Overheid mag ANPR-camera’s blijven gebruiken

Camera filmt voorbijrijdende auto's

De voorzieningenrechter heeft woensdag de vordering van Stichting Privacy First om de ANPR-regelgeving buiten werking te stellen afgewezen. De stichting heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een spoedeisend belang. De rechter oordeelde daarom dat een inhoudelijke beoordeling van de kwestie door de rechtbank niet nodig is.

Dat schrijft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag in haar vonnis.

Stichting Privacy First spant kort geding aan tegen de staat

Stichting Privacy First eiste van de rechtbank dat de overheid moet stoppen met Automatic Number Plate Recognition (ANPR) camera’s. Dat zijn camera’s die kentekens van auto’s en andere voertuigen registreren. In praktijk leggen ze vaak ook de gezichten van bestuurders en bijrijders vast. Ook reisbewegingen van automobilisten worden 28 dagen lang opgeslagen in een centrale databank van de politie. Ons land telt 919 ANPR-camera’s, die verspreid staan over 461 locaties. Al met al registreren deze dagelijks gemiddeld vijf miljoen auto’s.

Stichting Privacy First vindt dit een grove inbreuk op onze privacy. Daarnaast zijn de camera’s “totaal niet noodzakelijk, volstrekt disproportioneel en bovendien ineffectief”. De stichting vindt dat het aantal kentekens dat gescand wordt veel te hoog ligt. Ook meent de stichting dat de ANPR-camera’s in strijd zijn met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), het Europees Handvest en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarom spande de belangenorganisatie een kort geding aan tegen de staat.

Tekortkomingen van het ANPR-camerasysteem

De stichting verwijst naar een onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). Daarin schrijven de onderzoekers dat de huidige wetgeving op twee punten niet voldoet. Zo stuitte het WODC op drie zaken waarbij ongeblurde foto’s zijn verstrekt, en ontbreken de onderliggende motivaties van de locaties van de ANPR-camera’s in het cameraplan. Tevens constateerden de onderzoekers een aantal risico’s op het gebied van logging en autorisatie. Tot slot zetten de onderzoekers vraagtekens bij de efficiëntie van het camerasysteem in het opsporingsproces.

Verder wijst Stichting Privacy First erop dat er een kans bestaat op ‘het inherente risico’ van misbruik door handhavingsinstanties. Zo schreef NRC in augustus hoe het Openbaar Ministerie meerdere malen heeft geprobeerd om foto’s uit het kentekenregistratiesysteem te halen om verdachten te identificeren en veroordelen. Voor Joost Sneller en Lisa van Ginneken (beiden D66) was dit aanleiding om schriftelijk vragen te stellen aan demissionair minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus.

Rechter: ‘Geen sprake van spoedeisend belang’

Stichting Privacy First vroeg aan de voorzieningenrechter om een streep te zetten door de ANPR-wetgeving, die sinds januari 2019 van kracht is. De rechtbank van Den Haag bepaalde echter dat de overheid niet hoeft te stoppen met het automatische kentekenregistratiesysteem.

De stichting pleitte dat er sprake was van een spoedeisend belang, maar daar gaat de rechter niet in mee. Als er sprake was van ‘stelselmatige ernstige inbreuk op grondrechten’, dan had de stichting bij de invoering van de wet een kort geding moeten aanspannen. “Privacy First heeft kennelijk gedurende die periode geen aanleiding gezien om zich in rechte op de onverbindendheid van die regelgeving te beroepen. Dit tijdsverloop staat in beginsel aan het aannemen van een spoedeisend belang in de weg”, aldus de rechter.

Het onderzoek van het WODC en de artikelen uit NRC tonen volgens de rechter onvoldoende aan dat er op grote schaal misbruik gemaakt zou worden van bevoegdheden. Of dat de ANPR-camera’s andere ‘structurele misstanden’ in het leven roepen. “Dat Privacy First aan de bevindingen van het WODC andere conclusies verbindt, is uiteraard haar goed recht maar daarmee is het bestaan van ernstige misstanden niet aannemelijk geworden’”, zo lezen we in het vonnis.

Tot slot oordeelt de rechtbank dat er geen sprake is van een dusdanige grove privacyschending dat de overheid vooraf moet laten toetsen door een rechter of andere autoriteit. Zodoende mag de regering zonder toetsing kentekengegevens verzamelen.

Privacy First start bodemprocedure

Stichting Privacy First is het niet eens met de uitspraak van de rechter. “Privacy First acht dit oordeel onbegrijpelijk, aangezien bij een dagelijkse massale privacyschending per definitie sprake is van spoedeisend belang om die schending juridisch te laten toetsen en te laten stoppen”, schrijft de belangenorganisatie op haar website.

De stichting gaat op korte termijn een bodemprocedure starten tegen de ANPR-wetgeving en overweegt om een spoedappèl tegen het huidige vonnis in te stellen. Ondanks het verlies in de rechtszaal denkt Privacy First dat ze alsnog aan het langste eind trekt.

Techredacteur
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. Meer over Anton.
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen