Minister De Jonge: ‘Nieuw team gaat werken aan corona-app’

Minister De Jonge: ‘Nieuw team gaat werken aan corona-app’

Laatst bijgewerkt: 22 april 2020
Leestijd: 4 minuten, 9 seconden

De appathon heeft duidelijk laten zien dat er op dit moment nog geen contact-tracing app is die aan alle eisen voldoet. Daarom gaat een nieuw team van experts aan de slag om goede, open-source software hiervoor te ontwikkelen. “Ik wil komen tot het juiste team, met de juiste mensen.”

Dat schrijft Hugo de Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), in een brief aan de Tweede Kamer. In de brief ‘Kamerbrief COVID-19: Update stand van zaken’ praat hij de Kamerleden bij over de huidige stand van zaken omtrent de ontwikkeling van de corona-app.

Aanloop

Twee weken geleden kondigde minister De Jonge aan dat hij een app wil ontwikkelen die de GGD moet assisteren bij bron- en contactonderzoek. Gezien de schaal waarop dat onderzoek uitgevoerd moet worden, heeft de GGD simpelweg niet de mankracht om dit te doen. Een app is volgens de minister de oplossing om dit euvel op te lossen. Op de vraag of het publiek hierover wilde meedenken, resulteerde in maar liefst 750 voorstellen. Daarvan zijn er momenteel nog 7 in de race om de opdracht binnen te slepen om deze corona-app te ontwikkelen.

Diverse veiligheids- en privacyexperts hadden forse kritiek op het app-selectieproces en de geselecteerde apps. Minister De Jonge erkent dat haast en tijdgebrek parten speelden bij het selectieproces. Dinsdagavond kreeg hij bijval van premier Rutte: hij stelde dat er ‘een belangrijke stap’ is gezet in de ontwikkeling van de app en dat de appathon veel belangrijke inzichten en informatie opleverde.

‘Nieuw team’

Zowel Rutte als De Jonge erkennen dat er flink wat werk aan de winkel is. “De conclusie van de appathon is dat de getoonde apps nog niet aan alle gestelde eisen voldoen”, zo schrijft minister De Jonge in een brief aan de Tweede Kamer. “Ook de uitkomsten van het broncode onderzoek en de pentesten, het oordeel van de Autoriteit Persoonsgegevens en de privacy-analyse van de Landsadvocaat tonen dit aan. De publieke beproeving heeft duidelijk gemaakt wat ons nog te doen staat. Daarnaast is ook duidelijk geworden dat de eisen die de GGD stelt aan digitale ondersteuning van bron- en contactonderzoek nog preciezer moeten worden, dat er terechte waarborgen nodig zijn voor eerdergenoemde randvoorwaarden en dat gedragswetenschappelijke begeleiding bij het succesvol introduceren van eventuele apps cruciaal is.”

Met deze kritiekpunten gaat de minister de komende week aan de slag. Dat wil hij in vier stappen doen:

  1. De epidemiologische eisen van digitale ondersteuning beter formuleren: een taskforce van de GGD is hiermee belast. Zij moet de minister vertellen aan welke digitale eisen de corona-app moet voldoen om bron- en contactonderzoek te kunnen uitvoeren. In de taskforce zitten leden van het RIVM, de GGD, virologen en epidemiologen.
  2. De juiste mensen vinden om goede, open-source software te ontwikkelen: vanwege de kritische geluiden van onder meer de landsadvocaat, KPMG en Autoriteit Persoonsgegevens (AP), heeft de minister besloten om nu nog geen concrete opdracht te geven om een specifieke oplossing te ontwikkelen. Hij constateert wel dat er een goede basis is gelegd voor, tijdens en na de appathon. “Het is daarom mijn inzet om snel te kunnen beschikken over een team met de juiste bouwers en ook met experts op het gebied van onder andere informatieveiligheid, privacy, grondrechten, nationale veiligheid en inclusie. Mensen die in staat zijn om samen de digitale ondersteuning te realiseren die nodig is volgens epidemiologen en die voldoet aan alle randvoorwaarden”, aldus minister De Jonge. Het team dat aan het werk zal gaan krijgt de opdracht mee om alle oplossingen die ze maken open source te doen zijn.
  3. Waarborgen voor informatieveiligheid, privacy, grondrechten en nationale veiligheid implementeren: volgens de minister is het belangrijk dat de app er zo snel mogelijk komt. Snelheid moet echter gepaard gaan met zorgvuldigheid. Dat betekent dat het ministerie van VWS relevante partijen bij de ontwikkeling van de corona-app blijft betrekken. Op deze manier tracht de minister voldoende draagvlak te creëren voor als de app straks gelanceerd wordt.
  4. Nader uitwerken wat er nodig is voor een zinvolle toepassing: minister De Jonge heeft altijd gezegd dat de app op basis van vrijwilligheid geïmplementeerd moet worden. Door de kritische kanttekeningen van de AP en het College voor de Rechten van de Mens overweegt hij om deze vrijblijvendheid wettelijk te verankeren. Hiermee kan een werkgever zijn werknemers niet verplichten om de app te installeren.

Informeren

Minister De Jonge wil de Tweede Kamer volgende week informeren over het vervolg. Daarna denkt hij vier weken nodig te hebben om een besluit te nemen over hoe en op welke wijze een app kan worden ingezet om de GGD te ondersteunen bij bron- en contactonderzoek. Ook wil hij dan een oplossing hebben voor de vraag hoe deze app geïntroduceerd kan worden aan het publiek.

“Ik denk niet licht over de invoering van digitale ondersteuning van bron- en contactopsporing. Ik zal geen concessies doen aan de randvoorwaarden. De eventuele invoering van apps, zo meldde ik u vorige week al, zal gepaard moeten gaan met wetenschappelijk onderzoek”, zo schrijft de minister in zijn brief aan de Tweede Kamer.

Tech-journalist
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. 

Meer artikelen uit het ‘Nieuws’ dossier

Reacties
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen