Microscoop met glasplaatje met daarop een druppel bloed

Politie en NFI starten proef met mobiel DNA-lab

Laatst bijgewerkt: 23 november 2020
Leestijd: 4 minuten, 17 seconden

De politie en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) zijn begin deze maand een test gestart met een rijdend forensisch lab. Daarmee zeggen de opsporingsinstanties binnen enkele uren een DNA-profiel te kunnen analyseren en door de databank van het NFI te halen. De kans dat de dader sneller wordt opgepakt en de zaak tot een goed einde wordt gebracht, is hierdoor een stuk groter.

Dat zegt projectleider Rob van der Veer op de website van de politie.

Zo werkt het rijdende DNA-lab van de politie en NFI

Het mobiele lab, ook wel forensisch identificatie voertuig (FIV) genoemd, is uitgerust met apparatuur om DNA en andere sporen te onderzoeken. Forensische medewerkers van de politie verzamelen deze sporen in het rijdende DNA-lab. Via een beveiligde verbinding versturen zij hun bewijzen naar het laboratorium van het NFI. Daar wordt een analyse uitgevoerd, waarvan de onderzoeksresultaten worden vergeleken met profielen in de DNA-databank.

Normaal gesproken neemt het twintig dagen in beslag om DNA-materiaal op een plaats delict te verzamelen, naar een politiebureau te brengen, daar op te slaan en samen met andere sporen naar het NFI te brengen. Dankzij de apparatuur in het FIV kunnen de sporen direct digitaal opgestuurd worden naar de medewerkers van het Nederlands Forensisch Instituut. In plaats van weken duurt het dan slechts enkele uren of de aangetroffen sporen aan een persoon in de databank kan worden gekoppeld. En hoe eerder een DNA-spoor naar een verdachte leidt, des te sneller het misdrijf kan worden opgelost.

Snel uitsluitsel op DNA-sporen kan een hoop werk besparen, zo benadrukt Ruud Staijen. Hij werkt bij de politie en is verantwoordelijk voor het verbeteren van de forensische opsporing in ons land. Tegenover de NOS zegt hij dat politieagenten door het mobiele lab misschien geen buurtonderzoek hoeven uit te voeren, of telefoons af te tappen.

Eerste ervaringen met mobiele lab zijn positief

Rob van der Veer, projectleider van het mobiele DNA-lab, zegt dat de bus oorspronkelijk is aangeschaft om in te zetten bij terroristische aanslagen. “Om mobiele DNA-apparatuur zoals in de FIV-bus ook te kunnen inzetten bij andere zaken, was een wetswijziging nodig. Die is begin november doorgevoerd en daarmee kon de proeftuin van start”, zo vertelt Van der Veer.

Hij zegt dat de bus tot nu toe slechts enkele keren is ingezet. Omdat de onderzoeken nog lopen kan hij daar geen details over prijsgeven. Wel kan hij melden dat de eerste ervaringen met het mobiele lab positief zijn.

Volop onderzoek naar uitkomsten en effecten van de proeftuin

De proef localDNA draait momenteel in de eenheden Amsterdam en Midden-Nederland. Beide regio’s kunnen ieder voor 25 zaken een beroep doen op het mobiele lab. Een delict dat wordt aangemeld, wordt beoordeeld aan de hand van diverse selectiecriteria. Als een zaak daar aan voldoet, komt het mobiele lab ter plaatse om sporenonderzoek te verrichten.

De uitkomsten en effecten van localDNA worden onderzocht door het Lectoraat Forensisch Onderzoek van de Politieacademie en Hogeschool van Amsterdam. Onderzoekers kijken onder meer of het opsporingsproces met het mobiele DNA-lab wordt versneld en wat de effecten van de bus zijn op het werk van professionals in de strafrechtketen.

Politie investeert in innovatie, personeel en training

Ook in andere delen van het land lopen experimenten om forensisch onderzoek te versnellen. In het politiebureau van Maastricht zit sinds vorige maand een commercieel laboratorium waarmee de politie binnen drie dagen de uitslag heeft van ingeleverd DNA-materiaal. Naar verwachting beschikt de politie volgend jaar over software waarmee ze vingerafdrukken via hun smartphone door een database kunnen halen. Verder worden systemen klaargestoomd voor gezichtsherkenningstechnologie. Afgelopen week zei de politie dat ze flink wil investeren in drones om opsporing, forensisch onderzoek en andere politietaken eenvoudiger te maken.

Structureel snellere onderzoeksresultaten vergen flexibiliteit van de gehele keten, zo benadrukt Staijen tegenover de NOS. Als forensisch specialisten erin slagen om binnen een paar uur de naam van een verdachte boven water te halen, moet de recherche direct aan de slag om hem of haar te arresteren, verhoren en huiszoeking te doen. Ook het Openbaar Ministerie moet dan meteen in actie komen. “De hele keten moet dus leniger worden”, aldus Staijen.

Daarnaast investeert de politie in de werving van nieuw personeel, opleidingen, automatisering en samenwerking met partners. “Stuk voor stuk cruciale onderdelen om de forensische opsporing in ons land naar een hoger plan te tillen en toekomstbestendig te maken”, zo weet Staijen.

Politie op de vingers getikt door Bits of Freedom

Afgelopen week kreeg de politie er nog flink van langs van Bits of Freedom. Uit onderzoek van de belangenorganisatie bleek dat niet één systeem van de politie voldoet aan de regels die de overheid stelt op het gebied van privacy en informatiebeveiliging. Zo komt het geregeld voor dat een agent toegang behoudt tot informatiesystemen als hij wordt gepromoveerd. Dan hoort zijn autorisatie te worden ingetrokken om (de schijn van) corruptie te voorkomen.

“De politie vertrouwt steeds meer op ICT, maar wij kunnen de politie niet vertrouwen met die ICT”, aldus Bits of Freedom. De organisatie is dan ook van mening dat de Autoriteit Persoonsgegevens moet optreden en eventueel boetes moet opleggen. “Het is te gek voor woorden dat de politie hier al jaren mee wegkomt”, zo vindt de belangenvereniging.

Privacy en security redacteur
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. 

Meer artikelen uit het ‘Nieuws’ dossier

Reacties
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen