwikkelaars alleen geanonimiseerde gegevens onder ogen kregen. Dat is pertinent onjuist. Uit interne documenten blijkt dat CBS-medewerkers toegang hadden tot niet-geanonimiseerde locatiedata. Met deze gegevens is het mogelijk om te achterhalen waar gebruikers zich bevonden toen ze een telefoontje pleegden. Tevens konden de onderzoekers zien wanneer en met wie iemand contact had.

Verder werden klanten van T-Mobile niet geïnformeerd dat hun provider samen met het CBS hun locatiedata onderzocht om te kijken of er geld mee te verdienen viel.

T-Mobile: ‘CBS had toegang tot gepseudonimiseerde persoonsgegevens’

In een reactie laat T-Mobile weten dat het onderzoek heeft plaatsgevonden op basis van ‘gepseudonimiseerde persoonsgegevens’. Volgens artikel 4 lid 5 van de AVG is pseudonimiseren “het verwerken van persoonsgegevens op zodanige wijze dat de persoonsgegevens niet meer aan een specifieke betrokkene kunnen worden gekoppeld zonder dat er aanvullende gegevens worden gebruikt”. In het geval van T-Mobile betekent dit dat ze het IMSI-nummer van telefoons heeft verwijderd. IMSI staat voor International Mobile Subscriber Identity. Het is een uniek nummer dat wordt gebruikt om mobiele bellers overal ter wereld te kunnen identificeren. Het nummer is opgeslagen op de simkaart en wordt naar het netwerk van de telecomaanbieder gestuurd.

T-Mobile stelt dat gepseudonimiseerde gegevens geen persoonsgegevens zijn. De Autoriteit Persoonsgegevens en privacyexperts denken daar anders over: met aanvullende informatie zijn deze gegevens wel degelijk aan personen te koppelen. Securityexpert Brenno de Winter spreekt op Twitter zijn ongenoegen uit. “Dit is geen kleine vertrouwensbreuk van T-Mobile want je liegt over wat je met data doet die ook nog zeer vertrouwelijk had moeten blijven. Ben zelf klant en vind dit wel zeer problematisch“, zo schrijft De Winter.

In het projectplan staat tevens dat de vijf medewerkers van het CBS die op het hoofdkantoor van T-Mobile werkten, ‘volledige toegang’ hadden tot de data van de telecomprovider. In het document zijn volgens NRC aanwijzingen te vinden dat de CBS-medewerkers toegang hadden tot direct herleidbare persoonsgegevens en originele IMSI-nummers. Zowel het CBS als T-Mobile ontkent dat. In een schriftelijke reactie laat het CBS weten dat het, achteraf gezien, verstandiger was geweest om eerst om advies te vragen bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

Toezichthouders: ‘De onderste steen moet boven komen’

NRC heeft haar bevindingen voorgelegd aan het Agentschap Telecom en de Autoriteit Persoonsgegevens. De eerste instantie controleert onder meer of providers zich aan de wet- en regelgeving op het gebied van telecommunicatie houden. De Autoriteit Persoonsgegevens is de privacywaakhond van ons land en treedt op als de privacy van burgers op grote schaal geschonden worden. Beide toezichthouders vertellen tegenover NRC dat ze de zaak ‘bijzonder serieus’ nemen. “Als CBS-medewerkers inderdaad toegang hebben gehad tot verkeersgegevens van T-Mobile-klanten, zou dat nieuwe informatie zijn voor AT en AP: dit is eerder niet ter sprake gekomen.”

Met niet-geanonimiseerde locatiegegevens kun je veel over iemand te weten komen, benadrukken de toezichthouders. “Bij volledige toegang tot telecomdata kun je iemand de hele dag volgen. Je kunt zien waar iemand woont, waar hij werkt, waar hij winkelt, hoe vaak hij naar het ziekenhuis gaat, wat zijn stamkroeg is, hoe vaak hij zijn ouders, zus of vrienden bezoekt en waar die wonen.” Het Agentschap Telecom en de Autoriteit Persoonsgegevens willen dan ook dat de onderste steen boven komt.

Laat een reactie achter