Verkeerscamera legt de verkeersdrukte op de snelweg vast
© Evannovostro/Shutterstock.com
Geen AI: al onze artikelen zijn geschreven door echte mensen, zonder gebruik van AI
Inhoudsopgave

D66 vraagt het kabinet om antwoord te geven op het bericht dat kentekencamera’s jarenlang zonder wettelijke basis gezichten hebben vastgelegd van automobilisten en hun bijrijders. De Democraten vragen zich af op welk moment de overheid hiervan op de hoogte was. Tevens wil de partij weten of de Autoriteit Persoonsgegevens over voldoende middelen beschikt om privacyschendingen bij de overheid aan de kaak te stellen.

Dat blijkt uit schriftelijke vragen van Joost Sneller en Lisa van Ginneken (beiden D66) aan demissionair minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus.

ANPR-camera’s leggen gezichten van bestuurders en bijrijders vast

Deze kwestie haalde begin augustus de koppen van de media. Uit een intern politiebericht bleek dat politiecamera’s langs de Nederlandse autowegen vijf jaar lang automobilisten en bijrijders op beeld hadden vastgelegd. Saillant detail hierbij is dat de wettelijke basis hiervoor ontbrak en dus sprake was van een grove schending van onze privacy. Wat de zaak nog erger maakt is dat deze foto’s zijn gebruikt voor opsporingsdoeleinden en strafrechtelijke onderzoeken.

Het gaat om driehonderd zogeheten Automatic Number Plate Recognition (ANPR) camera’s. Deze zijn langs snelwegen en provinciale wegen geïnstalleerd om passerende auto’s te controleren. Een automobilist die bijvoorbeeld nog een openstaande schuld heeft bij de Belastingdienst, kan dan door een motoragent langs de kant van de weg worden gezet.

Het doel van de ANPR-camera’s is enkel om kentekens te registreren. In werkelijkheid werden ook automobilisten en bijrijders gefotografeerd. In ‘een klein aantal strafzaken’ zijn deze beelden gebruikt om verdachten te vervolgen. Sinds 1 juni heeft de politie het gebruik van camera’s voor opsporing en inlichtingen stilgelegd. Hoeveel bestuurders en passagiers er daadwerkelijk zijn vastgelegd is onbekend.

Wanneer was het kabinet op de hoogte van deze privacyschending?

Joost Sneller en Lisa van Ginneken grijpen het voorval aan om schriftelijk vragen te stellen aan demissionair minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus. Ze willen van de bewindspersoon weten wanneer hij op de hoogte was van de overtreding, door wie hij hierover is geïnformeerd en waarom de Tweede Kamer hier niet eerder van op de hoogte was gebracht.

“Welke toezichthouders houden toezicht op het vervaardigen en gebruiken van beeldmateriaal voor opsporingsdoeleinden en strafrechtelijke onderzoeken?”, vragen de Kamerleden zich hardop af. En hadden de betreffende toezichthouders niet op de hoogte moeten zijn van ‘deze onrechtmatige surveillance’? Ergens in het systeem van checks and balances is het misgegaan en de D66’ers willen van minister Grapperhaus weten waar precies.

Beschikt de Autoriteit Persoonsgegevens over voldoende middelen?

Een ander onderwerp dat de Democraten aansnijden, gaat over de Autoriteit Persoonsgegevens. Sneller en Van Ginneken vragen aan de minister of hij vindt dat de toezichthouder over voldoende middelen beschikt om toezicht te houden op dit soort privacyschendingen bij de overheid.

De financiële positie en capaciteitstekort van de privacywaakhond staat al geruime tijd ter discussie. In november 2020 constateerde marktonderzoeker KPMG dat de Autoriteit Persoonsgegevens jaarlijks een structureel bedrag van 66,5 miljoen euro nodig heeft om zijn wettelijke taken naar behoren uit te voeren. Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer steunde een motie van de SP die pleitte om het budget voor de toezichthouder uit te breiden. Demissionair minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker heeft echter aangegeven de uitvoering van de motie aan een volgend kabinet over te laten.

De toezichthouder deed hier nog een schepje bovenop en kwam met het voorstel van een ‘structurele financiering’ van 100 miljoen euro. “Door het achterblijven van budget komt dit [goed toezicht, red.] momenteel niet genoeg van de grond. Aanvullende investeringen in 2021, 2022 en 2023 zijn nodig om de opgelopen achterstanden weg te werken”, zo schreef de privacywaakhond in een position paper. En het budget is structureel nodig: “De digitalisering van Nederland en de wereld is immers onomkeerbaar.”

D66 kritisch over juridische implicaties

De D66’ers laten er geen misverstand over bestaan: zij zijn van mening dat alles wat de overheid doet gebaseerd moet zijn op bestaande wet- en regelgeving. “Hoe weegt u in dit licht de consequente overschrijding van de grenzen van de eigen bevoegdheden en de consequente schending van de privacyrechten van burgers door de overheid?”, zo vragen ze aan minister Grapperhaus. Ze willen dan ook weten op welke grondslagen het verkregen beeldmateriaal is gebruikt voor opsporingsdoeleinden en strafrechtelijke onderzoeken.

Verder informeren de Tweede Kamerleden van D66 naar de juridische implicaties die mogelijk kunnen voortvloeien uit het onrechtmatig en onwettelijk gebruik van foto’s die als bewijs zijn gebruikt in strafzaken. De laatste vraag van Sneller en Van Ginneken gaat over de bewaartermijn van het beeldmateriaal. Ze willen garantie van de minister dat foto’s van bestuurders en bijrijders na 28 dagen worden vernietigd.

Laat een reactie achter