Autoriteit Persoonsgegevens onderzoekt privacyzorgen digitaal thuisonderwijs

Autoriteit Persoonsgegevens onderzoekt privacyzorgen digitaal thuisonderwijs

Laatst bijgewerkt: 24 april 2020
Leestijd: 3 minuten, 54 seconden

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) zegt veel signalen te ontvangen over digitaal thuisonderwijs. Ouders, docenten, leerlingen en studenten maken zich zorgen over de veiligheid van de systemen die scholen gebruiken. Tevens zijn ze bezorgd over hun privacy, omdat ze niet weten wat er met hun gegevens gebeurt. De belangenorganisatie deelt deze zorgen en gaat daarom bij onderwijsinstellingen na of zij de privacy wel goed op orde hebben.

Dat schrijft de AP in een persbericht.

Het coronavirus houdt de gemoederen in ons land al weken bezig. De overheid stelde een ‘intelligente lockdown’ in, verbood ons om handen te schudden, sloot (sport)scholen, restaurants, cafés en winkels van zogeheten contactberoepen (kappers, beautysalons), eist dat we minimaal anderhalve meter afstand van elkaar houden en heeft ons opgeroepen om, indien mogelijk, zoveel mogelijk thuis te werken. Het is een hele waslijst aan maatregelen, maar de eerste effecten zijn volgens de deskundigen al te zien. Nu is het volgens het kabinet een kwestie van doorzetten en volhouden.

Thuisonderwijs

Het onderwijs vindt momenteel grotendeels thuis plaats voor de naar schatting 2 miljoen leerlingen en studenten die ons land telt. Scholen bieden op dit moment noodopvang voor kinderen wiens ouders een vitaal beroep hebben. Leraren en docenten doen hun uiterste best om onderwijs op afstand te bieden. Ze zijn vrij om zelf een manier te kiezen hoe ze dat doen. De een houdt digitale colleges, de ander neemt instructievideo’s op, en weer een ander houdt digitale spreekuren voor scholieren en studenten die vragen hebben. Tentamens worden onder toezicht van een webcam gehouden.

Onderwijsinstellingen moeten snel schakelen om hun onderwijstaken te verzorgen. En iedereen kijkt toe hoe ze dat doen. Ze staan dan ook onder enorme druk. Hoewel er vanuit de maatschappij veel begrip en respect is voor het onderwijspersoneel, zijn er ook zorgen. Zijn de videobelapplicaties die scholen gebruiken wel veilig? Om deze vraag te beantwoorden presenteerde de AP vorige week een keuzehulp waarbij ze naar diverse privacyaspecten van de populairste beldiensten keek.

Digitaal surveilleren

Een ander aspect waar de AP veel bezorgde geluiden over hoort, is digitaal surveilleren. Een groot aantal scholen maakt gebruik van een techniek die proctoring heet. Daarbij worden studenten die een tentamen afleggen minutieus in de gaten gehouden met digitale hulpmiddelen en speciale software. Hiermee zien surveillanten via de webcam wat studenten tijdens het tentamen uitspoken. Ook de oogbewegingen worden nauwlettend in de gaten gehouden. Studenten worden zonder dat ze er erg in hebben gefotografeerd. Met de microfoon luisteren surveillanten mee of er geen gesprekken gevoerd worden. Tot slot kunnen surveillanten meekijken op het computerscherm van de deelnemers en monitoren ze toetsaanslagen.

Studenten van de Tilburg University klaagden over deze manier van tentamineren. Via een online petitie spraken zij hun afschuw uit over het programma Proctorio. Ze maakten zich zorgen over hun privacy. Voor studenten was het niet mogelijk om deze manier van tentamens maken te weigeren, omdat dit anders consequenties voor hun studieverloop zou hebben. Een alternatief voor Proctorio bood de universiteit niet aan. Tot slot stelde de onderwijsinstelling te hoge eisen aan de computer en internetverbinding.

De kwestie kreeg volop media-aandacht. Ook politiek Den Haag trok was verbaasd over deze vorm van digitaal surveilleren. Diverse Kamerleden eisten tekst en uitleg van Ingrid van Engelshoven, de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Verantwoordelijkheid

Er wordt dus behoorlijk wat persoonlijke en gevoelige informatie verzameld bij digitaal surveilleren. De AP stelt dat onderwijsinstellingen zich moeten afvragen of al deze data nodig is om examenfraude tegen te gaan, of dat er mogelijk andere middelen zijn die minder impact hebben, zoals een mondeling of open boek tentamen.

De AP is glashelder: onderwijsinstellingen die gebruikmaken van proctoring, zijn verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens. Het systeem dat ze gebruiken mag volgens de wet niet meer gegevens verzamelen dan absoluut noodzakelijk is. De data moet vernietigd worden zodra deze niet meer nodig is. Verder moeten onderwijsinstellingen hun leerlingen, studenten, docenten en de ouders van minderjarige kinderen informeren over hoe hun persoonsgegevens worden beschermd. De AP heeft dit duidelijk gemaakt aan de onderwijskoepels.

Daarnaast gaat de AP bij onderwijsinstellingen na of zij voldoende werk maken van het beschermen van de privacy van hun leerlingen of studenten. Zij moeten aantonen hoe zij dit doen. Daarna bekijkt de AP of vervolgstappen nodig zijn. Katja Mur, bestuurslid van de AP, zegt dat scholieren en studenten geen slachtoffer mogen worden van de coronacrisis.

“Alle leerlingen moeten zonder stempel kunnen opgroeien. Hun privacy is van groot belang en wordt extra beschermd in de privacywetgeving. Onveilige oplossingen kunnen risico’s opleveren voor de toekomst van leerlingen. Deze dataverwerking mag geen ondergeschoven kind van de coronacrisis worden. Wij wijzen onderwijsinstellingen er daarom op zorgvuldige keuzes te maken en ondersteunen hen hierin met een aantal tips.”

Privacy en security redacteur
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. 

Meer artikelen uit het ‘Nieuws’ dossier

Reacties
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen