Laptop leunt tegen een stapel boeken
© Billion Photos/Shutterstock.com
Geen AI: al onze artikelen zijn geschreven door echte mensen, zonder gebruik van AI
Inhoudsopgave

De Tweede Kamer wil helderheid over de werkwijze van het Inlichtingenbureau. De Kamer wil weten hoe de instantie mogelijke uitkeringsfraude detecteert en hoe vaak er de afgelopen vijf jaar van dit soort ‘signalen’ aan gemeenten zijn afgegeven. Tevens zet ze vraagtekens bij de proportionaliteit van de middelen en omvang van persoonsgegevens die verzameld worden voor de fraudebestrijding.

Dat blijkt uit schriftelijke vragen van Don Ceder van de ChristenUnie.

Hoe ver mag het Inlichtingenbureau gaan bij fraudebestrijding?

Het Inlichtingenbureau is een instantie die in 2001 werd opgericht door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het doel van de instantie is om gemeenten te helpen bij het beoordelen van aanvragen voor uitkeringen. Op basis van een groot aantal datastromen van onder meer gemeenten, de Belastingdienst en het UWV, moet het Inlichtingenbureau signalen van fraude oppikken uit deze berg aan informatie en doorgeven aan gemeenten. Zij kunnen dan besluiten om een fraudeonderzoeker te starten. Ook verwerkt het Inlichtingenbureau data van zzp’ers die overheidssteun ontvangen (TOZO, NOW, TVL).

Afgelopen week sprak de Volkskrant met verschillende privacyexperts en advocaten over de werkwijze van het Inlichtingenbureau. Geen van hen had hier een goed woord voor over. Burgers die een uitkering ontvangen, leveren zichzelf compleet over aan de overheid, zo luidde het algemene sentiment onder de deskundigen. Volgens hen worden burgers ‘tot op het bot’ doorgelicht door het Inlichtingenbureau.

De principiële vraag bij privacyexperts is hoe ver de overheid mag gaan met het vergaren van privégegevens om bijstandsfraude tegen te gaan. Nieuwe technologische ontwikkelingen creëren allerlei mogelijkheden om een vuist te vormen tegen het fenomeen. Keerzijde is vaak dat dit ten koste gaat van de privacy van uitkeringsaanvragers.

Wat zijn de gevolgen voor uitkeringsaanvragers als het Inlichtingenbureau een ‘samenloop’ vaststelt?

Voor Don Ceder (ChristenUnie) was het bericht aanleiding om schriftelijk vragen te stellen aan demissionair minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees. De eerste vraag die het Kamerlid aan de bewindspersoon stelt, is of het Inlichtingenbureau met risicomodellen werkt en of de minister denkt dat dit een hoog privacyrisico oplevert voor de mensen van wie de gegevens worden verwerkt. Hij wil dan ook weten hoe de algoritmes die de risicomodellen gebruiken zijn opgebouwd.

Aan de hand van allerlei gegevens probeert het Inlichtingenbureau vast te stellen of er mogelijk gefraudeerd wordt met sociale uitkeringen. Dergelijke signalen worden ook wel een ‘samenloop’ genoemd. Ceder wil van de minister hoe zo’n signaal precies tot stand komt.

Tevens vraagt hij hoe vaak het Inlichtingenbureau de afgelopen vijf jaar signalen heeft doorgegeven aan gemeenten. Tevens is hij geïnteresseerd in hoeveel gevallen dit consequenties heeft gehad voor de uitkeringsaanvragers (boete, intrekken van de uitkering, juridische procedures). Verwijzend naar de toeslagenaffaire, wijst Ceder erop dat het voor burgers in praktijk lastig is om een dossier met persoonsgegevens op te vragen. Het Kamerlid wil van de minister weten of dat ook geldt voor uitkeringsaanvragers die een verzoek indienen om een individueel dossier in te zien.

Is de privacyinbreuk in verhouding tot het doel?

Ceder vraagt aan minister Koolmees of het mogelijk is dat er fouten zitten in de data die het Inlichtingenbureau verwerkt. Hij wil van de bewindsman horen hoe vaak het de afgelopen vijf jaar is voorgekomen dat een gemeente een signaal van uitkeringsfraude ontvangt en achteraf bleek dat dit op foutieve data was gebaseerd. Verder vraagt hij aan minister Koolmees of burgers die menen dat het Inlichtingenbureau foutieve gegevens heeft verzameld, bij de Autoriteit Persoonsgegevens kunnen aankloppen voor bijstand. Verder wil het ChristenUnie-Kamerlid van de minister horen of er meldingen over foute data bij het Inlichtingenbureau bij het ministerie terecht zijn gekomen, en hoe het departement daarmee is omgegaan.

Tot slot vraagt Ceder zich af of de verregaande dataverzamelingspraktijken van het Inlichtingenbureau wel in verhouding staan tot het doel. Volgens hem is daar namelijk geen sprake van. “Deelt u de mening dat uitkeringsfraude met disproportioneel meer middelen, capaciteit en gegevensdata wordt bestreden dan andere vormen van fraude zoals btw-fraude?” Het Kamerlid informeert bij minister Koolmees naar het aantal gevallen van uitkeringsfraude dat door de signalen van het Inlichtingenbureau jaarlijks worden opgespoord. Ook moet de minister tekst en uitleg geven over de hoeveel middelen die hiervoor worden ingezet door het Bureau en bij gemeenten.

Autoriteit Persoonsgegevens vraagt eveneens om opheldering

Don Ceder is niet de enige die vraagtekens zet bij de werkwijze van het Inlichtingenbureau. Begin dit jaar stelde de Autoriteit Persoonsgegevens kritische vragen hierover. De toezichthouder wilde dat het Inlichtingenbureau opheldering gaf over welke gegevens ze precies verzamelt, op welke manier dat gebeurt en welke wettelijke grondslag daarvoor bestaat. Bestuursvoorzitter Aleid Wolfsen sprak van een “dataoceaan waar veel instanties gebruik van maken, maar waarvan niemand weet wat er precies mee gebeurt”.

Laat een reactie achter