Minister De Jonge erkent haast en tijdgebrek bij app-selectieproces

Minister De Jonge wil eind mei proof-of-concept van corona-app

Laatst bijgewerkt: 7 mei 2020
Leestijd: 4 minuten, 11 seconden

Woensdagavond hielden premier Mark Rutte en minister voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) Hugo de Jonge een persconferentie over versoepeling van de coronamaatregelen. Daarin vertelde minister De Jonge dat hij blijft inzetten op ‘digitale ondersteuning’ voor bron- en contactonderzoek. Eind mei wil hij een proof-of-concept van de app.

Dat zei Hugo de Jonge woensdagavond tijdens de persconferentie.

Nieuw team

Minister De Jonge laat er geen misverstand over bestaan: hij gelooft heilig dat een smartphone-app een bijdrage levert aan de bestrijding van het coronavirus. Begin april maakte hij bekend dat hij een applicatie liet ontwikkelen. Het idee achter de app is simpel: deze zendt voortdurend een bluetoothsignaal uit. Mensen die de app hebben geïnstalleerd op hun mobiele telefoon en in de buurt van anderen komen (binnen anderhalve meter afstand), slaan dit contactmoment op in een logboek. Dit gebeurt de hele tijd, zodat er op een gegeven moment een contactlijst ontstaat. Als blijkt dat iemand besmet is met wie je contact hebt gehad, dan word je daarvan op de hoogte gesteld via de app.

De minister vroeg aan burgers en experts om mee te denken over de vormgeving van de app. Door deze oproep belandden er 750 voorstellen op het bureau van de minister. Vervolgens vond er een gehaaste en chaotische eerste selectieronde plaats, waardoor er 7 voorstellen overbleven. Tijdens de ‘appathon’ kregen de overgebleven kandidaten de gelegenheid om hun idee te pitchen. Vanwege de vele privacy- en beveiligingsissues rolde er aan het einde van de rit geen winnaar uit. Daarop besloot De Jonge om een nieuw team aan te stellen die de randvoorwaarden verder zou uitwerken.

‘Aanvullende ondersteuning’

Velen keken halsreikend uit naar de persconferentie van woensdagavond. Kappers, masseurs en andere beoefenaars van zogeheten contactberoepen hoopten dat ze weer aan de slag mochten. Dat goede nieuws kregen ze ook van premier Rutte. Anderen hoopten dat De Jonge meer zou vertellen over de stand van zaken in de ontwikkeling van de app. In de inleidende statements zei De Jonge dat de GGD-afdelingen ruim drie keer zoveel mensen hebben ingezet voor het uitvoeren van bron- en contactonderzoek, en dat ze nog meer mensen gaan aantrekken. Over de app zei hij enkel: “We blijven werken aan digitale ondersteuning van het bron- en contactonderzoek van de GGD’en om het daarmee nog sneller, nog beter en nog completer te laten zijn. ”

Toen journalisten de gelegenheid kregen om aanvullende vragen te stellen, vertelde De Jonge wel iets meer over de app. Een journalist merkte op dat de minister eerder aangaf dat de inzet van een app ‘cruciaal’ was, maar dat hij daar tijdens de persconferentie niets over zei. Daarop reageerde De Jonge met de volgende woorden:

“Aanvullende ondersteuning [een app, red.] heb je wel nodig. Met een app kan het bron- en contactonderzoek beter en completer zijn. ‘Beter’ in de zin van sneller. Met de app kun je sneller een signalering doen dan je anders telefonisch voor elkaar krijgt via het reguliere bron- en contactonderzoek. En daarnaast zou je completer kunnen zijn. Je kunt je niet altijd meer herinneren bij wie je gisteren allemaal in de buurt hebt gestaan, zeker niet als dat op een perron was bijvoorbeeld. Je weet vaak alleen die contacten die je ook echt kent, met wie je ook echt hebt afgesproken, zoals bijvoorbeeld je huisgenoten. Dat weet je nog. Op het moment dat je met de GGD in gesprek bent met ‘wie ben je de afgelopen tijd allemaal tegengekomen in de betreffende periode?’, dan is daar een overzichtelijk lijstje van.

 Wat de aanvulling zou kunnen zijn van een app, is dat je veel sneller bent, want je kunt sneller de contacten informeren. En je bent ook completer in het bereik van het aantal contacten. Dus de toegevoegde waarde is er nog steeds. ”

Proof-of-concept

Een andere journalist vroeg aan minister De Jonge wanneer hij denkt dat de app klaar is. De minister kon geen concrete datum hiervoor noemen. Hij zei wel dat hij ernaar streeft om eind mei een ‘proof-of-concept’ te hebben.

“Wat ik over een aantal weken hoop te hebben, laten we zeggen eind mei, is een proof-of-concept, namelijk ‘dit is wat we willen, dit is een daadwerkelijke aanvulling van het bron- en contactonderzoek zoals we dat kennen’. Dat hoop ik eind mei te hebben. Op dit moment werkt de GGD aan een programma van eisen. Er worden allerlei mensen betrokken om de ontwikkeling van de app ter hand te nemen. Daarmee is het zeker niet geïmplementeerd. Daarmee is het zeker niet te downloaden in de App Store. ”

Minister De Jonge wil de komende maanden veel intensiever gaan testen alvorens hij de coronamaatregelen verder gaat versoepelen. Of de beschikbaarheid van de app daar een rol in speelt, is volgens de minister geen relevante vraag. “De vraag is ‘zou je met een app bron- en contactonderzoek kunnen verbeteren?’ ‘Ja’ is daarop het antwoord, want het kan beter en completer. En daarom werken we nog steeds aan die app, omdat we dat belangrijk vinden. De voorwaardelijkheid en afhankelijkheid met de stappen die we zetten, is er niet”, aldus minister De Jonge.

Privacy en security redacteur
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. 

Meer artikelen uit het ‘Nieuws’ dossier

Reacties
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen