Kabinet praat Tweede Kamer bij over aanpak online fraude

Koppel met creditcard in de hand en laptop op de schoot

Het kabinet gaat online fraude hard aanpakken. Uit gesprekken met verschillende partijen uit de publieke en private sector blijkt dat er behoefte is aan intensievere samenwerking. De overheid zet in op onder meer voorlichting van jongeren en onderzoek om beter zicht te krijgen op de werkwijze van fraudeurs.

Dat schrijft minister van Justitie en Veiligheid Dilan Yesilgöz-Zegerius in een brief aan de Tweede Kamer. Ministers Sigrid Kaag (Financiën), Micky Adriaansens (Economische Zaken en Klimaat) en Franc Weerwind (Rechtsbescherming) hebben de brief medeondertekend.

Online fraude is groeiend probleem

Van online fraude is sprake als een oplichter een valse identiteit aanneemt om goederen of diensten te machtigen, of financieel voordeel weet te verkrijgen. Online fraude zorgt niet alleen voor financiële schade, maar ook voor emotionele en psychische schade. “Het is van groot belang om met brede preventie en gerichte repressie een kentering aan te brengen in deze ontwikkeling. Dat kan alleen door met alle bij dit onderwerp betrokken publieke en private partijen samen te werken”, zo schrijven de bewindslieden.

Online fraude is een groeiend probleem. Sinds het aantreden van het huidige kabinet zijn de ministers in gesprek met verschillende stakeholders uit de publieke en private sector. Uit die gesprekken is gebleken dat er grote behoefte is aan intensievere samenwerking in de bestrijding van online fraude. De afgelopen zes maanden heeft het kabinet de nodige stappen gezet. In de brief aan de Tweede Kamer geven ze een overzicht van bestaande initiatieven en aanvullende stappen.

Zo is er onlangs een pilot gestart waarbij slachtoffers van online fraude de schade kunnen verhalen op daders via een civielrechtelijke procedure. Tevens lanceerde het kabinet een bewustwordingscampagne via sociale media om jongeren te waarschuwen over nieuwe vormen van online fraude. Tot slot is er een onderzoek gestart om meer inzicht te krijgen in de modus operandi van fraudeurs.

Zes pijlers om online fraude aan te pakken

Uit onderzoek van de Universiteit Twente (PDF) blijkt dat 41,7 procent van de Nederlandse bevolking ooit te maken heeft gehad met online fraude. Ongeveer één op de zes Nederlanders (15,7 procent) is daadwerkelijk ooit slachtoffer geworden van online fraude. Daarbij spelen demografische variabelen als leeftijd, geslacht en opleidingsniveau een beperkte rol. De meest voorkomende vormen van online fraude zijn phishing, spoofing en WhatsApp- of vriend-in-noodfraude. Naar schatting bedraagt de jaarlijkse schade 2,75 miljard euro. Bijna een derde van de slachtoffers zoekt geen enkele vorm van hulp. Daardoor is het lastig om een goed beeld te vormen van het totaal aantal slachtoffers.

Bovenstaande cijfers laten duidelijk zien dat online fraude een groot probleem is, en dat iedereen slachtoffer ervan kan worden. De enige manier om een vuist te vormen tegen online fraude, is door een integrale aanpak vanuit een gezamenlijke visie.

Het kabinet heeft daarom zes pijlers geformuleerd om een tegenwicht te bieden aan de groei van online fraude: preventie, technische barrières, slachtofferfulp, opsporing en vervolging, en expertise en informatiedeling. Om te voorkomen dat mensen beginnen aan online fraude of slachtoffer daarvan worden, is onlangs de pilot cyberrijbewijs gestart. Leerlingen in het basisonderwijs worden dan bijgepraat en geïnformeerd over verschillende vormen van online fraude. Het is de bedoeling dat het cyberrijbewijs straks beschikbaar is voor alle scholen in het basisonderwijs.

‘Geen financiële dekking voorhanden’

In de brief aan de Tweede Kamer maken de betrokken ministers een tussenbalans op. Eén van de conclusies is dat er minder capaciteit beschikbaar is dan aanvankelijk gedacht. Inmiddels is er meer personeel aangetrokken en verwachten de bewindslieden dat de bestrijding van online fraude een hogere prioriteit krijgt.

De komende maanden zal de integrale aanpak zich verder ontwikkelen. “Concreet valt bijvoorbeeld te denken aan betere voorlichting aan specifieke groepen burgers of een bredere publiekscampagne, verbreding van het inzicht in het fenomeen van online fraude door onderzoeken en ondersteuning van slachtoffers door de meldpuntstructuur verder te optimaliseren”, staat er in de brief.

De ministers waarschuwen dat er op dit moment “geen financiële dekking voorhanden” is. De kans bestaat dus dat bepaalde initiatieven niet uitgevoerd kunnen worden. Het is aan de leden van de Tweede Kamer om daarover te debatteren en besluiten te nemen. In januari 2023 wordt de integrale aanpak van online fraude geëvalueerd. In het najaar van dat jaar presenteert het kabinet de eerste jaarlijkse voortgangsrapportage.

Techredacteur
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. Meer over Anton.
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen