Vergrootglas op een toetsenbord

Onderzoek: kennis over digitale aspecten van politiewerk laat te wensen over

Laatst bijgewerkt: 1 december 2020
Leestijd: 5 minuten, 37 seconden

Het kennisniveau van politieagenten over de digitale aspecten van hun werk moet naar een hoger niveau getild worden. Zowel de kennis van als het herkennen van strafbare gedragingen is laag. Vaak weten agenten ook niet welke digitale sporen van belang zijn voor sporenonderzoek en vinden ze het lastig om prioriteit toe te kennen aan gegevensdragers. Ook bij het opnemen van de aangifte gaat het nog regelmatig fout. De politie gaat daarom investeren in het verbeteren van de digitale kennis en vaardigheden van agenten.

Dat schrijft de politie in een weblog. De korpsleiding van de politie gaf de onderzoeksgroep Cybersafety van NHL Stenden Hogeschool de opdracht om het kennisniveau en digitale vaardigheden van politieagenten en rechercheurs in kaart te brengen. De resultaten daarvan staan in het rapport Level-Up! Kennis voor politiewerk in een digitale samenleving.

Honderden politieagenten en rechercheurs getoetst op digitale competenties

De onderzoekers hebben in het rapport een groot aantal competenties of ‘kennisnormen’ geformuleerd inzake de digitale aspecten van politiewerk. Dit zijn vaardigheden waar agenten en rechercheurs over dienen te beschikken om hun werk naar behoren te kunnen uitvoeren. Dan kun je denken aan zaken als basale kennis over de strafbaarstelling van cyberdelicten, het veiligstellen van relevante digitale sporen, informatievergaring op internet en online communiceren met burgers.

Om te kijken hoe het met de digitale kennis en vaardigheden bij de politie is gesteld, kregen 402 agenten en rechercheurs een vragenlijst voorgeschoteld. De vragen gingen over zes verschillende thema’s: digitale criminaliteit, optreden op en rondom een plaats delict, digitale sporen, informatievergaring op internet, via internet communiceren met burgers en aangiften van cybercrime.

Te weinig kennis over herkennen en veiligstellen van gegevensdragers

In het rapport Level-Up!, dat 150 pagina’s telt, gaan de onderzoekers uitgebreid in op de hierboven genoemde aspecten. Allereerst constateren de onderzoekers dat zowel de kennis van als het herkennen van strafbare gedragingen laag is. In het opleidingen- en cursusaanbod moet er daarom meer aandacht besteed worden aan kennis over strafbare gedragingen beter herkend kunnen worden.

Het optreden op het plaats delict verdient volgens de onderzoekers niet de schoonheidsprijs. Zij constateren een gebrek aan kennis van risico’s met betrekking tot het vernietigen of besmetten van digitale sporen. Tevens beschikken agenten en rechercheurs over onvoldoende kennis van basisprocedures voor het veiligstellen van digitale gegevensdragers.

Ook op het aspect ‘toekennen van prioriteit aan welke gegevensdragers belangrijk zijn om als eerste veilig te stellen’ scoren ze onder het gemiddelde. “Gegevensdragers die mogelijk op een plaats delict aanwezig zijn, worden herkend wanneer het algemene, veelvoorkomende gegevensdragers betreft. Nieuwe, of zelf geknutselde gegevensdragers worden minder herkend”, zo schrijven de onderzoekers.

Meer aandacht nodig voor kennisvergaring op internet

Op algemene digitale termen scoren politieagenten en rechercheurs hoog. Specifieke termen als het dark web worden echter niet altijd herkend. Wel beschikken politiemensen over een hoge mate van kennis over interceptie. Kennis over het gebruik van digitale hulpmiddelen is daarentegen laag. Slechts twee op de vijf agenten is bekend met webapplicaties van de Politieacademie.

Informatievergaring op internet verdient volgens de onderzoekers eveneens extra aandacht. Zo is kennis over onder meer OSINT (open-source intelligence), verantwoordelijkheden voor informatievergaring, IPv4- en IPv6-adressen ontoereikend. Kennis omtrent juridische implicaties voor het zoeken naar informatie op het internet moet in zijn geheel worden versterkt. Zo weten de meeste agenten en rechercheurs niets over zoektermen en zoekoperatoren en weten ze niet welke internetbronnen geraadpleegd kunnen worden.

