Nederlanders die een uitkering aanvragen bij de Rijksoverheid, worden door het Inlichtingenbureau ‘tot op het bot’ doorgelicht. De instantie koppelt data van allerlei instanties aan elkaar, teneinde uitkeringsfraude tegen te gaan. Privacyadvocaten zijn verbijsterd over de ongelimiteerde onderzoeksmogelijkheid van het bureau.
Dat schrijft de Volkskrant, die met diverse privacyexperts sprak.
‘Je levert jezelf compleet over aan de overheid’
Bijstand of een andere vorm van uitkering is in het leven geroepen als een sociaal vangnet. Dit vangnet is bedoeld voor burgers die henzelf zonder deze financiële bijdrage van de overheid niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien, bijvoorbeeld omdat ze werkloos zijn geraakt, arbeidsongeschikt zijn geworden of te ziek zijn om te werken. Het uitgangspunt is dat men er alles aan doet om zelf rond te komen. Maar er zijn altijd mensen die misbruik proberen te maken van het sociale vangnet. Mensen die geen recht hebben op een uitkering maar deze wel ontvangen, worden in de volksmond dan ook uitkeringsfraudeurs genoemd.
De overheid doet zijn uiterste best om uitkeringsfraude tegen te gaan. In de jacht op fraudeurs gaat de regering echter wel heel erg ver. Verschillende privacyadvocaten en -experts bevestigen dit tegenover de Volkskrant. “Door steun te accepteren, lever je jezelf eigenlijk compleet over aan de overheid”, zo vertelt Tijmen Wisman, voorzitter van het Platform Bescherming Burgerrechten. Advocaat Stijn Engelen herkent dit en zegt dat bijstandsgerechtigden volledig binnenstebuiten worden gekeerd. “Ze weten echt alles van je”, zegt hij.
Hoe ver mag de overheid gaan met vergaren privégegevens?
Om meer over de geschiedenis en achtergrond te weten te komen van burgers die een uitkering aanvragen, doet de overheid een beroep op het Inlichtingenbureau. Twintig jaar lang hoorden we nauwelijks iets over deze instantie. Door spraakmakende zaken als de Bulgaren-fraude en de toeslagenaffaire, horen we haar naam steeds vaker vallen.
Zo deed het Inlichtingenbureau een aantal maanden geleden onderzoek naar een vrouw uit de gemeente Wijdemeren. Onderzoekers constateerden dat ze een aantal dure auto’s op haar naam had staan en dat haar moeder wekelijks een tas met boodschappen aan haar gaf. Daarop besloot de gemeente dat ze 7.000 euro moest terugbetalen.
Door dit soort geruchtmakende zaken en toegenomen technische mogelijkheden, rijst de principiële vraag tot hoever de overheid mag doordringen in het privéleven van een burger. Het Inlichtingenbureau speelt daarin een belangrijke rol. Het bureau koppelt data van organisaties als het UWV, de SVb, DUO en RWD aan elkaar om te zien of iemand recht heeft op een uitkering. Ze was ook uitvoerder van het omstreden -en uiteindelijk door de rechter verboden- fraude-opsporingssysteem Systeem Risico Indicatie (SyRI) .
‘Je helpt ze alleen maar verder de problemen in’
Volgens Wisman heeft het Inlichtingenbureau een ongelimiteerde onderzoeksmogelijkheid. Hij stelt dat de Participatiewet in algemene termen omschrijft wat ze wel en niet mag, maar zijn deze bevoegdheden niet zorgvuldig afgebakend.
Peter van Leeuwen van de Landelijke Cliëntraad, de belangenbehartiger van uitkeringsgerechtigden, stelt dat het grootste gevaar schuilt in het verzamelen van incorrecte data en dat de combinatie van gegevens fouten oplevert. Als het Inlichtingenbureau een ‘signaal’ of ‘samenloop’ van fraude ontvangt, wordt een uitkering onmiddellijk stopgezet en de bewijslast omgedraaid. Burgers moeten dan bewijzen dat ze niets fout hebben gedaan.
Van Leeuwen pleit er niet voor om de jacht op uitkeringsfraudeurs stop te zetten. In zijn ogen is controle prima, maar deze moet wel proportioneel zijn. “Waar ik moeite mee heb, is een dergelijk rigoureus ingrijpen op een groep mensen die eventuele terugvorderingen toch niet kunnen betalen. Je helpt ze alleen maar verder de problemen in”, zegt hij tegen de Volkskrant.
Advocaat: ‘Geen tijd of geld om er een principiële zaak van te maken’
De principiële vraag blijft: maakt de enorme gegevensverzameling geen inbreuk op de rechten van burgers? Advocaat Engelen staat bijstandsgerechtigden regelmatig bij. Hij wordt echter vaak pas ingeschakeld nadat de uitkering is stopgezet. Aan het onderzoekstraject dat daaraan vooraf gaat, is hij niet bij betrokken.
Door bezuinigingen op de gefinancierde rechtsbijstand heeft Engelen geen tijd en geld om gedegen onderzoek te doen ,of er een principiële zaak van te maken. “Een keer echt laten toetsen, tot de hoogste instantie of de inbreuk op de privacy gerechtvaardigd is? Of het proportioneel is? Onmogelijk. Ik krijg meestal acht uur voor zo’n zaak. Dat kun je niet veel doen.”
