Minister De Jonge erkent haast en tijdgebrek bij app-selectieproces

Minister De Jonge erkent haast en tijdgebrek bij app-selectieproces

Laatst bijgewerkt: 22 april 2020
Leestijd: 3 minuten, 13 seconden

Hugo de Jong, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), erkent dat er het nodige is misgegaan tijdens het selectieproces van de corona-app. Hierdoor zijn er enkele tientallen apps door de eerste kwalificatieronde gekomen terwijl dat eigenlijk niet had gemogen. De appathon heeft ons geleerd dat er veel gedaan is, maar dat er ook nog veel gedaan moet worden om te voldoen aan de eisen op het gebied van privacy en informatieveiligheid.

Dat schrijft minister De Jonge in een brief aan de Tweede Kamer. In het rapport ‘Gelopen proces ten aanzien van tracking en tracing apps’ vertelt hij de Kamerleden over het verloop van het app-selectieproces en de appathon.

‘Tijdgebrek’

De oproep van minister De Jonge aan het publiek om mee te denken over een contact-tracing app bracht vele experts en burgers in beweging. De minister schrijft dat hij 750 reacties ontving, waarvan 660 daadwerkelijk als voorstel aangemerkt konden worden. Van de inzendingen gingen er 176 in op de vraag hoe een app voor traceren gemaakt zou moeten worden. Hier heeft een eerste selectie plaatsgevonden op woensdag 15 april. Experts kwamen tot de conclusie dat 63 voorstellen voldoen aan de eisen die de minister had gesteld op het gebied van privacy en veiligheid.

De overgebleven 63 voorstellen zijn voorgelegd aan 9 expertteams, die ieder bestonden uit deskundigen op het gebied van epidemiologie, medische kennis, privacy, informatieveiligheid en ICT/techniek. Hen werd gevraagd om vanuit hun eigen expertise naar de app-voorstellen te kijken. Elk voorstel werd onafhankelijk door 2 expertteams beoordeeld. Dat was niet bij alle voorstellen het geval: “Als gevolg van tijdgebrek is dat helaas bij zo’n 30 procent van de voorstellen niet gelukt”, zo schrijft de minister.

“Alleen voorstellen die door minimaal één expertteam als ‘voldoende voor doorgeleiding naar de tweede ronde’ zijn gekwalificeerd zijn naar de volgende ronde doorgegaan. Dit leidde na de eerste ronde tot 10 overgebleven voorstellen. Het is daarmee mogelijk dat een voorstel dat door één team negatief is beoordeeld wel is door gegaan naar de volgende ronde, omdat een ander team wel positief was.”

In de tweede ronde zijn de overgebleven 10 voorstellen opnieuw beoordeeld door de expertteams. In plaats van 2 bogen ditmaal 3 expertteams zich over de inzendingen. Alleen de voorstellen die door alle 3 de teams als goed werden beoordeeld, mochten deelnemen aan de appathon. Dat waren er in totaal 8. Eén van de app-ontwikkelaars trok zich op vrijdag 17 april alsnog terug. Zodoende ging de appathon afgelopen weekend van start met 7 voorstellen.

Appathon

De makers van de geselecteerde apps mochten hun applicatie presenteren tijdens de appathon. Daarbij werden ze ondervraagd door teams van experts over zaken als doelmatigheid en gebruik, privacy en informatieveiligheid. Burgers konden via een livestream de presentaties bekijken en hun vragen aan de app-ontwikkelaars richten. Daar is volgens de minister gretig gebruik van gemaakt: op zaterdag keken er gemiddeld 5.000 mensen naar de livestream, op zondag 2.800. Al met al ontving de minister ruim 1.300 e-mails met adviezen en vragen.

De appathon eindigde zondag 19 april. Er was op dat moment nog geen ‘winnaar’. De belangrijkste conclusie van het weekend is volgens minister De Jonge dat er al veel is, maar dat er nog veel gedaan moet worden op het vlak van privacy en informatiegevoeligheid.

Kritiek

Gedurende de appathon hebben diverse instanties naar de voorgestelde corona-apps gekeken. Hij haalt daarbij de bevindingen aan van de landsadvocaat, KPMG en Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Zij concludeerden respectievelijk dat de apps niet voldoen aan de vereisten van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), dat de beveiliging nog niet op orde is en dat het op dit moment onmogelijk is om te beoordelen of de apps onze privacy waarborgen.

Toch gooit minister De Jonge het bijltje er niet bij neer. Komende week gaat hij aan de slag om de vormgeving van de app nog strakker en preciezer te formuleren. De Jonge verwacht ons volgende week meer te kunnen vertellen over of en hoe apps kunnen worden ingezet om de GGD te ondersteunen bij bron- en contactonderzoek.

Privacy en security redacteur
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. 

Meer artikelen uit het ‘Nieuws’ dossier

Reacties
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen