Logo van Google aan het pand van een filiaal in Detroit

Google geeft persoonsgegevens van extremisten door aan handhavingsinstanties

Laatst bijgewerkt: 18 augustus 2020
Leestijd: 4 minuten, 9 seconden

Google verstrekt al jarenlang gedetailleerde persoonsgegevens aan de politie, antiterreureenheden en andere handhavingsinstanties. Het gaat om gebruikers die met geweld dreigen of veelal radicale of extreemrechtse opinies erop nahouden. Een deel van deze gebruikers maakt nog altijd gebruik van de diensten van de zoekmachinegigant, zoals YouTube en Gmail.

Dat schrijft The Guardian op basis van eigen onderzoek. De krant heeft politiedocumenten ingezien die buit zijn gemaakt bij een hackaanval op een server van een hostingbedrijf uit Texas. Vele handhavingsinstanties maken gebruik van de diensten van dit bedrijf. Het gaat om data die helemaal teruggaat naar 1996 en loopt tot aan juni van dit jaar.

‘Google mag eigen verantwoordelijkheid niet afwentelen op de politie’

De documenten die The Guardian heeft ingezien zijn afkomstig van de CyberCrime Investigation Group (CIG). De naam van deze afdeling is vaker opgedoken in de media. Maar niet eerder is deze naam in verband gebracht met het op grote schaal delen van persoonlijke informatie aan handhavingsinstanties. Het gaat dan om zaken als naam, telefoonnummer, e-mailadres, woonadres creditcardnummer, IP-adres, recente logins en YouTube-kanaal. Stuk voor stuk privacygevoelige gegevens. En dat kan volgens sommigen niet door de beugel.

Eén van hen die dat vindt is Steven Renderos, directeur van een non-profitorganisatie die pleit voor participatieve media. In een e-mail aan The Guardian zegt hij: “In een moment van afrekening over het falen van de politie om burgers te beschermen, is het roekeloos voor Google om persoonlijke gebruikersinformatie aan handhavingsinstanties door te geven. Hoewel het prevaleren van haatdragende activiteiten op platforms die in bezit zijn van Google een reëel probleem is, is het afwentelen van de verantwoordelijkheid naar de politie niet de oplossing.”

Ook Saira Hussein, advocaat bij de Amerikaanse belangenvereniging Electronic Frontiers Foundation, zegt bezorgd te zijn over “de grote hoeveelheden persoonlijke gebruikersdata” die Google prijsgeeft aan de politie. “Verwacht Google dat de politie iets doet, of is dit een manier om zichzelf in te dekken? Ziet Google het als haar verantwoordelijkheid om simpelweg alleen melding te maken aan de politie en over te gaan tot de orde van de dag?”, zo vraagt ze zich af.

Google leest hatelijke en gewelddadige reacties, maar verwijdert ze niet van haar platforms

Naast persoonlijke informatie gaf de CIG ook reacties van gebruikers door aan de politie. Een voorbeeld daarvan is een gebruiker die zich hardop afvraagt of hij niet hetzelfde moet doen als de schutters in El Paso en Dayton, waar in augustus vorig jaar grote schietpartijen plaatsvonden. Een reactie op het politiegeweld in de VS werd eveneens door Google doorgegeven aan de politie. Daarin zei iemand dat ‘alle politieagenten gedood moesten worden’.

Ook de opmerking ‘Wie is de Aziatische dokter die het coronavirus heeft laten uitbreken? Ik schiet zijn dochter in haar gezicht’ is doorgespeeld aan de politie. Hetzelfde geldt voor anti-Joodse opmerkingen waarin ‘blanke supranationale terroristen’ worden verheerlijkt. Om het handhavingsinstanties nog makkelijker te maken, verstrekte Google bij video’s de tijdcodes waarin hatelijke dingen werden gezegd.

Je kunt beargumenteren dat Google de politie en de samenleving hiermee een dienst bewijst. Opvallend genoeg ondernam de zoekgigant geen actie op haar eigen platformen. Veel van de doorgegeven reacties en video’s zijn nooit verwijderd. Sterker nog, veel extremisten hebben nog altijd toegang tot hun kanalen en gaan gewoon door met het verspreiden van haat en geweld.

Google gaf geen commentaar op vragen van The Guardian over het doorgeven van privégevoelige informatie aan de politie, de privacy van gebruikers en de relatie van het bedrijf met handhavingsinstanties.

Het vrije woord en internet is een complexe relatie

Het internet is een middel om contact te leggen met mensen over de hele wereld en nieuwe vriendschappen te sluiten. Het is ook een platform om je eigen mening te delen met de wereld. Het gros van de mensen houdt zich daarbij aan ongeschreven fatsoensnormen. Een klein deel maakt het zo bont, dat is bijna niet in woorden uit te drukken. Ze maken zich schuldig aan racisme en houden er extreme denkbeelden of ideologie op na. Sommigen schuwen zelfs geweld niet of dreigen met aanslagen. Dat tast het vrije karakter van internet aan.

Tegenwoordig is het aan de orde van de dag. Steeds vaker worden techbedrijven geconfronteerd met de vraag of en hoe ze moeten ingrijpen of niet. Tegelijkertijd willen ze voorkomen dat ze te pas en onpas content moeten censureren. Dat is namelijk de doodsteek van een vrije, democratische samenleving.

Half juni tekende president Trump een decreet waarin hij aangaf te zullen optreden tegen socialemediabedrijven als ze laakbare of illegale content niet snel genoeg verwijderen. Hij wil een einde maken aan de immuniteitsclausule waar techbedrijven vaak een beroep op doen. In de Communications Decency Act staat namelijk dat sociale media geen uitgeverijen zijn, maar platforms. Niet het bedrijf zelf, maar gebruikers die het platform gebruiken zijn aansprakelijk voor hun uitingen. Volgens procureur-generaal William Barr zijn sociale netwerken immuun geworden voor “een breed scala aan illegale activiteiten op hun netwerken”. Techbedrijven moeten daarom aangespoord worden om op te treden tegen de “alsmaar toenemende illegale content”.

Privacy en security redacteur
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. 

Meer artikelen uit het ‘Nieuws’ dossier

Reacties
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen