Verkeerscamera's die de verkeerssituatie monitoren
© Sombat Muycheen/Shutterstock.com
Geen AI: al onze artikelen zijn geschreven door echte mensen, zonder gebruik van AI
Inhoudsopgave

Stichting Privacy First spant een bodemprocedure aan om een einde te maken aan cameratoezicht door ANPR-camera’s. Volgens de stichting wordt de privacy van Nederlanders met dit type camera massaal geschonden. Ze denkt dat de kans groot is dat de rechter haar in het gelijk stelt.

Privacy First kondigt de rechtszaak aan via een persverklaring.

Politie mag ANPR-camera’s blijven gebruiken van rechter

‘ANPR’ staat voor Automatic Number Plate Recognition. Dat zijn camera’s die kentekenplaten van auto’s en andere voertuigen vastleggen als ze een verkeersovertreding begaan. Of verdachten die op de vlucht zijn voor de politie volgen. Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) kan met deze beelden automobilisten beboeten. De politie gebruikt ANPR-camera’s om voortvluchtige criminelen op te sporen. Al met al hangen er ruim 900 van dit soort camera’s boven de Nederlandse wegen.

ANPR-camera’s registreren niet alleen kentekenplaten, maar ook het gezicht van de bestuurder en eventuele bijrijder. Volgens Stichting Privacy First is dat een inbreuk op onze privacy en in strijd met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), het Europees Handvest en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarnaast zijn de camera’s naar eigen zeggen “totaal niet noodzakelijk, volstrekt disproportioneel en bovendien ineffectief”. Om die reden spande de stichting in 2021 een kort geding aan tegen de Nederlandse staat.

De voorzieningenrechter van Den Haag oordeelde dat de politie niet hoefde te stoppen met het automatische kentekenregistratiesysteem, omdat er geen sprake was van een spoedeisend belang. De stichting kon evenmin aantonen dat er sprake was “stelselmatige ernstige inbreuk op grondrechten”. Tot slot oordeelde de rechtbank dat er geen sprake is van een dusdanige grove privacyschending dat de overheid deze moet laten toetsen door een rechter of andere autoriteit.

‘ANPR-wetgeving is massale privacyschending’

Privacy First kon zich niet vinden in de uitspraak van de rechter. “Dit oordeel was onbegrijpelijk, aangezien bij een dagelijkse massale privacyschending per definitie sprake is van spoedeisend belang om die schending juridisch te laten toetsen en te laten stoppen.” De stichting kondigde daarop aan een bodemprocedure te starten. De dagvaarding voor de rechtszaak is vandaag ingediend bij de landsadvocaat, zo kondigt de stichting aan in een statement.

“De huidige ANPR-wet vormt een massale privacyschending en hoort simpelweg niet thuis in een vrije democratische rechtsstaat”, aldus Privacy First. De stichting benadrukt dat kentekens en locaties van miljoenen auto’s in Nederland vier weken lang worden bewaard in een centrale politiedatabank voor opsporing en vervolging. Het maakt daarbij niet uit of iemand schuldig of onschuldig is.

Privacy First benadrukt dat de bodemprocedure draait om “de massale verzameling en opslag van ieders historische ANPR-data”, ook wel no-hits genoemd. “Dit dient te worden onderscheiden van de al vele jaren bestaande politiepraktijk waarbij kentekens van verdachte personen (zogeheten ‘hits’) real-time kunnen worden gebruikt voor opsporing”, aldus de stichting.

Privacy First overtuigd dat ze de bodemprocedure wint

Ondanks de eerdere uitspraak van de rechter die in het nadeel uitviel van Privacy First, denkt de stichting dat ze een kansrijke zaak heeft. Mocht de rechtbank de stichting in het ongelijk stellen, dan is ze bereid om de zaak tot de hoogste rechter -het Europees Hof van Justitie- voort te zetten. De bodemprocedure wordt bekostigd door advocatenkantoor CMS en gesteund door het Digital Freedom Fund.

Laat een reactie achter