Franse politie stopt met inzet cameradrones na commentaar privacywaakhond

Met camera uitgeruste drone vliegt door de lucht

De Franse politie zet niet langer drones in die zijn uitgerust met een camera. De nationale toezichthouder onderzocht de kwestie en concludeert dat de politie met deze hulpmiddelen de privacywetgeving overtreedt. Het ministerie van Binnenlandse Zaken houdt de drones daarom aan de grond.

Dat valt te lezen in een persbericht dat is opgesteld door de Commission Nationale de l’Informatique et des Libertés (CNIL), de Franse tegenhanger van onze Autoriteit Persoonsgegevens.

Politie zet drones in om quarantainemaatregelen te handhaven

Net als in ons land heeft de Franse president Emmanuel Macron de afgelopen maanden strenge maatregelen aangekondigd om het coronavirus onder de duim te houden. Eén daarvan was een strenge lockdown. Om te controleren of burgers zich aan de quarantainemaatregelen hielden, zette de politie in maart vorig jaar meerdere malen drones in.

De inzet van drones baarde de CNIL zorgen. De bestuursvoorzitter besloot daarom in april om het ministerie van Binnenlandse Zaken een brief te sturen. Daarin vroeg hij minister Christophie Castaner om details te geven. Een maand later besloot de toezichthouder om een onderzoek in te stellen naar de kwestie en te kijken of de minister en de politie de privacywetgeving niet overtraden.

Ministerie overtreedt privacywetgeving

Het ministerie, maar ook de politie ontving een vragenlijst. Uit bestudering van de antwoorden bleek dat de politie de drones -die waren uitgerust met camera’s- niet alleen inzette om te controleren of mensen zich aan de coronamaatregelen hielden. De politie gebruikte de drones eveneens om een oogje in het zeil te houden als er demonstraties en rellen plaatsvonden. Drones waren eveneens een belangrijk hulpmiddel om vooronderzoek te verrichten, bijvoorbeeld om een omgeving in kaart te brengen als agenten op het punt stonden een pand binnen te vallen.

In juli bezocht de CNIL het hoofdkwartier van de politie om te kijken hoe het inzetten van drones in zijn werk ging. Bij dit bezoek besefte de toezichthouder dat burgers opgenomen werden om ze later te identificeren. Het ministerie had geen juridische basis om persoonlijke data van burgers te verwerken. Ook had het departement geen Data Protection Impact Assessment (DPIA) uitgevoerd, wat in dit geval wettelijk verplicht was omdat fundamentele rechten en vrijheden in het geding waren. Tot slot zijn burgers ook nooit ingelicht over de inzet van drines. De privacywaakhond concludeerde dat de minister daarmee de privacywetgeving overtrad.

De minister verdedigde het besluit door te zeggen dat de gezichten van burgers onherkenbaar werden gemaakt. De manier waarop dat gebeurde, daarover was de toezichthouder niet te spreken. De gezichten werden niet live door de drones geblurd, maar achteraf. Dat betekent dat beelden eerst worden verzameld, verzonden en verwerkt door het ministerie alvorens gezichten onherkenbaar werden gemaakt. Bovendien werd dit mechanisme pas in augustus geïmplementeerd. Tussen maart en augustus had de politie dus alle gelegenheid om burgers te identificeren. Bovendien kon het blur-mechanisme in theorie worden uitgeschakeld door het ministerie.

Ministerie houdt drones aan de grond

De CNIL mag geen boetes uitdelen aan de regering. De toezichthouder eiste daarom van het ministerie van Binnenlandse Zaken dat ze per direct zou stoppen met de inzet van drones. Als burgers niet langer geïdentificeerd kunnen worden of als er een juridisch raamwerk is opgezet waarin staat dat het verwerken van persoonlijke data is toegestaan, mogen de drones weer de lucht in. Het ministerie heeft aangegeven daar gehoor aan te geven.

Nederlandse politie wil drones vaker inzetten

Hetzelfde vraagstuk speelt ook in ons land. Afgelopen november gaf de politie aan dat ze in de nabije toekomst vaker drones wil inzetten. Peije de Meij, directeur bij de staf van de Korpsleiding Nationale Politie in Den Haag, meent dat ze een waardevolle aanvulling vormen op de werkzaamheden van de politie. Drones kunnen worden ingezet bij opsporing, handhaving, forensisch onderzoek en om te surveilleren. Verder kunnen ze opdrachten die gevaarlijk zijn voor politieagenten snel en efficiënt uitvoeren.

Drones worden op dit moment voornamelijk gebruikt bij verkeersongevallen en het handhaven van de openbare orde. In de toekomst wil de politie ze ook inzetten om te zoeken naar drugspanden, voor explosievenverkenning en om de waterpolitie te assisteren bij hun werkzaamheden. Volgens De Meij bieden drones allerlei nieuwe mogelijkheden om het politiewerk makkelijker te maken, omdat ze met uiteenlopende apparatuur zijn uit te rusten. Maar net als voor hobbyisten gelden er ook voor de politie strenge regels. Privacywetgeving verbiedt het bijvoorbeeld om met een drone zomaar boven een woonwijk te vliegen.

De Nederlandse politie beschikt op dit moment over zestig drones. Binnen nu en een aantal jaar moeten dat er honderd zijn. In 2019 zette de politie 556 keer een drone in om te assisteren bij haar werkzaamheden. Van januari tot en met september 2020 gebeurde dat 790 keer.

Privacy en security redacteur
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. 
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen