Kunstmatige intelligentie of artificial intelligence (AI) biedt allerlei kansen, maar brengt ook risico’s met zich mee. Zeker als deze technologie gebruikt wordt om gepersonaliseerde content aan te bieden. Dat zal een impact hebben op onze privacy. Daarom moeten er gezamenlijke regels voor AI worden bedacht in Brussel.
Dat zegt Europarlementariër Kim van Sparrentak (GroenLinks) in een interview met BNR.
Kansen en risico’s van kunstmatige intelligentie
Kunstmatige intelligentie is het magische woord dat we de laatste tijd om de haverklap horen, zowel in positieve als negatieve zin. Experts omarmen deze technologie als wapen tegen bijstandsfraude, witwaspraktijken en andere vormen van oplichterij. AI-modellen met zelflerende systemen kunnen eveneens helpen om bijvoorbeeld (de dienstverlening in) de zorg te verbeteren, klanten te woord te staan of het besluitvormingsproces efficiënter in te richten.
Er kleven echter ook risico’s aan kunstmatige intelligentie. De Toeslagenaffaire en het fiasco met de Fraude Signalering Voorziening (FSV) zijn daar twee prominente voorbeelden van. Recentelijk kwam naar buiten dat scholieren AI-programma’s als ChatGPT gebruiken om huiswerkopdrachten te maken. En cybersecurityexperts waarschuwen dat hackers de techniek gaan gebruiken om malware te ontwikkelen of verbeteren.
Voor Hind Dekker-Abdulaziz en Paul van Meenen (beiden D66) was dat aanleiding om schriftelijke vragen te stellen aan het kabinet.
Gepersonaliseerde content en privacy
Anderen vrezen dat AI een bedreiging vormt voor de mensenrechten. In theorie kan kunstmatige intelligentie worden ingezet om nieuwe werknemers te zoeken. Dat biedt kansen voor de arbeidsmarkt, maar hierdoor dreigen groepen sollicitanten buiten de boot te vallen. Uitsluiting en discriminatie liggen dan op de loer.
Europarlementariër Van Sparrentak vreest voor onze privacy. Zij verwacht dat personalisatie en generatieve AI zullen samensmelten, waardoor systemen in staat zijn om content af te stemmen of de behoeftes en interesses van bezoekers. “Deze nieuwe vorm van gepersonaliseerde content zal een impact hebben op privacy”, stelt ze.
De Europarlementariër benadrukt dat er nu al veel informatie van bezoekers wordt verzameld. We moeten nauwlettend in de gaten houden dat dit in de toekomst niet nog verder uit de hand loopt.
Gezamenlijk optrekken en transparantie
Volgens Van Sparrentak is het belangrijk dat alle EU-lidstaten gezamenlijk optrekken op het gebied van kunstmatige intelligentie. Alleen zo kunnen we in de toekomst een vuist maken tegen grote techbedrijven die nu al volop AI inzetten, zoals Google, Microsoft en Amazon.
Dr. Stefan Leijnen, lector Artificial Intelligence aan de Hogeschool Utrecht, beaamt dat. In zijn ogen is het belangrijk dat Europa hoogwaardige producten creëert die gebruikmaken van kunstmatige intelligentie. “In Europa zitten we toch een klein beetje op de achterbank en Amerika zit achter het stuur”, zo zegt hij tegenover BNR.
Een andere maatregel om iets aan de uitwassen van AI te doen, is door transparantie te eisen. “Als je dan bijvoorbeeld een klantenservice belt, zou je altijd moeten weten of je met een mens of met AI-robot spreekt”, aldus Leijnen.
Europese AI-Verordening in de maak
In Brussel werkt men momenteel aan een AI-richtlijn. Een eerste versie daarvan werd in april 2021 gepubliceerd. In december 2022 bereikten de ministers die telecom in hun portefeuille hebben een akkoord over de AI-Verordening. Dit ging over de basisafspraken over de werking van producten met kunstmatige intelligentie, en ondersteuning van gebruikers van deze systemen.
Het Europees Parlement en de Europese Commissie gaan verder met de onderhandelingen over de verordening. Het streven is om in het najaar van 2023 een definitief akkoord te bereiken.
