De nationale toezichthouders in de EU-lidstaten willen dat de Europese Commissie de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) aanvult met nieuwe regels. Diverse regels worden door de Europese privacywaakhonden anders geïnterpreteerd. Verder willen ze dat de commissie de samenwerking tussen de toezichthouders in internationale zaken verbetert.
Dat schrijft de European Data Protection Board (EDPB), de instantie waarin alle nationale toezichthouders verenigd zijn, in een openbare brief, zo meldt de Autoriteit Persoonsgegevens.
Toezichthouders vragen om meer duidelijkheid AVG
De koepelorganisatie vraagt aan het dagelijks bestuur van de EU om bestaande regels te verduidelijken, dan wel de huidige regels over procedures -die nu per lidstaat verschillen- gelijk te trekken of harmoniseren.
Het gaat om aanvullende regels op 14 punten, zo legt de Nederlandse toezichthouder uit. “Waaronder duidelijkheid over de rechten van mensen die een klacht indienen, criteria voor het in behandeling nemen van klachten, deadlines voor het behandelen van zaken, de manier waarop zaken kunnen worden afgesloten, onderzoeksbevoegdheden en het publiceren van besluiten”, aldus de Autoriteit Persoonsgegevens.
Het doel is om de samenwerking tussen de Europese landen efficiënter te maken. Dat is volgens de EDPB alleen mogelijk als de regels op elkaar zijn afgestemd en op dezelfde wijze worden geïnterpreteerd. Daar heeft de Autoriteit Persoonsgegevens een niet al te beste ervaring mee.
Europese Commissie tikt AP op de vingers voor te strike interpretatie AVG
Daarvoor moeten we terug naar begin 2020, toen de toezichthouder een boete van 525.000 euro oplegde aan de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennisbond (KNLTB). De tennisbond verkocht e-mailadressen en andere persoonlijke gegevens van leden aan sponsors in het kader van direct marketing. De bond verdedigde het besluit door te zeggen dat het om een gerechtvaardigd belang ging.
De Autoriteit Persoonsgegevens wilde hier niets van weten en oordeelde dat een commercieel belang nooit een gerechtvaardigd belang kon zijn. De toezichthouder velde eenzelfde oordeel over VoetbalTV, dat live voetbalwedstrijden van amateurs uitzond zonder expliciete toestemming van (soms minderjarige) voetballers.
De Europese Commissie stuurde daarop een brief naar de Nederlandse toezichthouder, met de opmerking dat ze de AVG te strikt interpreteerde. Dat zou een belemmering vormen voor de werking van de interne markt en het vrije ondernemerschap. Aleid Wolfsen, bestuursvoorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens, benadrukte dat nationale toezichthouders een onafhankelijk positie innemen. Toen al pleitte hij ervoor om de AVG in alle lidstaten op dezelfde manier uit te voeren.
Eénloketsysteem kan beter
In het huidige systeem is het zo geregeld dat de toezichthouder van het land waar het hoofdkantoor van een bedrijf is gevestigd waarover een privacyklacht is ingediend, handhavend mag optreden tegen het betreffende bedrijf. Dat noemen we ook wel het one-stop shop mechanisme of éénloketsysteem.
Dat betekent echter niet dat nationale toezichthouders niet mogen samenwerken met andere privacywaakhonden. Artikel 60 tot en met 76 van de AVG regelt de samenwerking tussen de leidende toezichthoudende autoriteit en andere betrokken nationale toezichthouders. De artikelen gaan onder meer over de samenwerkingsprocedure, wederzijdse bijstand en hoe de toezichthouders tot consensus kunnen komen.
De samenwerking die voortvloeit uit het éénloketmechanisme kan beter, zo vindt de EDPB. Nu is het zo dat elke toezichthouder volgens hun nationale recht haar zaken behandelt. Omdat het procedurele recht per lidstaat verschilt kan dat voor vertraging zorgen, of dat klachten in de ene lidstaat anders worden behandeld dan in andere lidstaten.
