Netwerk Mediawijsheid heeft de website isdatechtzo.nl geïntroduceerd. Met de site wil de belangenorganisatie Nederlanders op een laagdrempelige manier kennis laten maken met nepnieuws en waarschuwen voor de gevaren van desinformatie. De site bevat allerlei tips om na te gaan of een nieuwsbericht echt of nep is.
Dat schrijft Netwerk Mediawijsheid in een persbericht.
Nepnieuws kan grote maatschappelijke impact teweegbrengen
Nepnieuws en desinformatie: op het eerste klinken ze vrij onschuldig. In werkelijkheid kunnen ze een grote impact hebben op de Nederlandse samenleving. Zeker als statelijke actoren met fake news de publieke opinie of verkiezingsuitslag proberen te manipuleren. De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) waarschuwde afgelopen jaar in zijn jaarverslag hiervoor.
Volgens de veiligheidsdienst is het verspreiden van nepnieuws vandaag de dag een vast onderdeel van ‘heimelijke beïnvloedingsoperaties’. De pogingen van Rusland om via sociale media het verloop van het MH17-proces te beïnvloeden is daar een goed voorbeeld van. “Rusland beschikt hiertoe over steeds meer geavanceerde technische capaciteiten en IT-systemen, maar maakt ook gebruik van individuen, die parallel aan hun eigen belang ook het belang van Rusland dienen”, zo scheef de AIVD in zijn jaarverslag. De impact van nepnieuwscampagnes op Nederlanders is volgens de veiligheidsdienst vooralsnog beperkt, maar dat kan zomaar omslaan.
Niet alleen circuleert er fake news over MH17: ook onderwerpen als het coronavirus, coronavaccins en vermeende negatieve gezondheidseffecten van 5G-straling passeren regelmatig de revue. Om te kijken hoe Nederlanders over deze thema’s denken en de verspreiding van nepnieuws tegen te gaan, verzamelde het Land Information Manoeuvre Centre (LIMC) van de Koninklijke landmacht eind vorig jaar enige tijd heimelijk data over Nederlandse burgers. Enkele weken later gaf minister Bijleveld-Schouten van Defensie opdracht om te stoppen met de dataverzamelingspraktijken.
Meerderheid Nederlander vreest invloed nepnieuws
Netwerk Mediawijsheid -een samenwerkingsverband tussen Beeld & Geluid, het Platform voor de Informatiesamenleving (ECP), Human, Kennisnet en de Nationale Bibliotheek- heeft laten onderzoeken hoe Nederlanders denken over de invloed van nepnieuws. Uit het onderzoek, dat is uitgevoerd door NoTies, blijkt dat wij desinformatie als een groot probleem beschouwen. Zes op de tien Nederlanders (60 procent) maakt zich zorgen over de invloed van nepnieuws op het stemgedrag. Ruim driekwart van de 1.041 ondervraagden vreest dat nepnieuws grote invloed heeft over hoe wij denken over het coronavirus en -vaccin.
Driekwart van de Nederlanders vermoedt dat hij wekelijks of vaker nepnieuws tegenkomt. Twee op de drie respondenten (64 procent) zegt nooit nepberichten te delen met zijn omgeving. Ruim de helft (58 procent) denkt zelf nepnieuws te herkennen, maar vreest dat een vijfde (21 procent) niet daartoe in staat is. Nederlanders hebben het minste vertrouwen in sociale media als het gaat om geloofwaardige nieuwsvoorziening.
‘Nieuwe site maakt Nederlanders kritischer en weerbaarder’
Om kennis over nepnieuws te vergroten, heeft Netwerk Mediawijsheid vrijdag 5 februari de website isdatechtzo.nl gelanceerd. De site geeft allerlei tips om zelf uit te zoeken of een bericht nep is of niet. Met video’s en animaties legt de site uit wat nepnieuws is, hoe het werkt en hoe het wordt verspreid. Enkele onderwerpen die aan bod komen zijn hoe algoritmes op sociale media werken en wat deepfakes zijn.
“We denken dat isdatechtzo.nl een laagdrempelige manier is om mensen meer inzicht te geven in hoe nepnieuws en desinformatie werkt en wat je er zelf aan kan doen”, vertelt Mary Berkhout-Nio, programmadirecteur bij Netwerk Mediawijsheid. “Daardoor worden mensen kritischer en weerbaarder. Met het oog op de Tweede Kamerverkiezingen wordt dit steeds belangrijker. Het is een handvat, waarmee we mensen mediawijzer willen maken, zodat zij zich gemakkelijker en zekerder bewegen in een samenleving waarin (online) media een steeds grotere rol spelen.”
Algemene Rekenkamer: ‘Algoritme is geen black box’
De werking van algoritmes is een onderwerp waar de toezichthouder Autoriteit Consument & Markt (ACM) en de Tweede Kamer regelmatig vragen over stellen. De Algemene Rekenkamer onderzocht onlangs het gebruik van algoritmes bij de Rijksoverheid. Daaruit bleek dat ze voornamelijk worden ingezet om administratieve handelingen uit te voeren, zoals het automatisch versturen van een ontvangstbevestiging. Onderzoekers vonden geen voorbeeld waar het algoritme zelfstandig besluiten nam: er was altijd een medewerker betrokken die de knopen doorhakte.
Tevens constateerde de Algemene Rekenkamer dat algoritmes geen black boxes zijn waarvan onduidelijk is hoe ze werken of waarvoor ze worden ingezet. Echter, niet de burger maar de overheid staat centraal als algoritmes worden ingezet. Ook ethische aspecten krijgen nog te weinig aandacht bij de ontwikkeling van algoritmes. Zorgen en twijfels over algoritmes verdienen volgens de onderzoekers ‘serieuze aandacht’.
