Close-up van een keyboard met oplichtende toetsen
© Steffon Reid/Shutterstock.com
Geen AI: al onze artikelen zijn geschreven door echte mensen, zonder gebruik van AI
Inhoudsopgave

Nederlanders die zich schuldig maken aan cybercrime, zijn vaak erg jong. Dat blijkt uit cijfers die de NOS heeft opgevraagd bij het Openbaar Ministerie. Ongeveer de helft van hen is 21 jaar of jonger. Het aantal jonge verdachte is de afgelopen jaren fors toegenomen tot 1.329. Zowel de politie als het Openbaar Ministerie is bang dat deze jongvolwassenen verder afglijden in de criminaliteit.

Toename cybercrime deels te wijten aan nieuwe manier van registreren

Het cijfermateriaal toont aan dat er de afgelopen jaren sprake was van een explosieve stijging van jeugdige cybercriminelen. Vier jaar geleden, in 2018, was één op de drie verdachten van cybercriminaliteit (33 procent) 21 jaar of jonger. Vorig jaar was dat aandeel al gestegen naar 47 procent.

Ook het totaal aantal jeugdige verdachten in absolute zin liet de afgelopen jaren een forse stijging zien. In 2018 arresteerde de politie 278 verdachten die 21 jaar of jonger waren. In 2021 steeg dat aantal tot 1.329. Een deel van deze toename is te verklaren doordat de manier van registreren is veranderd.

Geen ‘eenzame jongeren op zolderkamer’

Het Openbaar Ministerie zegt zich zorgen te maken om deze trend. “Het besef lijkt bij jonge daders soms te ontbreken dat ze echte slachtoffers treffen”, zo zegt de officier van justitie in een schriftelijke reactie tegenover de NOS. Naast het aantal neemt tevens de ernst van de digitale misdrijven toe.

Volgens de officier gaat het niet enkel om ‘eenzame jongeren op een zolderkamer’, maar gaat er een georganiseerde criminele bende schuil aan het fenomeen. “Cybercrime heeft zich vermengd met de georganiseerde misdaad, die heeft ontdekt dat er flink te verdienen valt”, aldus het OM.

De verdachten die voor het Openbaar Ministerie verschijnen, maken zich schuldig aan uiteenlopende vormen van cybercrime. Denk aan WhatsApp-fraude, marktplaatsfraude, helpdeskfraude, phishing en jongeren die DDoS-aanvallen uitvoeren. “Dit zal ook in de toekomst een groter probleem worden”, vreest Theo van der Plas, programmadirecteur Digitalisering & Cybercrime bij de Nationale Politie.

Politie maakt jacht op ‘grote vissen’ door aangiften te combineren

De politie probeert verdachten op het spoor te komen door aangiften aan elkaar te koppelen. Door patronen te herkennen hoopt de politie alle aangiften te herleiden tot één of twee daders. “Zo komen we bij de grote vissen terecht, en niet enkel bij de geldezels”, zo zegt Van der Plas.

Geldezels of katvangers zijn mensen die hun bankrekening of betaalpas ter beschikking stellen in ruil voor een deel van de opbrengst. De echte criminelen blijven vaak buiten beeld, omdat transacties niet via hun bankrekening plaatsvinden. Geldezels zijn in praktijk vaak eenvoudig op te sporen en zitten met de gebakken peren. Naast een strafblad belanden ze op een fraudelijst. Het openen van een nieuwe bankrekening is dan nagenoeg onmogelijk. Dat geldt ook voor het afsluiten van een hypotheek of een lening.

Tot slot riskeren geldezels een gevangenisstraf tot vier jaar en kunnen slachtoffers de financiële schade op hen verhalen.

Glijdende schaal

De politie en het Openbaar Ministerie denken dat het voor jongeren aantrekkelijk is om een cybercrimineel te worden. Doordat er kant-en-klare tools beschikbaar zijn om bijvoorbeeld DDoS-aanvallen uit te voeren of spamberichten te versturen, is de opstap naar het criminele pad klein. De politie is echter bang dat dat de stap van cybercrime naar reguliere misdaad klein is.

“Crimineel geld maakt crimineel geld. Jongeren verdienen kapitaal en gebruiken dat vervolgens weer om drugs mee te kopen en te verhandelen”, aldus Van der Plas.

Laat een reactie achter