Het Team Openbare Orde Inlichtingen (TOOI) opereert op een wettelijke basis. Het werk dat zo’n tweehonderd agenten verrichten is dus wel degelijk legitiem. Op het gebied van controle en toezicht valt er nog een wereld te winnen.
Dat vertelt Stan Duijf, landelijk portefeuillehouder TOOI, op de website van de politie.
Politie bespioneert al jarenlang ‘illegaal’ onschuldige burgers
Deze week kwam RTL Nieuws met het bericht dat de politie al jarenlang onschuldige burgers afluistert en bespioneert. Het enige dat hen te verwijten valt, is dat ze ooit hebben deelgenomen aan een demonstratie of protestactie. Om te bepalen of de openbare orde in het geding is, wint de politie inlichtingen in door hen in de gaten te houden. Dat gebeurt onder meer door te infiltreren in groepen, informanten te betalen, personen te volgen en openbare bronnen te raadplegen. Het team dat hiervoor verantwoordelijk is, is het TOOI.
Sven Brinkhoff, hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam, suggereerde dat de politie geen wettelijke basis heeft om dergelijke taken uit te voeren. “Dit zijn praktijken van een politiestaat”, zo zei hij tegen RTL Nieuws.
Volgens hem vormt de werkwijze van de politie een inbreuk op de privacy van burgers. “In een democratie, zeker als je je met dit soort intense heimelijke methoden bezighoudt, moet er altijd eerst een wet zijn voordat je dat mag doen. En bij het TOOI is dat volstrekt afwezig en ook al een lange tijd. Dat betekent dus dat de overheid illegaal bezig is, specifiek het TOOI.”
‘Wij doen gewoon legitiem werk’
De waarheid ligt volgens TOOI-portefeuillehouder Stan Duijf genuanceerder. Net als minister van Justitie en Veiligheid Dilan Yeşilgöz-Zegerius stelt hij dat artikel 3 van de Politiewet de juridische basis is voor het TOOI. Dat artikel biedt een grondslag voor het verzamelen van informatie, mits het om een geringe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer gaat.
“Die wettelijke basis is er dus zeker. Wij doen gewoon legitiem werk”, zo zegt Duijf. Tevens benadrukt hij dat de werkzaamheden van het TOOI onder het gezag van de lokale burgemeester gebeurt. Hij bevestigt eveneens dat de politie al langer met de minister in gesprek is over de vraag of de bevoegdheden van het TOOI verruimd dienen te worden.
Aanvullend daarop zegt Duijf dat controle en toezicht op het TOOI beter kan. Dat is echter ‘een lastig proces’, omdat de burgemeester enkel verantwoordelijk is voor de openbare orde in zijn of haar gemeente. Waar moet je terecht als raddraaiers telkens op verschillende plekken in het land opduiken? “Dat zijn we nu met de burgemeesters en het ministerie beter aan het inregelen, want natuurlijk vind ik ook dat het extern toezicht op het TOOI op orde moet zijn. Ik ben ervan overtuigd dat daar een goede oplossing voor komt”, aldus de portefeuillehouder.
‘Geen afbreuk doen aan het demonstratierecht’
De portefeuillehouder benadrukt dat het TOOI een belangrijke bijdrage levert aan het optreden van de politie bij verstoringen in de openbare orde. “Dat wordt door de burgemeesters en onze collega’s gewaardeerd. Wij kunnen vaak als enige bron in het openbare orde domein tot op de puntkomma aangeven waar problemen zich zullen gaan voordoen. Dat maakt de kans op effectief politieoptreden veel groter”, zegt hij.
De onrust rondom de invoering van een avondklok tijdens de coronapandemie is volgens Duijf een goed voorbeeld waarbij het TOOI een onmisbare rol vervulde. “Daarbij liepen allerlei groepen door elkaar. Hieronder waren zowel mensen die vreedzaam wilden demonstreren als relschoppers. Dan willen wij als politie zo goed mogelijk te weten komen wat de plannen van die verschillende groepen zijn. Het draait dan om vragen als: hoe kunnen wij daar effectief tegen optreden, zonder daarbij goedwillenden te duperen (…) Als je hier zicht op krijgt kun je dit beletten, zonder afbreuk te willen doen aan het demonstratierecht dat in Nederland bestaat.”
Deze week vertelde minister Yeşilgöz-Zegerius in de Tweede Kamer dat het TOOI geen inlichtingendienst is. Het is een onderdeel van de politie dat zich bezighoudt met de handhaving van de openbare orde. “Dat doet het team door zich te richten op het verkrijgen van informatie over ernstige verstoringen van de openbare orde of aanstaande ernstige verstoringen van de openbare orde, zoals bij een risicowedstrijd in het betaald voetbal. Het team krijgt die informatie door bijvoorbeeld te spreken met informanten of door tijdens zo’n bijeenkomst mensen in de gaten te houden die aanjagers zijn van zaken die de openbare orde kunnen verstoren, en door het raadplegen van openbare bronnen”, zo legde de minister uit.
