De Autoriteit Persoonsgegevens is kritisch over de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS). De toezichthouder vindt dat overheidsorganisaties en private organisaties ‘zeer ruime bevoegdheden’ hebben om persoonsgegevens onderling met elkaar te delen. Als Nederlanders onterecht of op de verkeerde lijst terecht komen, kan dat grote gevolgen hebben. Daarom adviseert de privacywaakhond de Eerste Kamer om het wetsvoorstel in de huidige vorm niet aan te nemen.
Dat schrijft de Autoriteit Persoonsgegevens in een persverklaring.
‘Risico van massasurveillance ligt op de loer’
Aleid Wolfsen, bestuursvoorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens, erkent het belang om ondermijnende criminaliteit aan te pakken. Hij vindt echter dat dit op een correcte manier moet gebeuren. Daarbij moet de overheid leren van haar fouten in het recente verleden. Hij verwijst naar de Toeslagenaffaire, het schandaal met de Fraude Signalering Voorziening (FSV) en Systeem Risico Indicatie (SyRI).
“Aan de Toeslagenaffaire en het FSV-schandaal hebben we gezien hoe mensen in de knel kunnen komen”, aldus Wolfsen. “Dit wetsvoorstel gaat verder. Het gaat ook verder dan het sterk bekritiseerde SyRI. Dit wetsvoorstel maakt het mogelijk dat nog veel meer instanties persoonsgegevens met elkaar delen, zonder dat er duidelijk iets aan de hand is. En niet alleen overheidsinstanties, ook private partijen. Hier ligt het risico van massasurveillance op de loer.”
Wolfsen benadrukt dat dit ingrijpende gevolgen kan hebben, zeker als mensen onterecht of op de verkeerde lijst belanden. “Het zou natuurlijk niet moeten kunnen dat jij op het verkeerde lijstje terecht komt, omdat je jaloerse buurman heeft gemeld dat je wel een erg dure auto hebt voor jouw salaris. En dat je daardoor geen hypotheek kunt krijgen. Deze wet sluit dat niet duidelijk uit”, zegt hij.
Veel vaagheden en onduidelijkheden in huidige wetsvoorstel
Het doel van de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS) is om persoonsgegevens op grote schaal te delen, verwerken en analyseren tussen overheidsorganisaties en private partijen. Bijvoorbeeld om gevallen van fraude of georganiseerde criminaliteit op te sporen. In het wetsvoorstel staat dat het Financieel Expertisecentrum (FEC), Infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen (iCOV), Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s) en Zorg- en Veiligheidshuizen (ZVH’s) gegevens met elkaar mogen uitwisselen. De regering mag in de toekomst echter nieuwe samenwerkingsverbanden aanwijzen en aan dit lijstje toevoegen.
Wolfsen meent dat het doel van de samenwerkingsverbanden te vaag is omschreven. “Stel, een samenwerkingsverband wil persoonsgegevens delen met als doel ‘ernstige criminaliteit’ tegen te gaan. Maar wat geldt dan als ernstige criminaliteit? Hebben we het dan over een moord? Drugshandel? Enorme fraude of ook het vermoeden dat de penningmeester van de sportclub een keer 50 euro in eigen zak heeft gestoken? Waar ligt de grens? Dat moet heel duidelijk zijn, wil je zo’n grote inbreuk maken op de privacy van mensen.”
iCOV geeft aan gegevens te willen delen om zo ‘toezicht te houden op een goede werking van de markt’. “Dat is natuurlijk absoluut geen gerechtvaardigd doel om op zulke schaal gegevens van mensen te verwerken”, waarschuwt de bestuursvoorzitter van de AP. Verder staat er in het wetsvoorstel dat samenwerkingsverbanden bij ‘een signaal’ of ‘een eerste vermoeden van onrechtmatige activiteiten’ gegevens met ‘andere partijen’ mogen delen. Wat de wetgever hiermee precies bedoelt is volgens Wolfsen onduidelijk.
Onbegrensde surveillance
Tot slot vindt Wolfsen dat samenwerkingsverbanden in het huidige wetsvoorstel te veel persoonsgegevens mogen verzamelen. Als voorbeeld noemt hij dat RIEC’s namen, burgerservicenummers, woonsituatie, verblijfstatus, financiële gegevens en politiegegevens mogen vergaren. En daar blijft het niet bij: ook bijzondere persoonsgegevens als seksuele geaardheid en seksueel gedrag mogen gedeeld worden met andere partners in de samenwerkingsverbanden. Ook gegevens van familieleden en vrienden mogen verwerkt worden.
Het voorstel dat de overheid nieuwe samenwerkingsverbanden kan aanwijzen met een algemene maatregel van bestuur, hoort volgens Wolfsen niet thuis in het wetsvoorstel. Dat is namelijk wetgeving die de Eerste of Tweede Kamer niet kunnen corrigeren.
“Het wetsvoorstel zet de deur wagenwijd open voor een onbegrensde surveillance door een onbegrensde hoeveelheid partijen, publiek en privaat”, zo concludeert Wolfsen. “En betrekt daarbij het parlement niet zoals dat hoort. Wij adviseren de Eerste Kamer daarom dringend om dit wetsvoorstel niet aan te nemen.”
