Datahonger Chinese overheid groter dan gedacht

Beveiligingscamera in een winkelcentrum houdt het winkelend publiek in de gaten

Het surveillancesysteem van de Chinese overheid om persoonsgegevens van burgers te verzamelen, is vele malen groter dan werd aangenomen. Apparaten om mobiele telefoons te traceren zijn overal te vinden. Dat geldt ook voor camera’s met gezichtsherkenningstechnologie en apparatuur om stemafdrukken van burgers te vergaren en verwerken.

Dat blijkt uit onderzoek van The New York Times. De Amerikaanse krant onderzocht een jaar lang meer dan 100.000 documenten van de Chinese overheid. Deze zijn afkomstig van het digitale tijdschrift ChinaFile van non-profitorganisatie Asia Society.

Inrichting van een surveillancemaatschappij

In de papieren is informatie te vinden contracten voor de levering van bewakingstechnologie, productvereisten en financiële budgetten. Ze geven een ontluisterend beeld over de inrichting van een massale surveillancemaatschappij. Chinese wetgeving schrijft voor dat dergelijke documenten openbaar moeten worden gedeeld. In werkelijkheid verschijnen ze wel op internet, maar zijn ze bijna niet te vinden. Daarnaast worden ze vaak zonder aankondiging snel weer verwijderd, zo weet The New York Times.

Volgens het dagblad is het doel van de Chinese regering glashelder: ze wil een systeem ontwerpen dat zo eenvoudig mogelijk zo veel mogelijk persoonlijke informatie over burgers verzamelt. De overheid wil precies weten waar burgers zich ophouden, met wie ze contact hebben en wat ze van dag tot dag doen. Zowel zakelijk als in hun vrije tijd. Kortom, de overheid wil een totalitair regime instellen, precies zoals George Orwell beschreef in zijn roman 1984.

‘Maximale controle en beheersing’

Naar schatting zijn er wereldwijd één miljard bewakingscamera’s in omloop. De helft daarvan hangt in China. Lange tijd was onduidelijk wat de camera’s precies vastlegden. Uit onderzoek van The New York Times blijkt dat de camera’s op strategische locaties zijn opgehangen, zoals restaurants, hotels, winkelcentra en reisbureaus.

Het doel is om zoveel mogelijk gegevens te verzamelen, zoals vervoersstromen van mensen en auto’s. Bovendien zijn veel beveiligingscamera’s uitgerust met gezichtsherkenningstechnologie. Als de beelden worden bestudeerd, is het in een oogopslag duidelijk waar iemand zich op een bepaald tijdstip bevond.

Tevens registreren de camera’s bijzondere persoonsgegevens, zoals ras, geslacht en lichamelijke eigenschappen. Deze data worden volgens The New York Times samengevoegd met andere gegevens op overheidsservers. Deze database bevat naar eigen zeggen meer dan 2,5 miljard profielfoto’s. Volgens de politie is dat om het gedrag van mensen maximaal te “controleren en beheersen”.

Telefoontrackers overal aanwezig

De Chinese overheid gebruikt niet alleen camera’s om haar burgers op de voet te volgen. Apparaten als WiFi-Sniffers en IMSI-Catchers worden eveneens volop ingezet. Een WiFi-Sniffer verzamelt en verzendt automatisch gegevens die via een draadloos netwerk worden verzonden. Een IMSI-Catcher is een apparaatje dat een nepnetwerk opzet waarmee mobiele apparaten automatisch verbinding maken.

Met deze technieken is het mogelijk om een profiel of digitale voetafdruk van iemand te maken en hem of haar minutieus te volgen. Uit de documenten blijkt dat de politie van Beijing deze smartphonetrackers wilde gebruiken om gebruikersnamen en berichten van populaire Chinese sociale media applicaties te verzamelen. Alle 31 provincies en regio’s in China gebruiken momenteel deze telefoontrackers.

Aanleggen DNA-databanken

De overheid verzamelt ook stemafdrukken op grote schaal. De technologie die ze hiervoor gebruikt is zo geavanceerd dat een stem binnen een straal van honderd meter kan worden opgenomen en geanalyseerd. Net als de gegevens die via telefoontrackers en bewakingscamera’s worden verzameld, belandt deze informatie in een database van de overheid.

Tot slot worden ook irisscans en DNA-monsters bewaard in een database. Een eerste irisdatabase gaat terug naar 2017 naar de provincie Xinjiang. Dat is de woonplaats van veel Oeigoeren, een etnische minderheid die actief wordt gevolgd en opgesloten door de Chinese overheid. De politie investeert fors in deze technologie, naar eigen zeggen om criminaliteit tegen te gaan.

Volgens The New York Times hebben ten minste 25 van de 31 provincies een DNA-databank aangelegd.

De gemeenschap veiliger maken

Ondanks de verregaande inbreuk op de privacy van Chinese burgers, kent het surveillancesysteem zijn beperkingen. Uit de documenten blijkt dat de overheid een centrale database mist en de analytische mogelijkheden nog niet op peil zijn. President Xi Jinping doet er alles aan om deze tekortkomingen te verhelpen.

Als voorbeeld noemt The New York Times Megvii, het grootste beveiligingsbedrijf in China. Het bedrijf heeft software ontwikkeld waarmee alle verzamelde gegevens van een burger kan worden samengevoegd tot één profiel. Dan moet je niet alleen denken aan waar deze persoon gaat en staat, maar ook wat hij voor kleding draagt, in wat voor auto hij rijdt, welke apparaten hij gebruikt en hoe actief hij is op sociale media.

In een verklaring zegt Megvii dat het de gemeenschap veiliger probeert te maken en het niet uit is om “een bepaalde groep of individu in de gaten te houden”.

Zorgen over Chinese camera’s in Nederland

In de Tweede Kamer zijn er twijfels over het gebruik van Chinese beveiligingscamera’s. Uit onderzoek van de NOS is gebleken dat er in tientallen Nederlandse gemeenten camera’s van Hikvision of Dahua hebben hangen op openbare plekken en gevoelige locaties.

De vrees bestaat dat de fabrikanten of de Chinese overheid kunnen meekijken via de camera’s. Ze weten dan precies welke hoogwaardigheidsbekleders zich waar en wanneer begaven. “Het is interessant voor een buitenlandse inlichtingendienst om daar even mee te kijken wie er allemaal naar binnen loopt”, zo vertelde sinoloog Ardi Bouwers aan de nieuwszender.

De VVD en D66 hebben in maart schriftelijke vragen over dit onderwerp gesteld aan minister van Justitie en Veiligheid Dilan Yeşilgöz-Zegerius en minister van Buitenlandse Zaken Wopke Hoekstra. In een reactie schreven de bewindslieden dat ze niet weten hoeveel camera’s de overheid gebruikt van de fabrikanten. Ze benadrukken dat voor de aanschaf en het gebruik van digitale producten en diensten regels zijn opgesteld. Daarbij wordt onder meer rekening gehouden met risico’s voor de nationale veiligheid.

Techredacteur
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. Meer over Anton.
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen