Grapperhaus

Grapperhaus onderzoekt mogelijkheid WhatsApp af te tappen

Laatst bijgewerkt: 25 mei 2020
Leestijd: 3 minuten, 55 seconden

Minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus gaat onderzoeken of het mogelijk is om toegang te verkrijgen tot versleutelde data die via WhatsApp en andere Over The Top (OTT) diensten wordt verstuurd. Dat is volgens hem niet eenvoudig, omdat de bedrijven achter deze diensten over de grens werken en gebruikmaken van end-to-end encryptie. Toch wil hij een poging wagen om cybercrime aan te pakken.

Dat schrijft minister Grapperhaus in een brief over de aanpak van internetcriminaliteit aan de Tweede Kamer.

Digitale domein

In zijn brief gaat Grapperhaus in op enkele hoofdpunten waarop hij kans ziet om cybercrime effectiever aan te pakken. Internetcriminaliteit wordt volgens de bewindsman een steeds groter probleem in de huidige samenleving. Door de digitalisering zijn we immers altijd online en verbonden, en dat heeft impact op de wijze waarop cybercriminelen te werk gaan. “Daar waar in algemene zin de offline criminaliteit gestaag daalt, neemt de online criminaliteit toe”, zo schrijft de minister.

Bovendien worden hackers steeds slimmer en hanteren ze “verfijndere methoden” om slachtoffers te maken. De coronacrisis speelt daarbij een belangrijke rol: doordat we met z’n allen thuiszitten en meer online actief zijn, proberen criminelen daar een slaatje uit te slaan. Als voorbeeld noemt hij de toename van phishing, een vorm van criminaliteit waarbij criminelen nietsvermoedende slachtoffers proberen te verleiden hun persoonsgegevens achter te laten op een malafide website.

Een van de uitgangspunten van minister Grapperhaus is dat er in het digitale domein geen wezenlijk andere opvattingen gelden over anonimiteit en privacy in vergelijking met de fysieke wereld. Als voorbeeld noemt hij het verwijderen van strafbaar materiaal. In de fysieke wereld is dat eenvoudig omdat je alleen foto’s hoeft te verscheuren. Online is dat een stuk lastiger. “In de digitale wereld zou diezelfde foto waarschijnlijk op veel meer plekken zijn opgeslagen, is de infrastructuur van internetbedrijven betrokken, en moeten persoonsgegevens worden vastgelegd en communicatiepaden tussen computers ontoegankelijk worden gemaakt”, zo zegt de minister. Het uitgangspunt is hetzelfde, de uitwerking is alleen een stuk lastiger.

Encryptie

Het kabinet maakt zich sterk voor een open, vrij en veilig internet. Daarbij gaat het niet alleen om dat iedereen toegang heeft tot het internet, maar ook het recht heeft om zich daar in beginsel vrij te kunnen bewegen zonder dat de overheid dit beperkt. Tegelijkertijd klinkt er vanuit de maatschappij een roep om regulering om deze veiligheid te garanderen.

Een ander dilemma dat de minister constateert vloeit voort uit anonimiteit. Door allerlei technologische ontwikkelingen kunnen mensen zich (nagenoeg) anoniem voortbewegen op internet. Dit levert volgens de minister een belangrijke bijdrage aan de beveiliging van informatie die via internet wordt verspreid en vertrouwelijkheid in de communicatie tussen burgers en overheid. Tegelijkertijd maakt dit het wel een stuk lastiger om cybercriminelen en hackers op te sporen. Daarover zegt Grapperhaus:

“In de gedigitaliseerde maatschappij worden terecht hoge eisen gesteld aan het waarborgen van de privacy van personen. Aan de andere kant heeft de samenleving behoefte aan en recht op een veilige samenleving en bescherming van (kwetsbare) personen en goederen. Ook op het internet. Dit is een inherent dilemma van het internet.”

Ten aanzien van dit dilemma vindt het kabinet het onwenselijk om “beperkende wettelijke maatregelen [te nemen] ten aanzien van de ontwikkeling, de beschikbaarheid en het gebruik van encryptie binnen Nederland”. Tegelijk maakt Grapperhaus zich zorgen dat de politie en andere handhavende instanties criminelen effectief kunnen opsporen. Hij streeft dan ook “naar oplossingen binnen de kaders van het kabinetsstandpunt die recht doen aan de belangen van de opsporing en de nationale veiligheid”.

Over The Top

In dat kader spelen sociale media, providers en communicatiediensten een voorname rol. De minister noemt de diensten die deze partijen leveren ook wel ‘Over The Top’ diensten. Dat zijn diensten die vertrouwelijke communicatie tussen individuele gebruikers mogelijk maken, zoals WhatsApp en internettelefonie (VoIP). De communicatie van deze diensten verloopt via het internet en wijkt daardoor af de wijze waarop reguliere communicatie verloopt. Grapperhaus schrijft dat het belangrijk is om dit te realiseren.

“Voor de opsporing is dit vooral relevant omdat de verplichting om de telecommunicatie aftapbaar te maken (een verplichting op grond van de Telecommunicatiewet) niet geldt voor OTT-diensten. Het effectief invoeren van een dergelijke verplichting is niet eenvoudig en vergt nadere uitwerking.

 Hierbij moet aandacht worden besteed aan het feit dat veel OTT-diensten worden aangeboden door bedrijven die niet in Nederland gevestigd zijn. Dit zou een bevoegdheid tot grensoverschrijdend vorderen kunnen betekenen, waar bij ook aandacht moet worden besteed aan handhaving.

 Ook gebruiken meerdere OTT-diensten end-to-end versleuteling waardoor voor effectieve toegang tot deze versleutelde data de voortgang van de in relatie tot encryptie bovengenoemde inventarisatie van belang is.”

Met het bovenstaande in het achterhoofd zegt minister Grapperhaus onderzoek te verrichten naar de mogelijkheden van toegang tot communicatie via OTT-diensten.

Tech-journalist
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. 

Meer artikelen uit het ‘Nieuws’ dossier

Reacties
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen