Twee buitengewoon opsporingsambtenaren (boa's) dragen geel hesje
© Van Rijn photography/Shutterstock.com
Geen AI: al onze artikelen zijn geschreven door echte mensen, zonder gebruik van AI
Inhoudsopgave

Voor de derde keer in een jaar tijd waarschuwt de Autoriteit Persoonsgegevens dat veel boa-werkgevers het afgelopen jaar geen verplichte Wpg-audit hebben aangeleverd. Van de ruim 600 werkgevers heeft slechts de helft een auditrapport opgestuurd. Voornamelijk kleine opdrachtgevers verzuimden een rapport aan te leveren.

Dat meldt de toezichthouder in een persverklaring.

Verplichte interne en externe Wpg-audits

Een buitengewoon opsporingsambtenaar of boa is een werknemer die door overheidsorganisaties of de politie ingezet worden voor handhavende of controlerende taken. Zo zijn er onder meer boa’s die erop toezien dat de overlast in de openbare ruimte minimaal is, reizigers in het openbaar vervoer met een geldig vervoersbewijs reizen, of controleren hoe het gesteld is met het welzijn van huisdieren.

Boa’s hebben een specifieke taak met bijbehorende (beperkte) bevoegdheden. Ze mogen onder meer mensen fouilleren op verboden wapenbezit en boetes uitschrijven. Het kan dus voorkomen dat ze bij het verrichten van hun werkzaamheden persoonsgegevens van Nederlanders verwerken. Zo’n registratie kan jarenlang een impact hebben, bijvoorbeeld als je een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) moet aanvragen en je deze niet ontvangt vanwege onjuiste informatie.

De Wet politiegegevens (Wpg) schrijft daarom voor dat werkgevers die met boa’s werken verplicht zijn om jaarlijks een interne audit uit te voeren. Daarin omschrijven zij hoe ze met persoonsgegevens omgaan. Verder moeten ze eens in de vier jaar een audit laten uitvoeren door een externe partij. De uitkomsten van dit onderzoek moeten zij opsturen naar de Autoriteit Persoonsgegevens.

Minder dan de helft van boa-werkgevers stuurt Wpg-audit op

Het opsturen van Wpg-audits is weliswaar wettelijk vastgelegd, maar er wordt nauwelijks gehoor aan gegeven. Zo meldde de privacywaakhond in juni 2022 al dat slechts één op de drie boa-werkgevers hun Wpg-audit had opgestuurd. De toezichthouder besloot daarop dat werkgevers één jaar uitstel kregen om orde op zaken te stellen.

Begin dit jaar meldde de Autoriteit Persoonsgegevens opnieuw dat boa-werkgevers massaal vergeten hun rapportage aan te leveren. Van de ruim 600 organisaties die een Wpg-audit moesten aanleveren, deed minder dan de helft dat. Daarop besloot de toezichthouder om met deze partijen in gesprek te gaan.

“We zijn blij dat in de laatste periode toch nog behoorlijk wat Wpg-auditrapporten bij ons zijn aangeleverd. Hierdoor heeft een aanzienlijk deel van de werkgevers aan deze verplichting voldaan. Toch heeft uiteindelijk minder dan de helft van de boa-werkgevers een rapport aangeleverd”, vertelt AP-bestuurslid Katja Mur.  

Ze klaagt verder dat de kwaliteit van de externe audits vaak te wensen overlaat. “We willen dat boa-werkgevers hun zaken op orde hebben, zodat burgers erop kunnen vertrouwen dat er zorgvuldig wordt omgegaan met hun persoonsgegevens. Een groot deel van de boa-werkgevers schiet daarin op dit moment tekort.”

AP overweegt vervolgstappen

Op basis van een steekproef concludeert de Autoriteit Persoonsgegevens dat de naleving van de Wpg-audit niet in orde is. Slechts de helft van de beoordeelde rapportages voldoet aan de wettelijk gestelde eisen. Doorgaans gaat het om boa-werkgevers die vijf of minder boa’s in dienst hebben.

Organisaties die niet aan de eisen voldoen, hebben nog tot uiterlijk 31 december 2023 de tijd om verbetermaatregelen te nemen. Om iets te doen aan het lage aantal ingestuurde Wpg-audits, de kwaliteit van de rapportages en eventuele vervolgstappen, gaat de Autoriteit Persoonsgegevens in gesprek met het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Laat een reactie achter