De snelle modernisering van het Chinese leger en de assertieve houding van China in de regio baart het kabinet zorgen. Het is daarom noodzakelijk om een zorgvuldige afweging te maken met welke Chinese kennisinstellingen en bedrijven Nederlandse universiteiten samenwerken. De overheid neemt maatregelen om de kennisveiligheid van onderwijsinstellingen en onderzoeksinstituten te verhogen.
Dat schrijft minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) Robbert Dijkgraaf in reactie op schriftelijke vragen van Simone Kerseboom (Forum voor Democratie).
Hoogwaardige Nederlandse kennis in handen van het Chinese leger
RTL Nieuws en Follow The Money schreven in mei dat Chinese militaire wetenschappers in de afgelopen twintig jaar bijna 3.000 studies met Europese universiteiten hebben uitgevoerd, waarvan 349 met Nederlandse onderwijsinstellingen. Door deze samenwerking is hoogwaardige en waardevolle kennis over nanotechnologie, halfgeleiders en kunstmatige intelligentie in handen gekomen van het Volksbevrijdingsleger. Deze kennis gebruikt China om van het land de grootste militaire macht ter wereld te maken in 2049.
Experts vinden dat er paal en perk gesteld moet worden aan de samenwerking met Chinese militaire universiteiten. “Op sommige fronten is het wellicht al te laat. De modernisering van het Chinese Volksbevrijdingsleger heeft de afgelopen tien jaar een vlucht genomen. Maar er zijn nog tal van andere gebieden waar nog druk op wordt ontwikkeld en onderzocht”, zo betoogde Danny Pronk, defensiespecialist bij het Clingendael Instituut.
Minister is zich bewust van gevaren cyberspionage door China
Dat was voor Simone Kerseboom van Forum voor Democratie (FvD) aanleiding om schriftelijke vragen te stellen aan minister Dijkgraaf (OCW). Ze stelde onder meer vragen over de militaire ambities van China en de Nederlandse belangen van kennisdeling met het communistische land. De minister heeft de antwoorden op de vragen van Kerseboom doorgestuurd naar de Tweede Kamer.
Minister Dijkgraaf erkent dat Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten al jaren waarschuwen voor cyberspionage door China. De overheid probeert het bewustzijn en de weerbaarheid van universiteiten en onderzoeksinstituten sindsdien te vergroten.
Dijkgraaf bevestigt dat China de ambitie heeft om in 2049 een “militaire macht van wereldklasse” te zijn. “Deze doelstellingen, alsook de daadwerkelijke ontwikkelingen van China’s capaciteiten, worden vaak geïnterpreteerd in de zin dat China voor ogen heeft om op zijn minst de VS in militaire macht te kunnen evenaren”, aldus de minister.
Kabinet ongerust over militaire ambities China
De angst dat Nederland bijdraagt aan het realiseren van deze ambitie, is volgens minister Dijkgraaf reëel. De snelle modernisering van het Chinese leger en de assertieve houding van het land in de regio baart het kabinet zorgen. “Een verdergaande militarisering van de regio, met daarmee gepaard gaande spanningen en risico van escalatie, is niet in het belang van Nederland en de EU”, schrijft de bewindsman.
Daarom handhaaft Nederland, samen met andere Europese landen, sinds 1989 een wapenembargo tegen China. Daarnaast is er een strikt exportcontrolebeleid op dual-use technologie. Dat is technologie die zowel voor civiele als militaire doeleinden ingezet kan worden. Minister Dijkgraaf hamert op het belang om een zorgvuldige afweging te maken met welke Chinese kennisinstellingen en bedrijven samenwerking wenselijk is, en welke mogelijke risico’s dat met zich meebrengt.
Om de kennisveiligheid van Nederlandse onderwijsinstellingen te verhogen, neemt het kabinet maatregelen. De Nationale Leidraad Kennisveiligheid geeft handvatten om te oordelen of internationale wetenschappelijke samenwerking veilig en verantwoord is. Het Rijksbrede Loket Kennisveiligheid is opgericht waar kennisinstituten terecht kunnen met vragen over dergelijke samenwerkingsverbanden.
China is ‘samenwerkingspartner, concurrent en systeemrivaal’
Minister Dijkgraaf kan niet uitsluiten dat Nederlandse kennis over hoogwaardige technologie terecht is gekomen bij de National University of Defense Technology (NUDT), de belangrijkste instelling voor wetenschappelijk onderzoek van het Chinese leger. Om te voorkomen dat dit in de toekomst gebeurt, heeft de minister aan alle kennisinstellingen gevraagd om een risicoanalyse uit te voeren. De conclusies verwacht hij tegen het einde van het jaar. De minister gaat met de instanties in gesprek over hun bevindingen.
Het kabinet beschouwt China als “samenwerkingspartner, concurrent en systeemrivaal”. Internationale samenwerking op het gebied van onderwijs en wetenschap is dan ook gepast in deze relatie. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat het delen van gevoelige kennis en technologie geen risico vormt voor de nationale veiligheid van ons land. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de kennisinstelling zelf, maar indien nodig kunnen ze bij de overheid aankloppen voor hulp en advies.
Kabinet gaat kennisveiligheid versterken en versnellen
Op de vraag hoe de overheid ervoor zorgt dat Nederlandse universiteiten geen gevoelige informatie delen met China, antwoordt de minister dat een Europese dual-use vordering is. “Deze verordening is ook van toepassing op uitwisseling van wetenschappelijke kennis. In bepaalde gevallen moeten universiteiten dus een vergunning aanvragen”, zo zegt minister Dijkgraaf. Er zijn uitzonderingen waar de verordening niet van toepassing is. In dergelijke gevallen moet de universiteit zelf een afweging maken.
De minister geeft aan dat de aanpak van kennisveiligheid bij Nederlandse kennisinstellingen versterkt en versnelt. Later dit jaar start hij daarvoor een externe audit om te kijken of alle universiteiten en hogescholen de Nationale Leidraad Kennisveiligheid hebben geïmplementeerd. Verder werkt het kabinet aan een toetsingskader om ongewenste overdracht van kennis en technologie te voorkomen. “Het gaat hierbij om de toetsing van individuen (derdelanders) die toegang willen tot kennisgebieden waarop de risico’s voor de nationale veiligheid het grootst zijn, de risicovakgebieden”, aldus de minister.
Minister Dijkgraaf belooft dat de Tweede Kamer voor het einde jaar deze voorstellen ontvangt.