Communicatie met burgers schiet tekort, opnemen van aangiftes gaat goed

Op het vlak van online communiceren met burgers wordt slecht gescoord. Respondenten die deelnamen aan het onderzoek weten over het algemeen niet van welke internettoepassingen burgers gebruik maken. Kennis over welke toepassingen zij kunnen gebruiken om in contact te treden met burgers, schiet eveneens tekort.

Het opnemen van aangiftes gaat in regel goed. Toch zien de onderzoekers kansen om de kennis op dit vlak te verbeteren. Het gaat daarbij om m kennis van welke sporen geïnventariseerd kunnen worden voor het vullen van aangiften en hoe veelvoorkomende digitale sporen veiliggesteld kunnen worden. Drie op de tien politiemensen is onvoldoende op de hoogte van hoe digitale sporen aangeleverd kunnen worden.

Aanbeveling: investeer in de breedte en de diepte

“Welbeschouwd werd op veel digitale aspecten van politiewerk niet hoog gescoord. Dat kan een risico vormen”, aldus de onderzoekers. Om de “geconstateerde kennislacune” het hoofd te bieden, hebben ze een aantal aanbevelingen op een rij gezet. Zij adviseren de politie om te investeren in “de breedte en de diepte”.

Opleiden is de meest voor de hand liggende oplossing om agenten en rechercheurs bij te spijkeren over digitale aspecten van politiewerk. Daarmee doelen de onderzoekers niet enkel op het volgen van een training of cursus, maar learning on the job. “Die route sluit aan bij de praktijk van alledag en bij hoe politiemensen vaak al leren. In dat licht is aan te raden om een werksituatie te creëren waarin politiemensen op basis van echte zaken in aanraking komen met ‘digitaal’ en daaraan werken met collega’s met diverse (digitale) expertise”, zo lezen we in het rapport.

Het is volgens de onderzoekers niet noodzakelijk dat politiemensen altijd alle benodigde kennis paraat hebben, mits zij op het juiste moment over die kennis beschikken. Uit het onderzoek blijkt echter dat oplossingen als een Real Time Intelligence Center (RTIC) en apps niet altijd goed werken. “Investeren in het beschikbaar krijgen van kennis, bijvoorbeeld door een goed portaal, performance support by design en menselijke ondersteuning, is essentieel voor politiemensen om hun weg te vinden in de snel veranderende wereld”, zo lichten de onderzoekers toe.

Politie: ‘Investeringen zijn noodzakelijk om ons werk goed te kunnen doen in de toekomst’

“We weten nu beter aan welke kennis het ontbreekt en waar er binnen de politieorganisatie een kennistekort is”, zegt projectleider Jurjen Jansen van NHL Stenden Hogeschool. “Zo zal er vooral meer aandacht moeten zijn voor politiemedewerkers die aangiften opnemen en politiemensen in de basispolitiezorg.” Learning on the job sluit volgens hem goed aan bij de praktijk hoe politieagenten nu al vaak leren. Hij pleit er dan ook voor om ruimte te creëren om praktijkervaring op te doen en daarop te reflecteren.

Henk Geveke, directeur Technologie en Innovatie, is blij met de aanbevelingen van de onderzoeksgroep Cybersafety van NHL Stenden Hogeschool. Het rapport biedt in zijn ogen belangrijke aanknopingspunten en onderstreept het belang van kennismanagement.

“De afgelopen jaren hebben we al flink geïnvesteerd in het versterken en opzetten van digitaal en cybercrimespecialisme. Maar kenden we drie jaar geleden vooral marktplaatsfraude, zijn we nu druk met spoofing (het vervalsen van kenmerken, zoals e-mail, website, IP-adres of  telefoonnummer om tijdelijk een valse identiteit aan te nemen). Daarom moeten we investeren in een bredere doelgroep. Agenten en rechercheurs, die geen expert of specialist zijn, hebben meer vaardigheden nodig om het werk van nu en in de toekomst goed te kunnen doen.”

Privacy en security redacteur
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. 

Meer artikelen uit het ‘Nieuws’ dossier

Reacties
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen