Omdat onze samenleving op steeds meer vlakken digitaliseert, verwacht het Openbaar Ministerie (OM) dat het aantal slachtoffers van cybercrime de komende jaren verder zal toenemen. Tevens ziet het OM dat cybercriminaliteit zich steeds vaker vermengt met traditionele criminaliteit. Het is daarom belangrijk om te blijven investeren in de aanpak van cybercrime.
Dat schrijft het Openbaar Ministerie in haar jaarverslag over 2022.
Minder meldingen van cybercrime in afgelopen twee jaar
Volgens het Openbaar Ministerie is het aandeel cybercriminaliteit de afgelopen twee jaar iets gedaald. Deze afname is met name te zien bij online fraudedelicten. Het aantal verdachten van horizontale fraude -fraude tussen burgers onderling- daalde vorig jaar met 28 procent. Daarmee kwam deze vorm van cybercrime uit op het niveau van 2019.
Het aantal zaken tegen geldezels daalde eveneens sterk. Het aantal meldingen nam in een jaar tijd af van 1.363 naar 754. Hoewel dat een positieve ontwikkeling is, ligt het aantal zaken nog altijd twee keer zo hoog in vergelijking met 2020. De daling is mogelijk te danken aan de diverse voorlichtings- en bewustwordingscampagnes die de politie de afgelopen jaren heeft gevoerd.
Het Openbaar Ministerie meldt verder dat het aantal verdachten van identiteitsfraude -een vorm van fraude waarbij een oplichter de identiteit van een ander aanneemt- daalde met 26 procent naar 543 zaken. Het aantal verdachten van cyberdelicten nam in 2022 af van 574 naar 372, een daling van 35 procent.
Aantal registraties van cybercrime stabiliseert zich
Het zijn veelbelovende cijfers, maar ze geven een vertekend beeld van de werkelijkheid. Kijk je naar het aandeel cybercriminaliteit de afgelopen vijf jaar, dan is er een forse toename te zien. In 2021 registreerde de politie 14.000 gevallen van cybercrime, een stijging van een derde in vergelijking met het jaar ervoor. En zelfs een verviervoudiging ten opzichte van 2019, zo schreef het OM vorig jaar in haar jaarverslag. In 2022 stabiliseerde het aantal registraties van cybercrime tot 14.200.
Uit berekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is gebleken dat zo’n 2,5 miljoen Nederlanders in 2021 te maken hadden met cybercrime. En dat is hoogstwaarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg: volgens het statistiekbureau doet slechts één op de vijf slachtoffers van cybercriminelen aangifte bij de politie.
OM wil investeren in de aanpak van online criminaliteit
Tegelijkertijd ziet het OM dat de aard van cybercriminaliteit verandert: het vermengt zich steeds vaker met traditionele criminaliteit. Als voorbeeld noemt het OM het feit dat agenten steeds vaker wapens aantreffen bij cybercriminelen.
“Deze vermenging van actoren wordt in de hand gewerkt omdat kwaadwillenden relatief eenvoudig hun slag kunnen slaan”, schrijft het Openbaar Ministerie in haar jaarverslag. Ze verwijst daarmee naar het fenomeen Ransomware-as-a-Service (RaaS). Criminelen die niet over de technische kennis beschikken, kopen vandaag de dag een cybercrimeproduct om misdrijven te plegen, zoals een phishingpanel. “Na het kopen van een cybercrimeproduct kan met één druk op de knop een cyberdelict worden gepleegd.”
Als gevolg van de toenemende mate van digitalisering, vreest het Openbaar Ministerie dat het aantal slachtoffers van cybercrime de komende jaren verder zal toenemen. Daarom is het in de ogen van het OM noodzakelijk om de komende jaren flink te investeren in de aanpak van online criminaliteit.
