De Chinese overheid verzamelt op grote schaal gegevens van buitenlandse journalisten en wetenschappers. De regering kijkt in het bijzonder naar berichten die zij op sociale media als Facebook en Twitter plaatsen over onderwerpen als Hongkong en Taiwan. De bevindingen worden gedeeld met overheidsinstanties, het leger en de politie.
Dat schrijft The Washington Post op basis van eigen onderzoek.
‘Verantwoordelijkheid om Chinese overheid in het buitenland te verdedigen’
De Amerikaanse krant heeft meer dan driehonderd contracten en overeenkomsten van Chinese technologiebedrijven ingezien. Deze ondernemingen ontwikkelen software om data te verzamelen van Westerse doelwitten. Eén van de softwarepakketten kijkt wat journalisten en academici op sociale media schrijven. Een ander programma analyseert gesprekken over Hongkong en Taiwan. Weer een ander analyseprogramma brengt discussies over de Oeigoeren in kaart, een minderheidsgroep die onderdrukt wordt door de Chinese overheid.
Volgens The Washington Post wil de regering van Xi Jinping met deze surveillanceprogramma’s Chinese overheidspropaganda in het buitenland versterken en verfijnen. Tegelijkertijd fungeert de spionagesoftware als een waarschuwingssysteem om de overheid te waarschuwen als haar belangen mogelijk in het geding zijn.
“Het toont aan dat de overheid het als haar verantwoordelijkheid beschouwt om China in het buitenland te verdedigen en de publieke opinie buiten haar landsgrenzen te beïnvloeden”, vertelt Mareike Ohlberg aan de krant. Ohlberg onderzoekt al jaren hoe de Chinese overheid haar opinienetwerk in eigen land tracht te beïnvloeden.
China monitort 24/7 Westerse doelwitten
Een deel van de begroting reserveert de Chinese overheid om accounts op sociale media te kopen voor de politie, het leger en propaganda-afdelingen van overheidsinstanties. Tevens investeert de regering in IT-projecten en surveillancesoftware die omgerekend honderdduizenden euro’s kosten en 24 uur per dag, 7 dagen in de week gemonitord worden door Engelstalige experts.
The Washington Post kon de data niet inzien die door de spionageprogramma’s verzameld en geanalyseerd worden. De krant sprak daarentegen met vier mensen die direct betrokken zijn bij de beïnvloeding van de publieke opinie in het buitenland. Daarnaast weten de ingewijden alles over de ontwikkeling van softwaresystemen die in real-time berichten op Facebook en Twitter verzamelen en opslaan op Chinese servers voor analyse.
“Onze API [Application Programming Interface, red.] biedt alleen real-time toegang tot openbare gegevens en Tweets, geen privé-informatie. We verbieden het gebruik van onze API voor surveillancedoeleinden, zoals in ons beleid en onze voorwaarden voor ontwikkelaars staat”, zo vertelt een woordvoerster van Twitter tegen de Amerikaanse krant. Facebook en het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken hebben niet gereageerd op het verhaal.
Spionagepraktijken van Chinese overheid
Het is niet de eerste keer dat China in verband wordt gebracht met spionagepraktijken in Europa en daarbuiten. In september 2020 werd bekend dat Zhenhua Data uit de Chinese provincie Shenzen een omvangrijke database bijhoudt over prominente buitenlandse personen.
De database bevat informatie over meer dan 2,4 miljoen mensen, waaronder journalisten, advocaten, accountants en popsterren. Naast namen zijn in de database ook zaken als geboortedata, woon- en werkadressen, loopbaancarrières, bankrekeningnummers, foto’s, berichten van sociale media en complete psychologische rapporten opgenomen.
Uit analyse bleek dat er meer dan 700 Nederlanders in de database voorkomen. Diverse sleutelfiguren en voormalige medewerkers uit de politiek, het bedrijfsleven, het Koninklijk Huis en de showbusiness werden genoemd. De Chinese database bevatte tevens informatie over hun partners, kinderen en andere familieleden.
