De SP vraagt zich hardop af of het kabinet spionagesoftware en -apparatuur heeft aangeschaft van het Israëlische beveiligingsbedrijf NSO Group. Verder informeert de partij hoe de regering erover denkt dat afluistersoftware als Pegasus wordt gebruikt om burgers, politici en journalisten af te luisteren. Tot slot wil de fractie weten hoe het kabinet denkt over transparantie in het debat over afluistersoftware.
Dat blijkt uit een reeks schriftelijke vragen die door Renske Leijten en Jasper van Dijk (beiden SP) zijn gesteld aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Hanke Bruins Slot en de minister van Justitie en Veiligheid Dilan Yeşilgöz-Zegerius.
Onderscheid in veiligheidsrisico’s tussen politici en ambtenaren
De Tweede Kamerleden willen van de bewindslieden weten of het klopt dat er geen onderscheid wordt gemaakt in veiligheidsrisico’s tussen ministers, topambtenaren en ander Rijkspersoneel. “Het [is] zeer goed voorstelbaar dat hooggeplaatste functionarissen over meer essentiële informatie beschikken en daardoor eerder het doelwit van spionage of een hack zullen zijn”, schrijven de parlementariërs. Daarom zou er volgens hen wel degelijk een onderscheid gemaakt moeten worden tussen politici en ambtenaren.
Leijten en Van Dijk maken zijn bezorgd dat met het huidige beveiligingsniveau onmogelijk is om te achterhalen of digitale apparatuur is gehackt met geavanceerde software als Pegasus. Ze willen weten of minister Bruins Slot en minister Yeşilgöz-Zegerius deze zorgen delen. De Kamerleden vragen dan ook of de bewindsvrouwen de beveiligingsmaatregelen gaan verhogen.
Schade aan de democratische rechtsstaat
“Wordt er naar aanleiding van nieuwe beschikbare informatie over landen die zich schuldig maken aan ernstige schendingen van mensenrechten of internationaal humanitair recht een nieuwe afweging gemaakt of de inzet van bepaalde software nog gerechtvaardigd is, als blijkt dat dergelijke landen gebruik maken van dezelfde software?”, vragen de SP’ers zich af.
Ze nemen geen blad voor de mond en stellen dat spionagesoftware veel schade kan toebrengen aan de democratische rechtsstaat als het wordt ingezet tegen de eigen bevolking. Of als deze gebruikt wordt om politici of andere functionarissen van andere lidstaten af te luisteren. Ze vragen aan de ministers of zij er net zo over denken.
SP wil meer openheid en transparantie van overheid over spionagesoftware
Leijten en Van Dijk zijn benieuwd hoe het kabinet denkt over een verbod, dan wel strikte regels en toezicht, van spionagesoftware op nationaal en internationaal niveau. Tevens willen ze dat de overheid meer transparantie biedt als dergelijke software is aangekocht door de overheid. Alleen zo kan het parlement haar controlerende taak uitvoeren, zo is het idee.
Eerder deze week presenteerde Sophie in ’t Veld, rapporteur van de PEGA-commissie, een conceptversie van het onderzoeksrapport naar het gebruik van spyware in de EU. Daarin constateerde de onderzoekscommissie dat vrijwel alle EU-lidstaten spionagesoftware gebruiken, maar tegelijkertijd dat ze hier niet open en eerlijk over zijn.
Vanwege de maatschappelijk ontwrichtende potentie van spyware, pleitte de commissie ervoor om Europese regels te formuleren voor de inzet van afluistersoftware. Uitgangspunt is dat er in principe geen spionagesoftware mag worden gekocht of verkocht. Pas als een land een toezichthouder heeft aangesteld, mag er eventueel spyware ingezet worden.
Kabinet kan niets zeggen over inzet spyware
Tot slot vragen de Kamerleden zich af of het kabinet Pegasus heeft aangekocht, en zo ja hoe dat past binnen de motie-Van Nispen. In deze motie spreekt de Tweede Kamer de wens uit om hard- en software voor afluisterpraktijken niet aan te schaffen uit landen als China en Israël. Mocht deze apparatuur en software toch noodzakelijk zijn, dan zou er bij de aanbesteding gekeken moeten worden of deze producten bij Nederlandse of Europese bedrijven ingekocht kunnen worden.
Of de politie of Nederlandse veiligheids- en inlichtingendiensten gebruikmaken van Pegasus, is onbekend. Vorig jaar schreven toenmalig minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Kajsa Ollongren en minister van Buitenlandse Zaken Sigrid Kaag dat ze hier niets over konden zeggen.
“In het algemeen geldt dat het Nederlandse instellingen niet is toegestaan binnen te dringen in geautomatiseerde werken. Uitzonderingen zijn gemaakt voor justitie en politiediensten ter opsporing van strafbare feiten, en voor inlichtingen- en veiligheidsdiensten ter bescherming van de nationale veiligheid. Deze organisaties kunnen onder omstandigheden en omgeven door waarborgen bijzondere bevoegdheden inzetten. Over de wijze waarop deze organisaties gebruikmaken van hun wettelijk toegekende bijzondere bevoegdheden kan ik in het openbaar geen mededelingen doen”, zo schreven de bewindslieden aan de Tweede Kamer.
‘AIVD gebruikte Pegasus om Ridouan Taghi af te luisteren’
Het gerucht gaat dat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) Pegasus heeft gebruikt om Ridouan Taghi af te luisteren toen hij in het buitenland verkeerde. Taghi is de hoofdverdachte in het Marengo-proces en wordt ervan verdacht opdracht te hebben gegeven tot meerdere liquidaties van criminele kopstukken. De AIVD weigerde om antwoord te geven op vragen over het gebruik van Pegasus.
Onafhankelijk Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt was niet te spreken over de gang van zaken. “Ik wil weten binnen welk kader Pegasus is ingezet, tegen welke categorieën personen, en hoe het toezicht is georganiseerd. Ook wil ik weten wat de premier van het gebruik van Pegasus door Nederland vindt”, zei hij tegenover de Volkskrant.
Omtzigt treedt op als rapporteur voor de Raad van Europa. In deze functie moet hij onder meer antwoord geven op de vraag of Nederland Pegasus gebruikt. Eind mei stelde het Kamerlid schriftelijke vragen over het onderwerp aan het kabinet. Hij informeerde voor welke misdrijven en tegen welke verdachten de spionagesoftware wordt ingezet, en hoeveel er gestoken is in de aanschaf van spionagesoftware.

Minister wil ook geen overzicht geven van software waar politie gebruik van maakt, persbericht van zaterdag 12 november jl.
Was afgelopen week aanwezig op op congres DEX-XL van politie en maakte kennis met de vervanger van het IRN platform (Osint), deze wordt door de politie aangekocht in Engeland, betreft een vrij eenvoudige desktop applicatie met de naam Longarm waar heel geheimzinnig over wordt gedaan.
Was niet erg onder de indruk van dit Engelse bedrijf zonder enige certificering en/of aantoonbare kwalificaties en zeer kwetsbare software.