Uit onderzoek van PriceWaterhouseCooper (PwC) is gebleken dat studenten met een migratieachtergrond vaker zijn gecontroleerd op fraude met de uitwonendenbeurs in vergelijking met andere groepen studenten. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) ging ervan uit dat het controleproces neutrale selectiecriteria bevatte, maar de onderbouwing daarvoor was onvoldoende. Demissionair minister van OCW Robbert Dijkgraaf belooft ‘structurele verbeteringen’ door te voeren om tot een ‘onbevooroordeeld en effectief controleproces’ te komen.
Dat schrijft de bewindsman in een brief aan de Tweede Kamer.
Studenten met migratieachtergrond gediscrimineerd bij fraudecontrole
Voor het begin van deze zaak moeten we terug naar juli 2023. Onderzoeksjournalisten van NOS op 3 en Investico publiceerden toen een artikel met als strekking dat studenten met een migratieachtergrond vaker worden gecontroleerd op fraude met studiefinanciering. Nagenoeg alle 376 studenten die in de afgelopen tien jaar waren beschuldigd van fraude met een uitwonendenbeurs, bleken een migratieachtergrond te hebben.
Minister Dijkgraaf zei in een reactie dat hij dit een “bijzonder verontrustend signaal” vond en beloofde om de zaak tot op de bodem uit te zoeken. Hij gaf de Autoriteit Persoonsgegevens de opdracht om een onderzoek te starten naar het controlesysteem dat de Dienst Uitvoering Onderwijstaken (DUO) gebruikte om fraude met studiefinanciering aan het licht te brengen.
Advies- en consultancybureau PwC moest uitzoeken of er sprake is geweest van discriminatie bij het controleproces van de uitwonendenbeurs. Dit onderzoek is afgerond en de uitkomsten daarvan zijn vandaag openbaar gemaakt.
PwC: ‘Criteria in selectiemodel onvoldoende onderbouwd’
In het verleden waren er signalen dat studenten misbruik maakten van de uitwonendenbeurs. Ze zeiden bijvoorbeeld dat ze bij vrienden of familie woonden om een hogere beurs te krijgen dan waar ze wettelijk gezien recht op hadden. In werkelijkheid woonden ze nog steeds thuis bij hun ouders. Daarop besloot het ministerie van OCW om de controleprocessen aan te scherpen.
Afkomst gerelateerde gegevens zoals nationaliteit, maakten nooit deel uit van het selectiemodel. Ook werd er geen gebruik gemaakt van kunstmatige intelligentie of machine learning. Het ministerie en DUO dachten hiermee neutrale selectiecriteria te hanteren en vooringenomenheid en vooroordelen uit te sluiten.
PwC constateert dat de criteria van het selectiemodel onvoldoende inhoudelijk zijn onderbouwd. Daardoor werden sommige studenten in een hoger risicoprofiel ingedeeld en was de kans op controle groter. Wanneer een student bijvoorbeeld dichterbij zijn ouders woonde, kreeg hij eerder een huiscontrole dan studenten die verder weg woonden. Een mbo-student vormde tevens een hoger risico dan een hbo- of wo-student. En hoe jonger de student, des te groter het risico op fraude.
“Het gebruik van dit type criteria kan leiden tot een vertekening in de selectie”, zo concluderen de onderzoekers. Ze schrijven dat studenten met Turks-Nederlandse of Marokkaans-Nederlandse ouders doorgaans dichter bij huis wonen dan studenten met ouders zonder migratieachtergrond. Indirect werden studenten met migratieachtergrond dus gediscrimineerd, zo luidt de slotsom van PwC.
Minister biedt excuses aan voor ‘indirect discriminerende effecten’
Minister Dijkgraaf trekt het boetekleed aan en gaat diep door het stof. Hij zegt dat zijn ministerie en DUO een selectiesysteem hebben opgetuigd ‘zonder zich bewust te zijn van de indirect discriminerende effecten’. “Ik bied mijn excuses aan voor het onvoldoende zorgvuldig doordenken en onderhouden van het controleproces uitwonendenbeurs door OCW en DUO. In het bijzonder bied ik mijn excuses aan voor de daarmee samenhangende onevenredige grote kans op een huisbezoek voor specifieke groepen, waaronder studenten met een migratieachtergrond”, zo schrijft Dijkgraaf in een brief aan de Tweede Kamer.
Verder schrijft de minister het volgende: “De leiding van OCW en DUO betreuren het dat zij niet hebben zorggedragen voor een deugdelijke controlesystematiek en de evaluatie en ontwikkeling hiervan. De DUO-medewerkers die hiermee hebben gewerkt, zijn door de bevindingen stevig geraakt.”
De bewindsman erkent dat hij politiek gezien eindverantwoordelijk is. Hij vindt het cruciaal dat er iets met de bevindingen van PwC gebeurt. De minister belooft de komende tijd in gesprek te gaan met (oud-)studenten die zijn gecontroleerd, te horen wat het effect is geweest van de huisbezoeken en welke lessen hieruit geleerd kunnen worden. Daarnaast belooft Dijkgraaf om ‘structurele verbeteringen’ door te voeren en te streven naar een ‘onbevooroordeeld en effectief controleproces’. DUO zou hier al druk mee bezig zijn.
Tussen 2012 en 2023 hebben zo’n 26.800 studenten een huisbezoek gehad om te controleren of er werd gefraudeerd met studiefinanciering. Bij ruwweg een derde daarvan is misbruik geconstateerd.
