In het vervolg van de zogeheten ‘Rondetafelgesprekken inzake de rol van socialmediaplatfomen’ in de Tweede Kamer werd met name de invloed van Facebook en YouTube op polarisatie en radicalisatie in de samenleving besproken.
Leden van deze commissie, voorgezeten door Farid Azarkan van Denk, spraken 11 februari met Edo Haveman, het hoofd van public policy BeNeLux van Meta/Facebook en Marco Pancini, beleidshoofd EU bij Google. Zij vinden niet dat zij mede verantwoordelijk zijn voor toenemende polarisatie en radicalisering in de samenleving.
Haveman stelde dat het beleid van Facebook geheel in lijn is met het nastreven van een veilig en prettig platform. Hij legt uit hoe het aanbevelingsalgoritme je berichten toont die in in lijn zijn met andere berichten waarmee je interactie hebt.
Lisa van Ginneken (D66) stelde hier vragen bij: “Dat lijkt me schizofreen aan wat u vertelt nu. U biedt een doosje pleisters, terwijl wij denken er is een slagaderlijke bloeding”.
Zij stelt dat platformen zoals Facebook juist negatieve effecten in de hand speelt. Ze vraagt dan ook of Facebook zijn rol in de versterking van radicalisatie en polarisatie erkent. Daarnaast vraagt ze waarom het platform zijn algoritmes niet openbaar kan maken. Zo kan de samenleving immers meekijken naar de praktijken die achter de schermen plaatsvinden.
De woordvoerder van Meta zegt echter niet dat Meta enige invloed zou hebben op radicalisatie in de samenleving. Hij komt zelfs met een anekdote over de avondklokrellen afgelopen jaar: “Ik heb zelf een aantal berichten gezien van oproerzaaiers. ‘Kom niet op Facebook, hier worden we eraf gegooid. We moeten naar Telegram'”.
Daarnaast zou het niet mogelijk zijn om de algoritmes te openbaren. “Er zijn vele algoritmes die meespelen. Ik weet niet of het makkelijk is om dat publiek te zetten en hoe dat te regelen is”. Bovendien wijst Haveman naar de AVG als struikelpunt, omdat deze niet duidelijk zou maken hoe Meta gegevens op een AVG-compliant manier kan delen. Er werd door de Commissie niet meer verder ingegaan op het feit dat de code van het algoritme zelf niet werkt met persoonsgegevens en dus niet AVG-gebonden is.
YouTube
Ook YouTube, het videoplatform van Google, ging het gesprek aan met de Commissie. De woordvoerder, Marco Pancini, kreeg hierbij ook de vraag hoe hij de rol van YouTube zag in radicalisatie en polarisatie.
Hij vertelde dat het algoritme om video’s aan te bevelen is bedoeld om aan te sluiten bij de gebruiker. Als het gaat om bijvoorbeeld politiek nieuws, dan zou het algoritme echter anders werken. Zo zouden er alleen respectabele autoriteiten in de recommended-sectie verschijnen. Tegelijkertijd wil YouTube iedereen het recht geven zijn mening te uiten. Controversiële content, zoals hoaxes rondom de Coronapandemie en 5G, zou niet aangeraden worden door het algoritme, maar wel makkelijk vindbaar zijn voor mensen die hiernaar opzoek zijn.
Van Ginneken wierp hierbij tegen dat YouTube’s algoritme toch bekend staat als een zogenaamde rabbit hole. Als je via een nieuw account een video bekijkt over PCR-tests, krijg je al snel video’s over ‘Wat is er mis met PCR-testen’ aanbevolen, waarna het een kwestie van tijd is tot je video’s ziet over complottheorieën.
Wanneer Pancini zei dat het hier gaat om slechts een hele kleine groep gebruikers, namelijk zo’n negen tot elf op de 10.000, nam Van Ginneken hier geen genoegen mee: “De lage cijfers die je geeft, geven mij het gevoel dat je de hoop voor deze personen en de impact die zij hebben op onze samenleving hebt opgegeven”.
