Kabinet: ‘Geen bewijs dat Nederlandse kennis overgedragen is aan Chinese leger’

Chinese soldaten houden de wacht op het Plein van de Hemelse Vrede

Er is geen hard bewijs dat oud-studenten uit China die in Nederland hebben gestudeerd of zijn gepromoveerd , wetenschappelijke kennis of technologie hebben doorgespeeld aan het Chinese Volksbevrijdingsleger PLA. Diverse onderzoeken hebben wel aangetoond dat er banden zijn tussen promovendi en onderzoekers enerzijds en het Chinese leger anderzijds. Dat is niet strafbaar, maar kan wel risico’s opleveren voor onze nationale veiligheid. Het kabinet heeft om die reden een pakket aan maatregelen samengesteld om kennisveiligheid te vergroten.

Dat schrijft demissionair minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Ingrid van Engelshoven in een brief aan de Tweede Kamer. Daarin geeft ze antwoord op schriftelijke vragen van Raymond de Roon, Harm Beertema en Sietse Fritsma (allen PVV). Aanleiding voor de vragen was een artikel in NRC dat eind maart werd gepubliceerd. Daarin werd gesuggereerd dat tientallen onderzoekers aan de TU Delft banden hadden met het Chinese leger.

Onderscheid civiele en militaire toepassingen niet altijd helder

Minister Van Engelshoven schrijft, mede namens demissionair ministers van Buitenlandse Zaken, Defensie, Justitie en Veiligheid en de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, dat tien aan de TU Delft verbonden promovendi in maart 2021 een masterdiploma hebben behaald aan de National University of Defense Technology in China.

De universiteit kan niet zeggen of dat deels op militair-technologisch vakgebied is, omdat het onderscheid niet altijd duidelijk is. De onderwijsinstelling verwijst hiermee naar het concept van dual-use. Kennis en technologische ontwikkelingen kunnen vaak zowel voor civiele als militaire doeleinden ingezet worden. Waarvoor deze kennis daadwerkelijk wordt gebruikt in China, kan de minister niet zeggen omdat ze het niet weet.

Van Engelshoven erkent dat dit risico’s kan opleveren voor de nationale veiligheid van Nederland. Daarom is het kabinet bezig om een overzicht te maken van welke vakgebieden meer bescherming behoeven. Deze inventarisatie maakt naar eigen zeggen ‘onderdeel uit van het proces om te komen tot een bindend toetsingskader op risicovakgebieden om ongewenste kennis- en technologieoverdracht tegen te gaan’.

Van Engelshoven: ‘Spionage door China is grote zorg’

De minister geeft toe dat spionage door China een punt van zorg is. Directe of indirecte verbondenheid van promovendi met het Chinese Volksbevrijdingsleger PLA is echter niet strafbaar. Deze relatie levert mogelijk wel gevaar op voor onze nationale veiligheid. Het kabinet wil op korte termijn dan ook een ‘landenneutraal’ maatregelenpakket aanbieden dat ‘een handelingsperfectief biedt aan zowel de kennisinstellingen als de rijksoverheid om ongewenste kennisoverdracht tegen te gaan’. “Het doel van dit pakket is onder anderen de kennisveiligheid te vergroten door ongewenste kennisoverdracht en ongewenste beïnvloeding tegen te gaan.”

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) maakt zich net als de minister grote zorgen om digitale spionage door China (en Rusland). De veiligheidsdienst waarschuwede hier expliciet voor in haar jaarverslag, dat eind april openbaar werd gemaakt. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) benadrukte vorig jaar dat de digitale dreiging van onze samenleving door (buiten)statelijke actoren een ‘permanent karakter’ heeft. Mede daarom adviseerde de Cyber Security Raad (CSR) afgelopen maand om de komende jaren een bedrag van 833 miljoen euro extra te investeren in het verbeteren van de Nederlandse cybersecurity.

Geen hard bewijs voor spionage door Chinese promovendi en onderzoekers

Op de vraag van de PVV of er bewijzen zijn dat er Nederlandse kennis is overgevloeid naar de PLA, kan de minister geen zekerheid geven. Ze citeert uit het onderzoek van de Australian Strategic Policy Institute (ASPI) dat er inderdaad banden zijn tussen Chinese promovendi en onderzoekers enerzijds en het Chinese leger anderzijds. Uit de onderzoeken blijkt tevens dat hen gevraagd is om deze informatie te delen. Dat is echter nog geen bewijs dat dit ook daadwerkelijk heeft geleid tot ‘ongewenste technologieoverdracht’. Het toont echter wel aan dat er risico’s voor Nederland aan verbonden zijn.

Het onderzoek van ASPI laat ook zien dat Chinese kennisinstellingen banden hebben met het Chinese leger en dat Chinese promovendi en onderzoekers in het buitenland worden ingezet om kennis te vergaren voor het leger. “Daarom is het essentieel dat we kennis en bewustzijn bij kennisinstellingen over de risico’s van ongewenste kennisoverdracht bij internationale samenwerking vergroten”, aldus minister Van Engelshoven.

Geen zwarte lijst voor verboden samenwerkingsverbanden

De minister laat er geen misverstand over bestaan: zij vindt dat álle vormen van ongewenste kennisoverdracht tegengegaan moet worden. Ze geeft aan dat de overheid niet actief monitort op samenwerkingsverbanden van Nederlandse universiteiten. “Het aangaan van een (internationale) samenwerking, is dan ook de verantwoordelijkheid van een instelling zelf. Dat betekent dat een universiteit bij elke samenwerking, nationaal en internationaal, een gedegen afweging dient te maken van de kansen en risico’s die een samenwerking oplevert.”

De Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten voeren niet standaard een veiligheidsonderzoek uit naar Chinese onderzoekers als zij aan Nederlandse universiteiten of kennisinstellingen komen werken. Met en vanuit elk land kan ongewenste kennisoverdracht plaatsvinden, zo benadrukt minister Van Engelshoven. Kennisoverdracht is echter wel essentieel om het toegepast onderzoek in Nederland en onze innovatiekracht op peil te houden.

De minister zegt niet te willen meewerken aan een zwarte lijst van Chinese universiteiten en onderzoeksinstellingen waar Nederlandse onderwijsinstellingen niet mee mogen samenwerken vanwege potentiële veiligheidsrisico’s en ongewenste kennisoverdracht. Zij ziet meer in een combinatie van bewustwording en zelfregulering binnen het kennisveld.

UvA en VU werken met Huawei aan zoekmachine met kunstmatige intelligentie

Het is niet de eerste keer dat men commentaar heeft op de samenwerking tussen Nederlandse onderwijsinstellingen en China. In augustus 2020 kondigden de Universiteit van Amsterdam (UvA), de Vrije Universiteit van Amsterdam (VU) en Huawei een samenwerkingsverband aan. Het Chinese technologiebedrijf steekt een bedrag van 3,5 miljoen euro in een project naar kunstmatige intelligentie voor zoekmachines. Vanwege het Amerikaanse handelsverbod mag Huawei momenteel geen Google Search op haar smartphones installeren. Daarom wil het bedrijf een eigen zoekmachine ontwikkelen.

Veel leden van de Tweede Kamer uitten behoorlijk wat kritiek op de samenwerking met Huawei. Ook het Rathenau Instituut had zijn bedenkingen, omdat de grens tussen militaire en civiele technologie vervaagt. De universiteiten zeggen het samenwerkingsverband te hebben voorgelegd aan de AIVD, NCTV en het ministerie van OCW. Alle partijen zouden akkoord zijn gegaan met het onderzoeksproject.

Privacy en security redacteur
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. 
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen