Hangslot met sleutel op een laptop
© Alexey Laputin/Shutterstock.com
Geen AI: al onze artikelen zijn geschreven door echte mensen, zonder gebruik van AI
Inhoudsopgave

Het komt steeds vaker voor dat de politie te maken krijgt met versleutelde gegevens. Je zou denken dat politieonderzoek daardoor steeds lastiger wordt, maar in praktijk verandert er nauwelijks iets voor het verloop van het onderzoek. Het is te vergelijken met een verdachte die weigert te praten. Voor beide scenario’s geldt dat de politie manieren moet zien te bedenken om cruciale informatie te krijgen.

Dat is de belangrijkste conclusie uit het onderzoek (pdf) van NHL Stenden Hogeschool. In samenwerking met de Open Universiteit en de Politieacademie keek de onderwijsinstelling in hoeverre encryptie een belemmering vormt voor opsporingsonderzoek. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC).

Politie krijgt steeds vaker te maken met encryptie

Agenten worden bij hun dagelijkse opsporingswerkzaamheden steeds vaker geconfronteerd met gegevens die beveiligd zijn, ook wel encryptie genoemd. Door biometrische beveiligingsmechanismen als een vingerafdrukscanner, irisscanner of gezichtsherkenning, is het steeds moeilijker om te zien wat voor informatie een verdachte op zijn mobiele telefoon heeft opgeslagen.

Andere vormen van versleuteling waar de politie vandaag de dag mee te maken krijgt, zijn vergrendelde laptops, cryptotelefoons, versleutelde chatdiensten, chatapplicaties met end-to-end encryptie en versleutelde e-maildiensten. Uit het onderzoek blijkt dat dergelijke vormen van encryptie het meest voorkomen bij georganiseerde criminaliteit, drugscriminaliteit, cybercrime en kinderporno.

Politie kan langs andere wegen bewijsmateriaal verzamelen

“Het is duidelijk dat de politie door encryptie niet direct bij de gegevens kan die zij zoekt. Daardoor is het moeilijker om personen en samenwerkingsverbanden te identificeren of lokaliseren”, schrijven de onderzoekers.

Het niet kunnen kraken van encryptie betekent nog niet het einde van een opsporingsonderzoek. Soms werken verdachten mee door hun smartphone of laptop te ontgrendelen, waardoor de politie toegang krijgt tot mogelijk belastend bewijsmateriaal. Overigens mag de politie ‘proportioneel geweld’ gebruiken om deze informatie te verkrijgen. De rechtbank van Noord-Holland bepaalde begin 2021 dat agenten een verdachte mogen dwingen om zijn telefoon te ontgrendelen met zijn duim.

De politie kan ook langs andere wegen bewijsmateriaal verzamelen, bijvoorbeeld aan de hand van metadata. Zo is het mogelijk om hiermee vast te stellen dat een smartphone op een specifiek tijdstip in de buurt van een telefoonpaal was.

De onderzoekers erkennen dat het kraken van encryptie opsporingsonderzoek kan versnellen. “De waarde van ontsleutelde data wordt bovendien gezien als zuiverder dan bijvoorbeeld (getuigen)verklaringen.” Het is dan ook belangrijk dat de politie en haar partners blijven investeren in kennis over encryptie en recente technologische ontwikkelingen, zoals quantum computing en kunstmatige intelligentie.

Encryptie verandert niets aan opsporingsonderzoek

De auteurs van het rapport durven niet hardop te zeggen hoeveel zaken er niet worden opgelost door encryptie. Of hoeveel tijd er daardoor verloren gaat. En vice versa: hoeveel tijdswinst er te behalen valt als agenten erin slagen de encryptie te kraken. “De opsporing is daarvoor een te complex geheel van feiten, toevalligheden en omstandigheden.”

Encryptie verandert niets wezenlijks aan het werk van de politie. “Het beschermen en verkrijgen van informatie is altijd al onderdeel van het zogenoemde kat-en-muisspel tussen politie en criminelen. Uiteindelijk vraagt digitalisering van politie en haar partners meebewegen en aanpassen aan wat er op hen af komt”, aldus de onderzoekers.

Kabinet wil encryptie afzwakken

Diverse kabinetten worstelden met het dilemma dat encryptie met zich meebrengt. Enerzijds hebben burgers het recht om in alle vrijheid te communiceren en zichzelf te beschermen tegen mogelijke afluisterpraktijken. Anderzijds bemoeilijkt versleuteling het werk van inlichtingen- en opsporingsdiensten om effectief op te treden tegen de georganiseerde criminaliteit en terroristen.

Toenmalig minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus kwam in 2021 met het voorstel om de encryptie te verzwakken van Over-The-Top-diensten als WhatsApp, Signal en Telegram om mensen te kunnen afluisteren. “Het is zaak om de beschermende waarde van versleuteling hoog te houden, terwijl de negatieve effecten voor opsporings- en inlichtingen en veiligheidsdiensten worden verminderd”, zo zei de oud-minister.

De Tweede Kamer stak hier een stokje voor door met een overgrote meerderheid in te stemmen met een motie om end-to-end encryptie in stand te houden.

Ook buiten Nederland praat men over het verzwakken van versleuteling

Ook buiten Europa klinkt de roep om end-to-end encryptie te verzwakken steeds luider. In november 2020 schreef een groep van zeven landen een gezamenlijke verklaring waarin ze hun zorgen uitspraken over de gevaren van deze vorm van versleuteling om de openbare orde te garanderen.

“We dringen er bij de industrie op aan om onze ernstige zorgen te nemen wanneer encryptie wordt toegepast op een manier die elke wettelijke toegang tot inhoud volledig uitsluit. We roepen technologiebedrijven op om samen met overheden stappen te nemen, die gericht zijn op redelijke en technisch haalbare oplossingen”, zo schreven de initiatiefnemers in de verklaring.

Een gelegenheidscoalitie van ProtonMail, Threema, Tresorit en Tutanota ziet niets in deze plannen. Zij zijn bang dat de privacy en digitale veiligheid van burgers in het geding zijn als encryptie wordt afgezwakt. “De voorstellen zijn het digitale equivalent van rechtshandhaving met een sleutel tot het huis van elke burger en kunnen het begin zijn van een glijdende schaal naar grotere inbreuken op de persoonlijke levenssfeer”, aldus de partijen.

Laat een reactie achter