Rondetafelgesprek 10 februari
Donderdag spraken de Kamerleden al met verschillende experts. Deelnemers aan dit gesprek ware Mariëtte van Huijstee (Rathenau Instituut voor onderzoek en debat over wetenschap en technologie in de samenleving), Evelyn Austin (organisatie voor internetvrijheid, Bits of Freedom) en Renate Eringa (Commissariaat voor de Media). Ook sprak de commissie met Frances Haugen. Zij werkte eerder als productmanager bij Facebook en trad in 2021 naar buiten als klokkenluider.
Haugen bepleit dat de autoriteiten Facebook moeten dwingen tot meer openheid over de werking van zijn platformen. Bovendien moeten de personen achter de systemen verantwoordelijk gesteld kunnen worden.
Momenteel leunt Meta op software en artificial intelligence (AI) om ‘kwaadaardige berichten’ te verwijderen. Dit soort systemen zijn volgens Haugen echter ineffectief. Het verspreiden van haatberichten en complottheorieën moet volgens haar niet tegengegaan worden met censuur. Ze voegt toe: “Ik verzet me tegen het beeld dat er magische AI bestaat die ons gaat redden”.
Mogelijke oplossingen
De klokkenluider denkt dat er meer winst te behalen valt, als overheden Meta dwingen de werking van zijn platformen aan te passen. Als voorbeeld noemt ze dat gebruikers eerst een link moeten aanklikken voordat ze deze mogen verspreiden, zoals reeds gebruikelijk is op Twitter. Een andere mogelijkheid is om gebruikers te dwingen een bericht opnieuw aan te maken als ze het willen delen buiten hun eigen kring.
Deze voorbeelden spelen in op de verantwoordelijkheid die bij personen zelf gelegd moet kunnen worden. Ook bij de personen achter Meta moet dit mogelijk worden. Haugen: “Het bedrijf heeft geen cultuur van individuele beslissingen. Alles wordt besloten in teams. Niemand heeft vieze handen en dus heeft iedereen vieze handen”.
Eringa, van het Commissariaat voor Media, denkt na over een keurmerk voor grote social media bedrijven, zoals Facebook en TikTok. Deze bedrijven zouden dan een teken van goedkeuring krijgen, als ze transparant zijn over het systeem dat ze gebruiken om gebruikers tot orde te roepen.
Ze noemt dit ‘systeemtoezicht’: de big tech bedrijven moeten zelf laten zien hoe ze optreden tegen illegale praktijken en online haatberichten of nepnieuws. De Commissie beoordeelt alleen of deze methode bevredigend is of niet. De mensen achter de platformen moeten hiervoor aan zelfreflectie doen, stelt Eringa: “Achter de platforms zitten mensen. Die moeten duidelijk maken waar ze voor staan en hoe ze hun handel vormgeven”.
Klokkenluider
Frances Haugen werkte in 2021 korte tijd bij Facebook, intussen Meta, als productmanager. Na haar vertrek stapte ze naar buiten met stapels interne documenten. Deze actie leidde tot een hele reeks van ontluisterende berichtgeving over het bedrijf achter Facebook, Instagram en WhatsApp.
Zo zou Meta onderzoek dat het bedrijf in een negatief daglicht plaatst welbewust negeren. Een voorbeeld van dergelijk onderzoek is dat naar de schadelijke invloed van Instagram op de mentale gezondheid van meisjes.
Vorige week werd al bekend dat Meta erover denkt zijn diensten niet langer in Europa te verlenen. Dit als reactie op de veranderende regels over gegevensuitwisseling vanuit de EU. In een rapport viel te lezen: “Als er geen nieuw trans-Atlantisch kader voor gegevensoverdracht wordt aangenomen en wij niet kunnen blijven vertrouwen op modelcontracten of andere alternatieve middelen voor gegevensoverdracht van Europa naar de Verenigde Staten, zijn wij waarschijnlijk niet langer in staat om een aantal van onze belangrijkste producten en diensten, waaronder Facebook en Instagram, in Europa aan te bieden.”
