AIVD-taps voldoen niet aan belangrijke regel Wiv (Sleepwet)

Laatst bijgewerkt: 5 september 2019
Leestijd: 3 minuten, 4 seconden

Op 2 september zijn de Nederlandse inlichtingendiensten AIVD en MIVD weer in het nieuws gekomen door een nieuw rapport van toezichthouder CTIVD. Het rapport is kritisch over de wijze waarop de inlichtingendiensten hun taps uitzetten.

Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten voldoen momenteel niet aan de Wiv (Sleepwet)

Uit een rapport van de Commissie voor Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) blijkt dat de AIVD en MIVD “ongerichte taps” kunnen uitzetten. Dit betekent dat de inlichtingendiensten op grotere schaal dan nodig onschuldige mensen zouden kunnen afluisteren, of “tappen”. Dit is in strijd met een belangrijke regel van de Wet op inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv), ook wel de sleepwet genoemd.

Problematische richtlijnen van de wetgeving

De AIVD en MIVD zouden volgens het rapport wel filters toepassen op hun taps, maar in de praktijk zijn deze niet altijd “zo gericht mogelijk”. Volgens de Wiv zou dit wel moeten.

Het is niet vreemd dat de AIVD zoveel mogelijk informatie wilt verzamelen. De organisatie heeft ten slotte die informatie nodig om haar werk uit te voeren. De Wiv is geschreven met als doel om inlichtingendiensten bevoegdheid te geven om de Nederlandse bevolking te surveilleren om terrorisme en criminaliteit te bestrijden. Deze bevoegdheid is echter wel beperkt en gebonden aan regels. Één zo’n regel is dat de AIVD haar surveillance “zo gericht mogelijk” moet houden.

Het probleem van de toepasbaarheid van deze regel zit in de exacte bewoording. “Zo gericht mogelijk” is  vaag en op meerdere wijzen toe te passen. Dit is mede omdat het moeilijk is om strikte richtlijnen te stellen voor individuele onderzoeken. Je kunt bijvoorbeeld niet een regel opstellen dat inlichtingendiensten maar 5 mensen per maand mogen tappen voor 3 uur per dag. Elke zaak behoeft namelijk een unieke aanpak. Het vervelende is dat een richtlijn als “zo gericht mogelijk” wel de deur openhoudt voor inlichtingendiensten om alsnog ongericht en op grote schaal mensen af te tappen. Dit is dus precies wat er gebeurt, aldus het rapport van de CTIVD.

Spanningsveld tussen privacy en veiligheid

Er bestaat altijd een spanningsveld tussen privacy en veiligheid. Hoeveel privacy zijn we bereid als maatschappij op te geven om veilig te zijn (en ons veilig te voelen)? Nederland is een relatief privacy-bewust land, maar het blijkt dat Nederlandse inlichtingendiensten privacy minder belang toekennen dan de Nederlandse burger. Ongerichte taps worden in 2019 nog altijd uitgevoerd. Zelfs na de nieuwe wetgeving van 2017 waarbij dit gereguleerd zou moeten worden.

Het is volgens critici problematisch dat we als burgers helemaal geen zicht hebben op de effectiviteit van zulke taps. Er zijn geen harde cijfers over de mate waarin terrorisme en/of criminaliteit een halt worden toegeroepen door middel van zulke aftaptechnieken. Geheime diensten doen geen uitspraak over hun methodes en geven geen cijfers vrij aan het publiek. Zo is het lastig voor burgers om in te schatten of inlichtingendiensten niet hun doelen en bevoegdheden voorbijstreven. Volgens het CITVD zijn de aftapmethodes van de AIVD en MIVD in ieder geval nog niet adequaat.

Dit rapport betekent niet dat er hierin meteen verandering komt. De commissie kan enkel de inlichtingendiensten adviseren om alsnog “zo gericht mogelijk” te tappen.

Niet de eerste keer dat er kritiek is op de inlichtingendiensten

De AIVD lag eerder dit jaar onder vuur vanwege een ander rapport van de CTIVD. In dit rapport werd vastgesteld dat de AIVD niet voldoende toetst of informatie die gedeeld wordt met buitenlandse diensten goed beschermd is. Dit is een verontrustende stelling aangezien Nederland onderdeel uitmaakt van een uitgebreid inlichtingennetwerk via de 9 eyes en 14 eyes.

Al met al is het geen goed nieuws dat de Nederlandse inlichtingendiensten op ongerichte wijze aftappen en vervolgens bereid zijn deze informatie te delen met buitenlandse diensten zonder de samenwerking met deze diensten van tevoren goed te overwegen.

Hoofdauteur:

Meer artikelen uit het ‘Nieuws’ dossier

Reacties
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen